O dierbaar plekje grond…

PilionVan mijn geboortestad Vlaardingen via de Keukenhof en het Gooi naar Twente, door naar Groningen en via Friesland weer terug naar Schiphol… zo ziet mijn aanstaande tiendaagse auteursreis Wilma@OnTour2015 er in het kort uit. Een druk programma dus, met officiële lezingen, informele Meet&Greets en ter afsluiting een grote kraam op de Harlingse Made@by Markt, helemaal alleen voor mij, mijn boeken en mijn doos vol  meegebrachte Griekse souvenirtjes, made-by Pilionse creatievelingen.

Zojuist heb ik de laatste hand gelegd aan een videofilm over Pilion die tijdens mijn lezingen op een groot scherm vertoond zal worden – wat betekent dat ik nog een kleine week heb om te verzinnen hoe ik de overgebleven één uur en twintig minuten van de rest van de ‘lezing’ vol moet maken. O, help… alleen van het woord krijg ik al de bibbers. Ik ben nu eenmaal geen mens dat ‘lezingen’ houdt. Zet me voor een groep van honderd man, geef me een countrysong en ik leer ze binnen tien minuten hun eerste countrydansje, maar een lezing houden over mezelf en mijn romans… pfff, er zijn zo heel veel andere en veel interessantere dingen om het over te hebben.

Daarom vind ik het zo heerlijk dat tegenover die officiële evenementen ook een aantal minder officiële gelegenheden gepland staan. Zoals op zondagavond 3 mei in het Belgisch Biercafé Antonius op de Vlaardingse Hoogstraat. Ik heb er een tafel gereserveerd en hoop dat er in de loop van de avond een heleboel mensen bij mij en mijn gezelschap zullen aanschuiven: oude en nieuwe vrienden – al was het alleen maar om even hallo te zeggen, om met elkaar een biertje of een wijntje te drinken, om mij iets te vragen over Pilion… Maar hopelijk ook u, vaste lezer van mijn columns: omdat u inmiddels natuurlijk bloednieuwsgierig bent naar de vrouw achter al die zondagse stukjes over het Griekse leven. U bent welkom. Van harte zelfs! De eigenaar van Antonius heeft me beloofd dat als er die avond genoeg mensen speciaal voor mij komen, hij de video die ik zojuist afgemaakt heb, op het grote scherm zal vertonen. Nou, dan kan de avond helemaal niet meer stuk, toch?

Als u mijn columns vaker leest, weet u misschien ook dat deze reis eigenlijk het gevolg is van een ander Vlaardings ‘feestje’: het concert van de Wannebiezz op 9 mei in Joure. Ik won er vrijkaartjes voor en sprak destijds de wens – nee, de dróóm – uit dat ik erbij aanwezig zou kunnen zijn. En zie… de droom werd werkelijkheid, dankzij hoofdsponsor Uitgeverij Cupido, die altijd weer met heel veel inzet en enthousiasme prachtig mooie boeken van mijn manuscripten maakt; dankzij het Vlaardingse bedrijf Ecodor dat de entreekaarten voor het Wannebiezz-concert op 9 mei ter beschikking stelde, maar ook dankzij een heleboel andere lieve vrienden en donateurs die spontaan reageerden om mijn droom de kans te geven uit te laten komen. Nu is het aan mij om hen niet in de steek te laten en volgende week zaterdag op tijd in Thessaloniki te zijn om in het vliegtuig naar Amsterdam te stappen.

Lieve mensen, ik kom eraan. Nou ja, bijna! Het ticket is uitgeprint, de koffers staan klaar om gepakt te worden en de bedden waarin ik mag slapen kunnen worden opgemaakt. Dank, heel veel dank aan iedereen die dit mogelijk heeft gemaakt. Ik hoop jullie allemaal binnenkort te ontmoeten en kijk ernaar uit om mijn allereerste live Wannebiezz-concert mee te maken! Een mijlpaal in mijn leven, dat staat vast. Dus, Rocco, Arie en Gilles, mochten jullie zin en natuurlijk tijd hebben… op 3 mei ben ik bij Bierlokaal Antonius op de Hoogstraat! En anders: see you in Joure! Hijs fijn, mannen 😉

♥♥♥♥♥

Deze column verscheen op 26/4-2015 in de Vlaardingen24-rubriek Vlaardingers-in-den-Vreemde.

