For Sharon and PAWS PELION

PoesOns huishouden is weer een kattenkind rijker. Vorige maand wandelde Iason ons leven binnen. Een klein grijs katertje van nog geen zeven weken oud.

Geen idee waar hij vandaan kwam. Hij stond ineens op de drempel van overbuurvrouws huis, waar ik toevallig net was binnengelopen, en keek me met zijn kleine zwarte kraaloogjes vrolijk aan alsof hij zeggen wilde: ‘Hallo, daar ben ik dan! Ik kom gezellig bij jullie wonen!’ En dat doet hij nu dus ook.

Wij houden van dieren, dat zal duidelijk zijn. Het maakt wonen in een land waar dierenliefde niet vanzelfsprekend is soms best moeilijk. Nu de zomer echt voorbij is, hebben de vakantiegangers hun tijdelijke huizen in de bergen verruild om terug te keren naar hun eigen regio’s – helaas met achterlating van hun viervoetige vakantievriendjes. Het aantal al dan niet zwangere zwerfhonden en –katten dat uit de bergen naar de kustdorpen trekt neemt vanaf oktober dan ook schrikbarend toe. Zoals ieder jaar worden ze min of meer opgevangen door de ‘vaste’ dorpelingen, die hen voorzien van voedselresten of – in het gunstigste geval – af en toe een paar kilo voer bij de supermarkt voor hen halen. De sterken overleven, de rest gaat dood, meestal een handje geholpen door snelle autobestuurders, op alles schietende jagers of – de grootste wreedheid die er is – een dierenhater met een paar kilo strychnine. Een keiharde werkelijkheid, waar je hart van omdraait.

Daarom wil ik u vandaag iets vertellen over Paws Pelion Greece, een vrijwilligersorganisatie die een aantal jaren geleden werd opgericht door een groepje permanent in Zuid-Pilion wonende Engelsen. De stichting telt inmiddels een groot aantal vrijwilligers (waaronder ook een heleboel Griekse dierenliefhebbers!) en doet werkelijk fantastisch werk. Met respect voor de Griekse cultuur – waarin het fenomeen zwerfdieren nu eenmaal een ‘gewoon’ iets is – spannen ze zich in om waar mogelijk deze dieren een beter bestaan te geven. Dankzij Paws Pelion zijn er op ons schiereiland al een heleboel kleine ‘adoptiewondertjes’ tot stand gekomen en kregen totaal verwaarlosde honden en katten een tweede leven, zowel in Griekenland als elders in Europa. Net zo waardevol – of misschien nog wel waardevoller – zijn hun inspanningen om de hier heersende anti-dieren-mentaliteit langzaamaan te veranderen: door voorlichting te geven op scholen, door voedseldonaties te verzorgen in afgelegen dorpen, door het aanbieden van gratis sterilisatieprogramma’s. Grenzeloze bewondering heb ik voor hen, want in een land waar katten en honden bij het gros van de mensen nog niet eens over de huisdrempel mogen komen, valt er echt nog heel wat werk te verzetten.

Paws Pelion heeft in mijn nieuwste roman Verscheurd Verlangen een klein bijrolletje gekregen, maar dat is niet de reden dat ik deze organisatie vandaag in deze column noem. Gisteren hoorde ik namelijk dat in Platania – het dorp waar Paws Pelion destijds is ontstaan – de helft van de kattenpopulatie én een aantal honden in één nacht door vergiftiging om het leven zijn gebracht. Ook is er een hond in een illegale wildklem gevonden, zo dicht bij de huizen dat het een wonder mag heten dat er geen kleine kinderen gewond zijn geraakt. Het trieste bericht raakte me diep, heel diep. Dit is zo verschrikkelijk erg; voor de dieren, voor de vele vrijwilligers, voor de dorpelingen die zo ‘trots’ waren op hun gezonde zwerfdierenbeleid. Dat één idioot met een zak strychnine het prachtige werk van zoveel jaren ongestraft teniet kan doen – de kans dat de dader gepakt wordt is namelijk heel, heel klein – zou niet moeten kunnen, maar helaas is de werkelijkheid anders.

