COWBOY SWEETHEART

country wilmaIn de twee koffers waarmee wij acht jaar geleden in Pilion arriveerden, was geen ruimte om veel mee te nemen. Een logisch nadenkend mens zou in zo’n geval zaken die veel plaats innemen, zoals winterjassen en laarzen, achterlaten. We gingen per slot van rekening naar een warm land, dus dat soort dingen hadden we niet echt nodig.

Maar ik ben een vrouw, en logisch denken gaat mij – volgens manlief uiteraard – niet altijd even goed af. Behalve mijn heerlijk warme nep-bontjas zaten in mijn koffer dan ook drie paar laarzen. Mijn danslaarzen welteverstaan, want hoewel ik heel radicaal was in het schiften van onze bezittingen, mijn countrydans-verleden achterlaten… nee, dat kon ik echt niet over mijn hart verkrijgen!

De bontjas kwam meteen dat eerste jaar al heel goed van pas. Het was de strengste winter die Pilion in twintig jaar had meegemaakt en in die paar ijskoude weken heb ik me echt wel eens vertwijfeld afgevraagd waarom ik toch zo nodig naar een ‘warm’ land moest emigreren. We hadden nog geen bed, sliepen op matrassen op een marmeren stenen vloer en probeerden het appartement warm te stoken met een oude petroleumkachel, bijgestaan door een elektrisch verwarmingselement op wieltjes. Dat de airconditioning in de andere slaapkamer niet alleen koelde, maar ook warme lucht kon blazen… tja, daar kwamen we pas twee winters later achter. Ook de danslaarzen deden al snel weer dienst, want in die begintijd was er nog voldoende ruimte in mijn werkschema om af en toe een countrydans-lesje te geven. Dat veranderde echter toen de ene na de andere roman geschreven ‘moest’ worden. Tijd werd kostbaar en het dansen verdween geheel en al uit mijn Griekse leventje. Tot een paar weken geleden.

‘Je moet meer bewegen!’ kreeg ik naar aanleiding van mijn rugklachten steeds maar weer te horen. De trouwe column-lezer weet inmiddels dat ik al aardig mijn best doe. Rondjes lopen door de tuin, iedere week naar Pilates, rek- en strekoefeningen achter de computer… ik ben deze zomer zelfs een aantal keren in zee gesignaleerd! De rugpijn is wel minder geworden, maar om nu te zeggen dat het stukken beter gaat… nee, niet echt. De enige sport die ik leuk vind, is namelijk linedansen, maar in je eentje door de kamer hupsen is ook weer zo wat. Dus bleef het bij een incidenteel dansje als ik de kolder in de kop had, maar verder ging het eigenlijk niet. Ik had alleen niet met Gerrit gerekend. Gerrit is degene die destijds een aantal van mijn dansgroepen heeft overgenomen toen ik naar Griekenland vertrok. Hij en zijn gezin kwamen dit jaar vakantie vieren in Pilion en natuurlijk deden we op het terrasje voor de vakantiewoning samen een paar ‘oude’ dansjes. En vanaf dat moment bleef het kriebelen bij me. Die dansjes waren me zo goed bevallen dat ik eigenlijk wel weer meer wilde. ‘Dan start je toch gewoon hier een groepje op?’ zei Gerrit tegen me voor hij vertrok. ‘Begin met een workshop en kijk hoe het bevalt.’

Natuurlijk had ik daar zelf ook wel eens aan gedacht, maar misschien was ik er eerder nog niet aan toe om er ook echt iets mee te doen. Door die leuke dansjes met Gerrit op het terras realiseerde ik me echter ineens hoezeer ik het dansen miste, en dus heb ik een paar weken later de laarzen inderdaad uit de kast gehaald. Ze waren wat stoffig geworden, maar dat was met een nat doekje zo verholpen. Zelfs m’n ouwe trouwe cowboyhoed – ja, ook die was in de koffer meegegaan – was na een sopje weer als nieuw, en zo kon het gebeuren dat ik een paar weken geleden als een echte cowgirl door Kato Gatzea liep, op weg naar m’n eerste introductie linedance-workshop na jaren. Het werd een heel gezellig dansfeestje, maar aangezien mijn Grieks niet dusdanig is dat ik kreten als ‘hak, teen, stamp, rust’ zo uit m’n mouw schud, de aanwezige Griekse dames Engels noch Duits spraken, de Duitse dames geen Engels verstonden, en de Engelse dame geen Duits, vond het lesgeven plaats in een hilarisch koeterwaals van wel vier talen, want ook het oude vertrouwde Nederlands rolde af en toe automatisch van mijn lippen. Ik was dan ook heel erg trots dat ondanks die Babylonische spraakverwarring alle deelnemers binnen tien minuten hun allereerste country-linedans onder de knie hadden. En het ook nog eens zo leuk vonden, dat we er inmiddels een wekelijkse les van hebben gemaakt. Gewoon, voor de lol. Maar vooral omdat het zo goed is voor mij 😉