Druk nachtje

DSC02236.aOnze huisdieren zijn schatten. Meestal. Maar soms vinden wij ze iets minder lief. Bijvoorbeeld als ze ons ’s nachts wakker maken. Helaas gebeurt dat nog wel eens. Dieren zijn net kinderen; ze willen van alles: eten, drinken, spelen, snoepje, knuffeltje, naar binnen, naar buiten… en dat vooral op momenten dat je daar helemaal niet op zit te wachten. Zoals ’s nachts dus.

ira.02Zomers valt het nog wel mee, dan slaapt het hele spul over het algemeen buiten, maar ’s winters kunnen we dat niet over ons hart verkrijgen. De katten mogen dan op hun kussens in de keuken en badkamer, waar ze weinig kwaad kunnen, en hond Ira heeft haar vaste slaapplek op de grote bank in de woonkamer. Die is allang blij dat ze binnen mag en duwt over het algemeen alleen haar natte neus in mijn gezicht wanneer ze om een uur of vijf, zes naar buiten wil. In het begin dacht ik dat ze dan nodig haar behoefte moest doen, maar dat is niet zo. Zodra ze buiten is, klimt ze op haar tuinbankje en gaat daar gewoon verder met slapen. Ik heb werkelijk geen idee waarom ze op dat onmenselijk vroege uur van bank wil verwisselen, maar negeren is geen optie. Als ik me omdraai, komt behalve haar neus ook haar – grote – poot erbij, en duwt en trekt ze net zolang tot ik niet anders kan dan opstaan om de buitendeur voor haar open te maken.

Iason.01Kat Iason is een heel ander verhaal. In het begin vond hij de keuken en de badkamer een prima slaapplek, maar sinds hij weet hoe lekker mijn stoel, de andere bank in de woonkamer en met name het grote bed liggen, probeert hij na iedere sanitaire stop van mij of manlief de hal in te glippen onder het mom dat hij moet drinken. Een smoesje natuurlijk, want in de keuken staat ook een drinkbak. Soms drentelt hij daarna een poosje rond of doet hij een klein tukje, om tegen de tijd dat je net weer in slaap valt luidkeels aan te kondigen dat hij nodig de aardappels moet afgieten en dus naar buiten moet. Nu! Iason is een klein driftkikkertje, maar ook een echte Houdini. Van kleins af aan kreeg hij het al voor elkaar om de deuren open te maken. Van beide kanten! Daarom hebben we een haakje op de keukendeur aan de kant van de hal – om hem uit de keuken te houden. Om te voorkomen dat hij ons wakker houdt met het gespring op de deurknop aan de binnenkant als hij in de keuken zit, hebben we de deurknop aan de binnenkant omhoog gezet. Dat hij dat helemaal niet leuk vindt, laat hij merken door keihard achter de gesloten deur te gaan zitten krijsen en zelfs aan de deur te krabben, net zolang tot we er helemaal gek van worden en alsnog de deur voor hem openmaken.

iason.01Manlief vindt dat we daar niet meer aan toe moeten geven. Dat het zo van kwaad tot erger gaat. En ja, natuurlijk heeft hij wel gelijk, maar ach, als zo’n beestje nou zo héél graag naar buiten wil midden in de nacht, dan heb ik daar echt niet zoveel moeite mee om even die keuken- en/of buitendeur open te doen. Beter dat, dan een halfuur te moeten luisteren naar boos kattengekrijs, want dan slaap je ook niet, toch? Maar goed, ik heb makkelijk praten, want zo vaak ben ik niet degene die eruit moet. Als ik slaap, dan slaap ik. En hoor ik weinig van wat er allemaal gebeurt. In tegenstelling tot mijn echtgenoot, die wel een lichte slaper is.