De Engelse Sharon, de onvermoeibare ‘motor’ achter Paws Pelion, is een vrouw die letterlijk dag en nacht klaarstaat om een dier in nood te redden. Uit haar bericht op Facebook spreekt overduidelijk haar wanhoop en verdriet. ‘Ik ben aan het eind van mijn Latijn,’ schrijft ze en ik kan me daar heel goed iets bij voorstellen. Toch hoop ik dat ze de kracht zal vinden om door te gaan, want de zwerfdieren van Pilion hebben haar en haar team zo verschrikkelijk hard nodig. Daarom draag ik deze maand mijn column graag op aan Sharon, in de hoop dat heel veel mensen de weg naar de Paws Pelion-website (klik hier) zullen vinden en haar met donaties en/of praktische hulp zullen overtuigen dat opgeven geen optie is: omdat er op deze wereld nog altijd meer dierenliefhebbers dan dierenhaters zijn!

♥♥♥♥♥

Vlaardingers in den Vreemde

Wilma.countryIk ben er trots op een Vlaardingse Haringkop te zijn, en ook al woon ik met veel plezier in Pilion, ik draag de stad waar mijn roots liggen nog altijd een warm hart toe. Toen ik onlangs gevraagd werd om voor de onlinekrant Vlaardingen24 een vierwekelijkse column te schrijven over mijn leven in-den-vreemde, heb ik meteen volmondig ja gezegd.

Klik hier of op de foto om mijn introductiecolumn als Vlaardingse-in-den-Vreemde te lezen.

♣♣♣

COWBOY SWEETHEART

country wilmaIn de twee koffers waarmee wij acht jaar geleden in Pilion arriveerden, was geen ruimte om veel mee te nemen. Een logisch nadenkend mens zou in zo’n geval zaken die veel plaats innemen, zoals winterjassen en laarzen, achterlaten. We gingen per slot van rekening naar een warm land, dus dat soort dingen hadden we niet echt nodig.

Maar ik ben een vrouw, en logisch denken gaat mij – volgens manlief uiteraard – niet altijd even goed af. Behalve mijn heerlijk warme nep-bontjas zaten in mijn koffer dan ook drie paar laarzen. Mijn danslaarzen welteverstaan, want hoewel ik heel radicaal was in het schiften van onze bezittingen, mijn countrydans-verleden achterlaten… nee, dat kon ik echt niet over mijn hart verkrijgen!

De bontjas kwam meteen dat eerste jaar al heel goed van pas. Het was de strengste winter die Pilion in twintig jaar had meegemaakt en in die paar ijskoude weken heb ik me echt wel eens vertwijfeld afgevraagd waarom ik toch zo nodig naar een ‘warm’ land moest emigreren. We hadden nog geen bed, sliepen op matrassen op een marmeren stenen vloer en probeerden het appartement warm te stoken met een oude petroleumkachel, bijgestaan door een elektrisch verwarmingselement op wieltjes. Dat de airconditioning in de andere slaapkamer niet alleen koelde, maar ook warme lucht kon blazen… tja, daar kwamen we pas twee winters later achter. Ook de danslaarzen deden al snel weer dienst, want in die begintijd was er nog voldoende ruimte in mijn werkschema om af en toe een countrydans-lesje te geven. Dat veranderde echter toen de ene na de andere roman geschreven ‘moest’ worden. Tijd werd kostbaar en het dansen verdween geheel en al uit mijn Griekse leventje. Tot een paar weken geleden.

‘Je moet meer bewegen!’ kreeg ik naar aanleiding van mijn rugklachten steeds maar weer te horen. De trouwe column-lezer weet inmiddels dat ik al aardig mijn best doe. Rondjes lopen door de tuin, iedere week naar Pilates, rek- en strekoefeningen achter de computer… ik ben deze zomer zelfs een aantal keren in zee gesignaleerd! De rugpijn is wel minder geworden, maar om nu te zeggen dat het stukken beter gaat… nee, niet echt. De enige sport die ik leuk vind, is namelijk linedansen, maar in je eentje door de kamer hupsen is ook weer zo wat. Dus bleef het bij een incidenteel dansje als ik de kolder in de kop had, maar verder ging het eigenlijk niet. Ik had alleen niet met Gerrit gerekend. Gerrit is degene die destijds een aantal van mijn dansgroepen heeft overgenomen toen ik naar Griekenland vertrok. Hij en zijn gezin kwamen dit jaar vakantie vieren in Pilion en natuurlijk deden we op het terrasje voor de vakantiewoning samen een paar ‘oude’ dansjes. En vanaf dat moment bleef het kriebelen bij me. Die dansjes waren me zo goed bevallen dat ik eigenlijk wel weer meer wilde. ‘Dan start je toch gewoon hier een groepje op?’ zei Gerrit tegen me voor hij vertrok. ‘Begin met een workshop en kijk hoe het bevalt.’