♥♥♥♥♥

IK BEN!

sprinkhaan‘Wel een luidruchtig volkje, die Grieken,’ is een opmerking die ik regelmatig van mijn Nederlandse bezoekers hoor. En ja, dat is zo, hoewel ik het zelf liever levendig noem. Alles is hier net even iets luider dan wij gewend zijn, de gebaren breder, de emoties openlijker. Even wennen dus als je vanuit het introverte noorden in ons extroverte zuiden terechtkomt.

Ondanks het rustige dorpsleven dat we hier hebben, is ‘stil’ daarom niet altijd van toepassing, zeker niet in de zomermaanden. Ook niet tijdens de siësta-uurtjes, wanneer ieder menselijk geluid verstomt. Dat zijn namelijk juist de uurtjes waarin de krekels gezamenlijk hun ultieme hoogtepunt lijken te bereiken. Hoe doordringend aanwezig hun getjilp is, merk je eigenlijk pas als ze zo tegen half negen ’s avonds plotseling stilvallen. Suizende oren en een gesprek dat automatisch enkele decibels luider gevoerd wordt dan normaal, is iets wat in de acute stilte ineens opvalt. Helaas duurt die heerlijke stilte maar even, want na een halfuurtje nemen de nachtkrekels het alweer over. Gelukkig zijn die wel iets beschaafder dan hun soortgenoten van overdag, anders zou slapen zonder oordopjes toch echt onmogelijk zijn.

Hoewel oordopjes sowieso geen slecht idee is, want ik word regelmatig ’s morgens vroeg uit m’n slaap gehaald door het geschetter van een van de vele marskramers die door de straat rijden. Luidkeels prijzen ze hun waren en diensten aan, ieder op hun eigen manier. Zo hebben we een heel aardige Winkel-van-Sinkel-man, die met een gezellig muziekje zijn komst aankondigt, ons beleefd goedendag wenst en vervolgens op beschaafde toon uitlegt dat hij de beste rijdende winkel van de buurt heeft die we zeker moeten komen bekijken omdat hij alles verkoopt wat ons hartje begeert, en dat ook nog eens voor de allerbeste prijzen, dus komt dat zien, komt dat zien… Waarna hij zijn praatje afsluit met opnieuw een vrolijk muzikaal intermezzo. In schril contrast daarmee staat de wanhopige groenteman die je zo je laatste stuiver zou geven. Op jankerige toon raffelt hij achter elkaar af wat hij heeft: tomaten, paprika’s, aubergines, courgettes, aardappels… Het klinkt alsof hij ieder moment echt in huilen zal uitbarsten omdat er alweer niemand, niemand is, die zijn producten wil kopen. Wat niet verwonderlijk is, want wie koopt er nu graag bij zo’n huilebalk?

En dan zijn er natuurlijk ook de marskramers die denken dat als je die luidspreker nou maar héél hard zet, de klandizie evenredig zal toenemen. Zo eentje kwam er gisteren langs. We hoorden hem al vanaf het begin van de straat schreeuwen dat hij uien had. Héle mooie uien, hele díkke uien, práchtige uien voor slechts 3 euro de kilo… Steeds opnieuw en opnieuw moesten we aanhoren hoe fantastisch zijn uien wel waren. Bij de overbuurman, die in de tuin aan het werk was, hield hij stil. Hij boog zich door het raampje naar de buurman, om – zo te zien – iets heel spannends te gaan zeggen. Nieuwsgierig luisterden we mee en tot onze grote hilariteit hoorden we hem zeggen: “Hé, meneer! Meneer, ik heb úíen!” Ja, ja, alsof we dat nog niet wisten…

Het mooie vind ik dat er niemand is die de luidruchtige verkopers de straat uit jaagt, niemand die de politie belt omdat ze geluidsoverlast produceren, niemand die deze mensen uitscheldt. Ze mogen er gewoon ‘zijn’, op hun eigen – naar onze noordelijke maatstaven – behoorlijk luidruchtige manier. Leven en laten leven is nu eenmaal iets wat hier hoog in het vaandel staat. Iets wat ons uitstekend bevalt.