‘Nou, die kleine onruststoker heeft vannacht zijn lesje wel geleerd,’ zei manlief vanmorgen toen we na het opstaan samen de keuken in liepen. ‘Hij stond om een uur of twee bij de buitendeur als een waanzinnige te jammeren en te krijsen dat hij naar binnen wilde. Ik werd er wakker van, heb hem binnengelaten en meteen in de keuken gezet. Meneer vloog op de kattenbrokjes af, en ik dacht dat hij daarna wel zou gaan slapen, maar nee, een halfuur later stond hij weer te jammeren, nu dat hij terug naar buiten wilde en of ik de deur maar even wilde openmaken. Ja, alsof ik gekke Henkie ben! Echt niet.’

iason.02Ik humde mijn medeleven. Zo’n beestje moet het natuurlijk niet te gek maken. ‘Ik heb hem in de badkamer gezet,’ ging manlief verder. ‘Met de deur dicht, zodat ik dat gejammer niet meer zou horen. Maar je gelooft het niet: binnen twee tellen had hij die deur open. Stond-ie weer te jammeren. Afijn, toen heb ik eerst nog een bezemsteel onder de knop gezet, alleen hielp dat ook niet. Tien minuten later zat hij weer voor de keukendeur te krijsen. Maar ik dacht: als ik je nu naar buiten laat, heb jij dit spelletje gewonnen en dat doen we dus mooi niet.’ Manlief keek trots naar de nog steeds gesloten badkamerdeur. ‘Dus heb ik hem opgepakt, over zijn bolletje geaaid en weer netjes terug in de badkamer gezet, op zijn kussentje. En wat denk je? Hij was vast moe geworden van alles, want hij rolde zich lekker op en zijn ogen vielen meteen dicht. Voor de zekerheid heb ik de badkamerdeurknop toch nog maar omhoog gezet, maar daarna heb ik hem niet meer gehoord. Ik wed dat hij nog steeds heerlijk ligt te slapen.’

‘Wel een druk nachtje voor je geweest dan,’ merkte ik schijnheilig op terwijl ik de badkamerdeur opendeed.

Manlief knikte instemmend. ‘Ja, zeker wel, want door al dat gedoe was ik natuurlijk klaarwakker,’ bekende hij. ‘Ik lag pas om vier uur weer in bed. Maakt niet uit, alles voor het goede doel. Je moet nu eenmaal niet toegeven aan de grillen van die beesten. Dan leren ze het nooit, dat heb ik je nou al duizend keer gezegd.’

DSC02576.aHet eerste wat me opviel toen ik de badkamer in stapte, was het openstaande raam. Hoewel dat op zich niet zo heel vreemd was, want het staat wel vaker open. Inbraakgevaar is er niet. Er zitten spijlen voor, en tegen de insecten is er aan de buitenkant een hor van metaalgaas geplaatst, die met schuifjes vastzit. Of liever gezegd: vastzát. De hor hing namelijk een beetje vreemd naar beneden en Iason… Tja, Iason was verdwenen. Onze lieve schattige kater had wederom zijn Houdini-kunsten vertoont. Op de een of andere manier had hij kans gezien om de schuifjes van de hor weg te duwen zodat hij alsnog via de spijlen naar buiten kon ontsnappen. En dat na alle moeite die manlief had gedaan om hem binnen te houden. Een beetje zielig vond ik het wel. Voor manlief uiteraard… Hm, misschien moeten we toch maar eens gaan praten over een honden- en kattenluik 🙂

♥♥♥♥♥

Kijken in zwart-wit

03.2015.VL24whDe afgelopen weken heb ik in gedachten regelmatig in Vlaardingen vertoefd. Om precies te zijn op en rond het schoolplein van wat vroeger de Talmaschool heette.