Natuurlijk had ik daar zelf ook wel eens aan gedacht, maar misschien was ik er eerder nog niet aan toe om er ook echt iets mee te doen. Door die leuke dansjes met Gerrit op het terras realiseerde ik me echter ineens hoezeer ik het dansen miste, en dus heb ik een paar weken later de laarzen inderdaad uit de kast gehaald. Ze waren wat stoffig geworden, maar dat was met een nat doekje zo verholpen. Zelfs m’n ouwe trouwe cowboyhoed – ja, ook die was in de koffer meegegaan – was na een sopje weer als nieuw, en zo kon het gebeuren dat ik een paar weken geleden als een echte cowgirl door Kato Gatzea liep, op weg naar m’n eerste introductie linedance-workshop na jaren. Het werd een heel gezellig dansfeestje, maar aangezien mijn Grieks niet dusdanig is dat ik kreten als ‘hak, teen, stamp, rust’ zo uit m’n mouw schud, de aanwezige Griekse dames Engels noch Duits spraken, de Duitse dames geen Engels verstonden, en de Engelse dame geen Duits, vond het lesgeven plaats in een hilarisch koeterwaals van wel vier talen, want ook het oude vertrouwde Nederlands rolde af en toe automatisch van mijn lippen. Ik was dan ook heel erg trots dat ondanks die Babylonische spraakverwarring alle deelnemers binnen tien minuten hun allereerste country-linedans onder de knie hadden. En het ook nog eens zo leuk vonden, dat we er inmiddels een wekelijkse les van hebben gemaakt. Gewoon, voor de lol. Maar vooral omdat het zo goed is voor mij 😉

♥♥♥♥♥

IK BEN!

sprinkhaan‘Wel een luidruchtig volkje, die Grieken,’ is een opmerking die ik regelmatig van mijn Nederlandse bezoekers hoor. En ja, dat is zo, hoewel ik het zelf liever levendig noem. Alles is hier net even iets luider dan wij gewend zijn, de gebaren breder, de emoties openlijker. Even wennen dus als je vanuit het introverte noorden in ons extroverte zuiden terechtkomt.

Ondanks het rustige dorpsleven dat we hier hebben, is ‘stil’ daarom niet altijd van toepassing, zeker niet in de zomermaanden. Ook niet tijdens de siësta-uurtjes, wanneer ieder menselijk geluid verstomt. Dat zijn namelijk juist de uurtjes waarin de krekels gezamenlijk hun ultieme hoogtepunt lijken te bereiken. Hoe doordringend aanwezig hun getjilp is, merk je eigenlijk pas als ze zo tegen half negen ’s avonds plotseling stilvallen. Suizende oren en een gesprek dat automatisch enkele decibels luider gevoerd wordt dan normaal, is iets wat in de acute stilte ineens opvalt. Helaas duurt die heerlijke stilte maar even, want na een halfuurtje nemen de nachtkrekels het alweer over. Gelukkig zijn die wel iets beschaafder dan hun soortgenoten van overdag, anders zou slapen zonder oordopjes toch echt onmogelijk zijn.