De afgelopen maand heb ik meegedaan aan een online meditatiecursus van Oprah Winfrey en Deepak Chopra. Niet heel fanatiek, maar toch, je steekt er altijd iets van op. Bij elke sessie hoorde een mantra waarvan eentje me onmiddellijk aansprak: ‘so uhm – ik ben!’ Dat is namelijk iets waar ik mijn hele leven al moeite mee heb. Je eigen plekje opeisen, er mogen zijn… In het levendige Griekse wereldje waarin ik me nu bevind, is dat heel normaal, maar voor mij is dat nog steeds niet zo vanzelfsprekend. Als ik op de scooter naar Volos tuf, en de bochtjes in een omaatjes-tempo neem, prevel ik regelmatig verontschuldigingen naar de automobilisten die achter me rijden. Vanwege de staat van het asfalt is het namelijk niet altijd mogelijk om goed rechts te houden, dus moeten ze regelmatig achter me blijven hangen tot ik de bocht om ben, wat ik zeer vervelend voor ze vind. Niet dat iemand het me kwalijk neemt, want niemand toetert, scheldt of laat merken dat ik hen ophoud. Zo werkt dat hier niet. Het zit allemaal tussen mijn eigen oren. Sinds die bewuste meditatie mummel ik in de gevaarlijke bochten echter geen verontschuldigingen meer. In plaats daarvan prevel ik nu: so uhm, sóóó uhm! Het helpt. Langzaam dringt het echt tot me door dat ook ik er mag zijn, dat niemand het me kwalijk neemt dat ik in sukkeltempo die bochten neem, omdat ook ik net als ieder ander het recht heb om te zijn wie ik ben.

Als ik zo ’s om me heen kijk, dan is so uhm een mantra dat de Grieken volgens mij al vanaf hun geboorte hebben meegekregen. Het sluit werkelijk naadloos aan op de levensstijl die ik hier zie. En daarom… daarom hoort u mij nu steeds vaker ‘so uhm’ prevelen. En het werkt. Ik voel me al bijna een echte Griekse 😉

♥♥♥♥♥

Warm

Strand.4Het is vakantietijd en dat is duidelijk te merken in ons kleine dorpje aan de zee. Onbekende, veelal schaars geklede mensen, zeulend met parasols en tassen vol met zonnebrandcrème, badlakens en flessen limonade, lopen dagelijks langs ons tuinhek, op weg naar het verkoelende water van de Pagasitische Golf. Geen Zandvoort-achtige toestanden, hoor. Zo erg is het nu ook weer niet. Als er ieder uur gemiddeld vier strandgasten voorbij komen, dan vinden wij het al druk!

Veel tijd om ook van dat verkoelende water te genieten heb ik helaas niet. De laatste hoofdstukken van mijn nieuwe roman Verscheurd Verlangen moeten geschreven worden, en daar ben ik best heel druk mee. Het valt niet mee om de creativiteit op gang te houden bij temperaturen van boven de dertig graden. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat ik deze week scènes schrijf waarin mijn hoofdpersonen overdag heerlijk in zee liggen te dompelen of pas ’s avonds na halftien op terrasjes terechtkomen. Een onthullend kijkje in mijn schrijverskeukentje waaruit u natuurlijk niet meteen de conclusie moet trekken dat wanneer ik mijn hoofdpersoon met een mooie man in bed laat duiken… Afijn, u begrijpt me wel.