 

De naam blijkt al een paar decennia geleden veranderd te zijn in de Schakel, maar het gebouw zelf staat er nog. Ik heb daar mijn lagere schooltijd doorgebracht, een periode waar ik met heel veel plezier op terugkijk. En ik niet alleen, want er staat ons binnenkort een reünie te wachten, georganiseerd door een paar enthousiaste oud-leerlingen van ‘Talmaschool 6e klas van 1968’. De reünie is op een dag die in mijn auteursreis valt, dus als alles volgens plan verloopt, ga ik over een paar maandjes mijn vroegere klasgenoten terugzien. Er is zelfs een speciale Facebook-pagina aangemaakt, waarop we de speurtocht naar nog niet achterhaalde leerlingen ‘live’ kunnen volgen. En met de al wel achterhaalde klasgenoten worden onderling al driftig herinneringen en foto’s uitgewisseld.

klas 4 1966Wat is het lastig om jezelf te herkennen op zo’n oude foto! Ik heb al een paar keer aan anderen moeten vragen of ik dat was, dat meisje daar. Gelukkig ben ik niet de enige die moeite heeft om zichzelf uit die grote groep kinderen te halen, anders zou ik me toch echt zorgen gaan maken. Wat namelijk opvalt bij het herinneringen ophalen, is dat het geheugen je soms flink parten kan spelen. Zo was ik er zelf honderd procent zeker van dat ik in de derde klas bij ene juffrouw Smit in de klas heb gezeten. Niet dus! Ik ben er inmiddels achter dat ik juf Smit alleen maar heb meegemaakt tijdens het schoolkamp in Amerongen. Blijkbaar heeft ze daar zoveel indruk op me gemaakt, dat ik mezelf meteen bij haar in de klas heb geprojecteerd.

rapport 1Scherper zijn gelukkig de herinneringen aan ‘onze’ geliefde meester De Vlieger, die zowel in het vijfde als in het zesde leerjaar onze onderwijzer was. We hebben veel met hem meegemaakt, en niet alleen in de klas. We waren met zijn allen aanwezig bij zijn huwelijk en mochten een jaar later ook aan het kraambed van zijn vrouw naar zijn pasgeboren zoon komen kijken. Gebeurtenissen die beslist een hechte band smeden tussen leerlingen en hun onderwijzer! Bij de recente foto van meester De Vlieger bleven reacties eerst even uit, want de meester uit onze herinnering had zwart haar en een ringbaardje. Die bleken inmiddels vervangen te zijn door heel wat minder haar, dat ook geen donkere kleur meer had. ‘Hetzelfde gezicht, alleen een andere omlijsting’, schreef iemand, en zo was het maar net. Want die ogen, die je vroeger zo doordringend maar met altijd een vriendelijke twinkeling erin konden aankijken, die waren bij nog een keer kijken absoluut helemaal van onze eigen meester.

klas 6 1968En dan is er nog ‘meneer’ Edelschaap, destijds het hoofd van de school. Zijn wijze en voor die tijd zeker ook onconventionele lessen hebben een stevig fundament gelegd voor mijn latere leven, iets waar ik hem nog altijd heel dankbaar voor ben. Ik herinner me nog dat wij als extra vak in de bovenbouw Engels kregen, in plaats van het bij andere lagere scholen destijds geijkte Frans. Dat was heel modern, en heel verstandig, want Engels bleek al snel de taal van de toekomst te zijn. Stom woordjes stampen was er ook niet bij; we mochten met elkaar in groepjes toneelstukjes verzinnen – in het Engels – waarin we dan bepaalde woorden verwerkt hadden en scènes uit het dagelijks leven naspeelden. Engels in de praktijk dus.