Hoewel oordopjes sowieso geen slecht idee is, want ik word regelmatig ’s morgens vroeg uit m’n slaap gehaald door het geschetter van een van de vele marskramers die door de straat rijden. Luidkeels prijzen ze hun waren en diensten aan, ieder op hun eigen manier. Zo hebben we een heel aardige Winkel-van-Sinkel-man, die met een gezellig muziekje zijn komst aankondigt, ons beleefd goedendag wenst en vervolgens op beschaafde toon uitlegt dat hij de beste rijdende winkel van de buurt heeft die we zeker moeten komen bekijken omdat hij alles verkoopt wat ons hartje begeert, en dat ook nog eens voor de allerbeste prijzen, dus komt dat zien, komt dat zien… Waarna hij zijn praatje afsluit met opnieuw een vrolijk muzikaal intermezzo. In schril contrast daarmee staat de wanhopige groenteman die je zo je laatste stuiver zou geven. Op jankerige toon raffelt hij achter elkaar af wat hij heeft: tomaten, paprika’s, aubergines, courgettes, aardappels… Het klinkt alsof hij ieder moment echt in huilen zal uitbarsten omdat er alweer niemand, niemand is, die zijn producten wil kopen. Wat niet verwonderlijk is, want wie koopt er nu graag bij zo’n huilebalk?

En dan zijn er natuurlijk ook de marskramers die denken dat als je die luidspreker nou maar héél hard zet, de klandizie evenredig zal toenemen. Zo eentje kwam er gisteren langs. We hoorden hem al vanaf het begin van de straat schreeuwen dat hij uien had. Héle mooie uien, hele díkke uien, práchtige uien voor slechts 3 euro de kilo… Steeds opnieuw en opnieuw moesten we aanhoren hoe fantastisch zijn uien wel waren. Bij de overbuurman, die in de tuin aan het werk was, hield hij stil. Hij boog zich door het raampje naar de buurman, om – zo te zien – iets heel spannends te gaan zeggen. Nieuwsgierig luisterden we mee en tot onze grote hilariteit hoorden we hem zeggen: “Hé, meneer! Meneer, ik heb úíen!” Ja, ja, alsof we dat nog niet wisten…

Het mooie vind ik dat er niemand is die de luidruchtige verkopers de straat uit jaagt, niemand die de politie belt omdat ze geluidsoverlast produceren, niemand die deze mensen uitscheldt. Ze mogen er gewoon ‘zijn’, op hun eigen – naar onze noordelijke maatstaven – behoorlijk luidruchtige manier. Leven en laten leven is nu eenmaal iets wat hier hoog in het vaandel staat. Iets wat ons uitstekend bevalt.

De afgelopen maand heb ik meegedaan aan een online meditatiecursus van Oprah Winfrey en Deepak Chopra. Niet heel fanatiek, maar toch, je steekt er altijd iets van op. Bij elke sessie hoorde een mantra waarvan eentje me onmiddellijk aansprak: ‘so uhm – ik ben!’ Dat is namelijk iets waar ik mijn hele leven al moeite mee heb. Je eigen plekje opeisen, er mogen zijn… In het levendige Griekse wereldje waarin ik me nu bevind, is dat heel normaal, maar voor mij is dat nog steeds niet zo vanzelfsprekend. Als ik op de scooter naar Volos tuf, en de bochtjes in een omaatjes-tempo neem, prevel ik regelmatig verontschuldigingen naar de automobilisten die achter me rijden. Vanwege de staat van het asfalt is het namelijk niet altijd mogelijk om goed rechts te houden, dus moeten ze regelmatig achter me blijven hangen tot ik de bocht om ben, wat ik zeer vervelend voor ze vind. Niet dat iemand het me kwalijk neemt, want niemand toetert, scheldt of laat merken dat ik hen ophoud. Zo werkt dat hier niet. Het zit allemaal tussen mijn eigen oren. Sinds die bewuste meditatie mummel ik in de gevaarlijke bochten echter geen verontschuldigingen meer. In plaats daarvan prevel ik nu: so uhm, sóóó uhm! Het helpt. Langzaam dringt het echt tot me door dat ook ik er mag zijn, dat niemand het me kwalijk neemt dat ik in sukkeltempo die bochten neem, omdat ook ik net als ieder ander het recht heb om te zijn wie ik ben.

Als ik zo ’s om me heen kijk, dan is so uhm een mantra dat de Grieken volgens mij al vanaf hun geboorte hebben meegekregen. Het sluit werkelijk naadloos aan op de levensstijl die ik hier zie. En daarom… daarom hoort u mij nu steeds vaker ‘so uhm’ prevelen. En het werkt. Ik voel me al bijna een echte Griekse 😉

♥♥♥♥♥