Vakantietijd, daar had ik het over. Niet alleen in Nederland is de vakantiepiek op z’n hoogst. Hier naderen we de 15e augustus, de dag waarop Maria Hemelvaart gevierd wordt. In de weken ervoor en erna gaat zo ongeveer heel Griekenland met vakantie. Nou ja, behalve natuurlijk de mensen die voor die leuke vakantie moeten zorgen. De tavernes, bars en terrasjes zitten al vol vakantiegangers en die willen uiteraard wel bediend worden. Heen en weer lopen met bladen vol drankjes en eten valt niet mee bij temperaturen van ver boven de dertig graden, en dan heb ik het nog niet eens over de mensen die in de keuken achter het hete fornuis volledig gekleed in de potten en pannen staan te roeren. Wanneer ik daaraan denk, ben ik altijd weer blij dat ik mijn beroep achter de computer kan uitoefenen, in een kamertje uit de zon met de ventilator op twee. Want als ik het echt heel erg warm heb, trek ik gewoon nog een kledingstuk uit. Dat kan. Niemand die het ziet.

Wekenlang zomer is iets waarnaar je kunt verlangen als je maandenlang winter hebt gehad. Dat weet ik als geen ander. Wekenlang zomer hébben is echter niet altijd zo fijn als je in de winter denkt. Ook dat weet ik inmiddels als geen ander. Dit jaar hebben wij een heerlijke zomer. We hebben namelijk al een paar keer REGEN gehad! En niet zomaar een paar druppeltjes, nee, van die verrukkelijke lekkere kletterbuien waardoor alles blank komt te staan. Zo’n bui waarvan de hele boel lekker opfrist en manlief verheugd zegt: ‘O wat heerlijk, kan ik het sproeien vandaag overslaan!’

Vanmorgen hadden we weer zo’n bui. Ik vond het wel een beetje zielig voor de vroeg opgestane vakantiegangers die zich verheugd hadden op een lekkere luie stranddag, maar als u diep in mijn hart kijkt, mag er morgen absoluut nog eentje vallen. Na de vele dagen van aanhoudende zware warmte is ademhalen in een regenbui letterlijk ‘een verademing’. En niet alleen voor ons, ook onze Ira wist van gekkigheid niet wat ze als eerste zou gaan doen. Tikkertje, verstoppertje, touwtrekken met ‘Fluffie’… Na dagen van ‘in de goot liggen’ – de koelste plek op het heetst van de dag –  had ons madammeke dankzij de regen een superleuke ochtend. Inmiddels is de zon al een paar uur geleden doorgebroken. De ventilator draait weer op volle toeren en ik zit puffend achter mijn computer. Met de zonnejurk keurig netjes aan, dat wel, want de temperatuur is dankzij de regenbui nog steeds beneden de dertig graden. Relatief ‘koel’ dus voor 1 augustus…

Misschien gaat er in die laatste hoofdstukken van Verscheurd Verlangen nog wel een flinke regenbui vallen. Zo eentje waarbij het water als een woest kolkende rivier langs de onbegaanbaar geworden kalderimi’s naar beneden stroomt. Zo eentje waarbij je als hoofdpersoon niets anders kunt doen dan vanuit je slaapkamerraam een blik naar buiten werpen. Om je vervolgens om te draaien en zonder enig schuldgevoel het bed weer in te duiken. Het bed waar die mooie man… Afijn, dat leest u dan te zijner tijd wel in het boek 😉

♥♥♥♥♥

Spring-angst en girlpower

GirlpowerAls kind kreeg ik op de lagere school verplicht zwemles. Behalve een zwemdiploma heb ik er ook een trauma aan overgehouden: spring-angst.

Dat komt door die ene onpedagogische badmeester, die me op de allereerste dag dat ik naar ‘het diepe’ mocht, dwong de hoge veer te beklimmen en over de wiebelende plank naar het uiterste puntje te lopen. Waar hij vervolgens het bibberend hoopje kind dat ik inmiddels was geworden bij de oksels pakte en zonder enige waarschuwing drie meter naar beneden liet plonzen. Tja… van tere kinderzieltjes hadden ze in die tijd echt nog niet gehoord!