medailleAls ik naar de verhalen luister en de herinneringen aan vroeger tijden naar boven laat komen, dan is er toch wel heel veel veranderd in vijftig jaar. Wij leerlingen uiteraard ook, dat valt niet te ontkennen. We zijn van een groep zesjarige kindertjes op wazige zwart-wit klassenfoto’s naar iets scherpere kleurenfoto’s van bijna-brugklassers gegaan, en sturen nu als volwassenen met onze iPads en smartphones ingescande foto’s naar de Facebook-pagina om elkaar te helpen herinneren hoe ons lagere schoolleven eruitzag. En weet u wat ik zo mooi vind? Ik herken in de nieuwe foto’s die ik onder ogen krijg na de eerste ‘hè?’ al heel snel de oude klasgenoten van toen. Kijken naar die foto’s is namelijk precies zoals wanneer ik in onze Griekse badkamer onverwacht in de spiegel kijk: in eerste instantie zie ik dan een mij onbekend gezicht met rimpels en afgezakte oogleden en hangkinnen, maar hoe langer ik kijk, hoe jonger dat gezicht wordt, tot ik mezelf al snel weer heel vertrouwd in ‘zwart-wit’ zie.

Tenminste… ik denk wel dat ik dat ben, dat meisje dat daar in de spiegel naar mij terugkijkt. Want echt zeker weten doe ik dat na al die geheugenmiskleunen van de laatste tijd natuurlijk niet 😉

♥♥♥♥♥

De column ‘Kijken in zwart-wit’ is ook geplaatst in de serie Vlaardingers-in-den-Vreemde in de online krant Vlaardingen24

 

 

Prettig gestoord

20150131_113106.bHet wordt een spannende tijd hier in ´het Griekse´. Blijft onze nieuwe regering onder leiding van Alexis Tsipras overeind, of dondert de hele boel over een paar weken als een kaartenhuis in elkaar? Heel Europa praat erover, want wat er hier ook gebeurt, het zal een grote impact hebben op de andere landen.

Stiekem denk ik wel eens: ‘Doe toch allemaal niet zo moeilijk. Druk gewoon een paar honderdduizend miljard eurobiljetten extra, deel die lekker uit aan alle zieltogende landen en laten we dan met zijn allen eindelijk eens een keer gaan genieten van al dat geld.’ Wij hebben zelf het systeem ‘geld’ bedacht om het leven een beetje gemakkelijker te maken, dus kunnen we dat systeem ook best zelf aanpassen als het niet oplevert wat we ervan verwachtten. Het geld is er voor ons, niet andersom. Maar dat zal wel te simplistisch gedacht zijn…

StropdasWat ik heel leuk vind aan de nieuwe regering is dat er een flinke verjonging heeft plaatsgevonden. Ineens zie ik vlotte veertigers zonder de verplichte stropdassen, witte overhemden en oubollige donkere kostuums aan de regerings- en onderhandelingstafels schuiven. Heerlijk toch? Onze eigen prins Claus was er jaren geleden al voorstander van om die knellende stropdassen af te schaffen. De sprankelende verschijning van Yanis Varoufakis in zijn ‘nonchalante’ outfit spreekt me veel meer aan dan de zuur kijkende Jeroen Dijsselbloem in zijn keurige maar vreselijk saaie kostuum. Voor het eerst in jaren luister ik vrijwillig naar wat een minister te zeggen heeft. Ik steek zelfs zittend voor het beeldscherm enthousiast mijn beide duimen op voor onze Yanis-met-de-mooie-bruine-ogen, wanneer hij een zeer onbeschofte BBC-jounaliste netjes, maar wel héél duidelijk vertelt dat hij absoluut niet gecharmeerd is van haar interviewtechnieken. Het moet toch niet gekker worden met mij. Ik en politiek, een vreemde combinatie. Blijkbaar wordt er niet voor niets gezegd: ‘Hoe ouder hoe gekker!’