De angst om te springen zit er bij mij nog steeds in. Ik krijg de bibbers van dat ene moment waarop je de laatste stap moet zetten, de stap die het verschil maakt tussen iets wel en iets niet doen. Spontaan ‘in het diepe springen’ is er voor mij na die traumatische ervaring in het zwembad nooit meer bij geweest, en dat bedoel ik zowel letterlijk als figuurlijk. Mijn meest recente spring-avontuur – een schrijfretraite in Pilion – heeft dan ook heel lang moeten sudderen voor ik de moed had om de allerlaatste stap die ervoor nodig was te zetten. Maar… jawel, afgelopen vrijdag was het zover! Voor de zoveelste keer die dag hing mijn vinger boven het knopje ‘publiceren op de website’, voor de zoveelste keer trok ik hem weer terug. In mijn verbeelding voelde ik de duikplank uit mijn jeugd met steeds grotere zwaaien op en neer gaan, voelde ik de angst mijn keel dichtknijpen, voelde ik die grote ruwe handen van de badmeester weer onder mijn oksels. En toen… toen heb ik zeker tien minuten heel hartelijk om mezelf zitten lachen om vervolgens met een grote brede grijns en een ferme druk op de knop mijn laatste ‘spring-avontuur’ de wereld in te sturen.

Een schrijfretraite in Potistika… ‘Als je hier niet kunt schrijven, kun je het nergens,’ verzuchtte een van mijn proefpersonen toen we op het terras van de Villa Athina de stilte en het prachtige uitzicht op de Egeïsche Zee op ons in lieten werken. ‘Dit is een plek waar de magie van Pilion voelbaar om je heen is.” Haar woorden waren het allerlaatste zetje dat ik nodig had om mijn al jaren sudderende droom tot leven te laten komen: de droom om andere vrouwen te helpen ‘hun boek’ te schrijven. Ik weet namelijk uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om iets wat al jaren aan de binnenkant van je hoofd krabbelt, om dat wat er zo heel graag uit wil, maar altijd weer wordt weggestopt, vorm te geven en op papier te zetten. Zoveel redenen om het niet te doen, zoveel redenen… om niet te springen.

Girlpower is een term die ik onlangs geleerd heb en waar ik heel blij mee ben. Het omschrijft namelijk precies wat ik de afgelopen jaren zelf heb mogen meemaken: de stimulerende kracht van een klein groepje vrouwen die allemaal dezelfde droom hadden als ik. Vrouwen die ooit een boek wilden schrijven, maar er om wat voor reden dan ook nooit aan toekwamen. Hun steun, hun adviezen, hun enthousiasme, maar vooral ook hun ongezouten meningen hebben mij gemaakt tot wat ik nu ben: een gelukkig mens dat haar dagen vult met boeken schrijven onder de Griekse zon. Girlpower is praten, lachen, huilen, zingen en dansen tegelijk. Je krijgt er energie van om dingen te doen waarvan je altijd dacht dat je ze niet kon. Maar het mooiste van girlpower is het liefdevolle vangnet: het weten dat er altijd mensen voor je klaar staan om je op te rapen als je de sprong waagt. Ik heb heel wat cyber hugs en cyber chocolates mogen ontvangen – en ja, ook gestuurd – als die sprong op dat moment nog net even iets te ver was. En heel veel cyber flowers and kisses als ik weer een stapje verder was gekomen. Vallen en opstaan hoort namelijk bij het leren van een vak, en dat geldt zeker voor het schrijversvak. Al doende heb ik het geleerd en ja, ik ben er heel trots op dat ik mezelf tegenwoordig ‘fulltime schrijfster’ mag noemen. Maar één ding weet ik heel zeker: zonder mijn schrijfbuddy’s, zonder de girlpower die ik van hen kreeg – en nog steeds krijg – had ik het beslist niet gered.

Nu, bijna vijftien jaar nadat ik mijn eerste aarzelende echte schreden op het schrijverspad zette, wil ik met mijn eigen girlpower andere vrouwen helpen hun sprong in het diepe te wagen. In kleine groepjes, op een heerlijke plek waar je niets anders aan je hoofd hebt dan schrijven. En dat alles natuurlijk gecombineerd met de onbetwistbare magie van Pilion! Ik wil zo heel graag dat wat ik heb geleerd, dat wat ik weet, delen met anderen en hen verder helpen op hun eigen schrijverspad. Dus… herken je iets in mijn verhaal? Begint het al kriebelen? Wil je je schrijversdroom eindelijk serieus aanpakken? Waag dan die sprong en kom naar een van mijn schrijfretraites in Pilion! Girlpower werkt namelijk echt. Ik weet het zeker. Kijk maar eens naar het gestadig groeiende rijtje boeken dat inmiddels op mijn website staat 😉

♥♥♥♥♥