DSC01886.aAch, oud ben ik nog lang niet, en gek… tja, een beetje gek ben ik altijd wel geweest, dus dat is ook niets nieuws onder de Griekse zon. Hoewel ik mezelf liever omschrijf als prettig gestoord. Een prettig gestoord droomstertje. Zo noemt mijn echtgenoot me namelijk altijd als ik weer eens enthousiast aan kom dragen met plannen die – en ja, ik geeft het ruiterlijk toe – niet altijd even reëel zijn. Ik denk niet dat hij het zo bedoelt, maar eigenlijk vind ik het wel een prachtig compliment. Naarmate je ouder wordt, is het niet  moeilijk om het dromen te verleren. Ieder mens moet in zijn of haar leven opboksen tegen teleurstellingen, ieder mens ziet zijn jeugd-idealen verschrompelen tot er nog nauwelijks iets van over is, ieder mens kent periodes van doffe ellende en onverdraaglijke pijn. Des te prijzenswaardiger is het als je ondanks dat, ondanks alles wat je meemaakt en om je heen ziet gebeuren nog steeds durft te dromen. Toch? Waarschijnlijk pas ik daarom wel zo goed in dit land, dat vanuit hun wanhoop de moed had om heel hard te roepen: ‘Genoeg!’ Massaal kiezen voor een partij als Syriza lijkt misschien niet het meest logische om te doen, maar het is wel typisch een actie van mensen die toch nog durven dromen. Ondanks alles. Van ‘gewone’ mensen die dromen van een betere toekomst, van een andere wereld, van idealen. Van mensen die in moeilijke tijden gaan slapen in de hoop dat het leven morgen bij het wakker worden iets vriendelijker voor hen zal zijn…

Omslag_verscheurd verlangen1Deze week is er bij mij onverwachts ook een droom ontstaan. Een beetje ‘egoïstische’, maar wel heel leuke droom die echt helemaal niets te maken heeft met alle problemen die er op wereldniveau spelen. Op mijn Facebook-pagina’s heb ik er al uitgebreid over gesproken, dus dat ga ik hier niet meer doen. Als u dat wilt, kunt u het nalezen op de pagina Wilma-on-Tour, en dan snapt u vast ook beter waarom ik een foto van alweer een prijzenpakket – dank  je wel, firma Ecodor! – en de nieuwste hit van De Wannebiezz bij deze column heb geplaatst. De lieve reacties die ik op mijn droom krijg, bezorgen me een grote glimlach, maar ook vochtige ogen van ontroering, kippenvel en tegelijkertijd een heerlijk warm gevoel.

Het is heus waar: dromen kunnen écht werkelijkheid worden, ik blijf het keer op keer zeggen. Je moet er ‘alleen’ wel zelf in geloven. En dat… dat is nou net het moeilijkste wat er is 😉

Een nieuw jaar

gelukkig nieuwjaar.03En toen was het zomaar ineens 1 januari 2015. Waar is de tijd gebleven? Vijftien jaar zijn er inmiddels alweer verstreken sinds het gedenkwaardige millenniumjaar 2000.

Gedenkwaardig niet alleen voor de wereld, maar ook op het persoonlijke vlak, want in dat jaar is mijn vader overleden. Daar moest ik gisteravond, tijdens het wachten op middernacht, toch weer even aan denken. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die bij de wisseling van het ene naar het andere jaar even stilstaat bij de herinneringen aan hen die er niet meer zijn. December is nu eenmaal bij uitstek de maand waarin hun afwezigheid extra wordt gevoeld.

kaarsjeMijn gedachten gingen verder, naar de familieleden van de MH17 slachtoffers, die in deze toch al zo moeilijke dagen nog eens extra pijnlijk aan hun verdriet werden herinnerd door de recente crash van de Air Asia-vlucht. Langzaam helende wonden die ineens weer opnieuw ruw opengereten werden. Ik dacht ook aan alle mensen die hun land in allerijl hebben moeten ontvluchten omdat een stelletje idioten denkt dat ze anderen met geweld hun denkwijzes kunnen opdringen. Hoe hebben die vluchtelingen het begin van het nieuwe jaar beleefd, opeengepakt in tentenkampen, beroofd van hun bezittingen, huis en haard? Hoe kun je het nieuwe jaar positief tegemoet treden als er geen toekomst is? Al die gedachtes maakten me natuurlijk niet vrolijker, en dan was ik nog niet eens aangekomen bij de wreedheden die sommige mensen zich menen te kunnen veroorloven tegenover de dieren op deze aarde.

vredeWat me het meest verdrietig maakt, is dat ik aan al die verschrikkelijke dingen zo heel erg weinig kan doen. Ja, ik kan af en toe een woedende kreet laten horen op Facebook, of een wat kritischer column schrijven, maar echt helpen doet dat niet. Ik ben namelijk niet in een positie om de wereld grondig te verbeteren. Daarvoor moet je heel veel macht en nog veel meer geld hebben, twee dingen die in mijn leven totaal ontbreken. En dan nog betwijfel ik of het zou lukken. Volgens mij zit er in de mensheid van oudsher een gen dat het normaal vindt om elkaar af te slachten en alles om ons heen te vernietigen. Is het niet in het echt, dan toch wel door middel van gewelddadige spelletjes op een stom computerscherm.

Ik kan me voorstellen dat u inmiddels ietwat fronsend mijn column aan het lezen bent. Ben ik in het afgelopen jaar die ‘het-glas-is-altijd-halfvol’-instelling – zo karakteristiek voor mijn meeste schrijfsels – kwijtgeraakt? Ben ik terechtgekomen in een zwartgallige burn-out die me in een neerwaartse spiraal meetrekt in de poel van ellende die dagelijks over ons wordt uitgestort? changeIk kan u geruststellen: het gaat prima met mijn geestelijke – en gelukkig ook fysieke – gesteldheid. Het nieuwe jaar lonkt met nieuwe kansen, nieuwe ervaringen en nieuwe schrijfsels. Ik heb echt zin in 2015, maar mijn romantische, dromerige en soms wat al te optimistische kijk op het leven betekent heus niet dat ik de realiteit van de wereld om ons heen niet zie. Ik kies er echter voor om al die ellende op mijn eigen kleine wijze te lijf te gaan: onder andere door met mijn Grieks getinte feelgood romans een aantal mensen een paar uur leesplezier te bezorgen waardoor ze de misère van het echte leven even kunnen vergeten – en hopelijk doen ze op die manier nieuwe energie op om datzelfde zware leven daarna weer iets positiever tegemoet te treden. Ik verbeter de wereld en begin bij mezelf, zal ik maar zeggen 😉

CoverOV.defNu we het daar toch over hebben: ik denk echt dat dat de enige manier is om die grote, gemene en onrechtvaardige wereld tot een betere wereld te maken. Met vereende krachten. Agnes, een van de vier vriendinnen uit Opnieuw Verbonden verwoordt het als volgt: ‘Weet je, de hele wereld redden kan ik niet. Maar als ieder mens zich nou eens inzet voor dat ene kleine stukje wereld waar hij of zij zich persoonlijk mee verbonden voelt, op wat voor manier dan ook, dan verbeteren we met z’n allen ongemerkt zomaar die hele grote wereld om ons heen.’ Waarschijnlijk heb ik die passage geschreven rond de vorige jaarwisseling. Ik word namelijk altijd heel idealistisch en sentimenteel als er een nieuw jaar in zicht is – iets wat in de loop van het jaar minder en minder wordt. Tot december weer aanbreekt en me herinnert aan de idealen waarmee ik het nieuwe jaar ben begonnen.

Niemand kan voorspellen hoe 2015 eruit zal gaan zien, voor mij, mijn familie, mijn vrienden, voor jullie… maar ik hoop net als altijd dat het een mooi, gezond en gelukkig jaar zal worden voor ieder mens en dier, waar ook op deze wereld.
En als om te benadrukken dat in het leven niets zeker is, wens ik jullie dit keer vanuit een onverwachts en zeldzaam wit Kato Gatzea allemaal een fantastisch nieuw jaar toe 😉