Winter

IJspret.2Hier in ons zonnige Pilion heeft ‘winter’ een totaal andere betekenis dan wat men zich gewoonlijk bij ‘winter’ voorstelt. Dat begint al in september, wanneer iedereen elkaar enthousiast een ‘Kalo Ximona’ oftewel een prettige winter toewenst. Heel onwerkelijk als de mussen om je heen bijna van het dak vallen omdat het nog zo warm is.

Die wens stamt ongetwijfeld nog uit de tijd dat bijna iedereen een zomer- en winterverblijf had. In de hete zomermaanden betrok men met het hele gezin het familiehuis in de koele bergen, en als het daar te fris werd, zo half september, dan werd het hele huishouden inclusief de veestapel weer verkast naar de andere woonplek, die meestal in de lager gelegen – en dus warmere – dorpjes aan de kust lag.

Ik verbaas me regelmatig over het gemak waarmee de mensen in mijn omgeving nog steeds van huis verwisselen. Zo heeft de buurman verderop zijn centrale woonplek in Volos, maar in de zomermaanden wonen hij en zijn vrouw in hun huis verderop in onze straat. In die periode verblijven ze echter ook vaak in Makrinitsa, want daar hebben ze een stuk land met fruit- en olijfbomen. ’s Winters wonen ze dus echt in Volos, maar ook weer niet de hele tijd. In die periode reizen ze namelijk veelvuldig af naar Athene. Voor doktersbezoeken of trouwerijen, voor de kerstdagen, doopfeesten of begrafenissen. Dan wonen ze bij een van hun kinderen, die hun centrale woonplek in Athene schijnen te hebben. Een beetje verwarrend is het soms wel, maar het verklaart wel de vraag die in een telefoongesprek over het algemeen als eerste gesteld wordt: ‘Pou eisai – Waar ben je?’ Want met een Griek weet je het maar nooit.

Wij daarentegen zijn zeer honkvast, hetgeen bij onze Griekse dorpsgenoten weer verwondering opwekt. Dat wij er vrijwillig voor kiezen om niet alleen in de zomer, maar ook in de saaie koude wintermaanden in ons kleine dorpje aan de zee te verblijven, vinden ze maar vreemd. De eerste jaren werden we bij een weerzien in het vroege voorjaar dan ook steevast begroet met: ‘Welcome back!’ Inmiddels weet men gelukkig wel dat we tot de vaste  dorpsbewoners horen, maar begrijpen doen ze het nog steeds niet. Wie kiest er nu voor om maandenlang in een bijna uitgestorven dorp te blijven waar niets te beleven is?

Nou, wij dus! Ik vind het heerlijk om lekker in het zonnetje op m’n terras te zitten en te genieten van de rust en de stilte. De vrolijke marguerita’s zijn aan hun tweede bloei begonnen, de paarse Solina-struik is nog steeds bezig aan de eerste en de gele klaver speelt alweer een enthousiast partijtje landveroveren in alle borders. Eind november in de tuin zitten genieten van het buitenleven… dan moet je wel een beetje gek zijn, zie ik mijn buren denken als ze zich langs mijn hek haasten, gekleed in dikke jassen en met een wollen sjaal om. Ja, wat wil je, het is vijftien graden, hartstikke koud…

Ik ben benieuwd hoe onze kerst zal zijn, want ik weet uit ervaring dat het weer natuurlijk zo om kan slaan. Misschien hebben we wel sneeuw, hoewel dat wat aan de vroege kant zou zijn voor ‘hier beneden’. Of misschien is het wel zo warm dat we onze kerstmaaltijd kunnen roosteren op een barbecue aan het strand. Het is allemaal mogelijk: regen, wind, zonneschijn, sneeuw… en juist daarom vind ik de winters hier zo leuk. Dat ik in deze tijd van het jaar nog regelmatig lekker in mijn tuin kan zitten met alleen een vest aan, vind ik op zich al een heerlijk geschenk. En ook al krijgen we vast en zeker hier ook onze portie ‘echte winter’, ik weet nu al dat het in vergelijking met de winter in mijn geboorteland weinig voor zal stellen.

Van al die koude, regenachtige en donkere Nederlandse dagen word je niet vrolijk, dat herinner ik me echter nog maar al te goed. Ik wens iedereen dan ook veel sterkte de komende maanden. En mocht u het echt niet meer zien zitten, ga dan lekker naast de kachel in een stoel zitten met een van mijn ‘Pilion’-romans. Ik ben er zeker van dat de warme Griekse zonnestraaltjes die ik daarin heb verweven u voor een paar uur alle winterellende zullen doen vergeten. Dus… hebt u mijn boeken nog niet in huis, zet ze dan snel op uw verlanglijstje voor de Sinterklaas of de kerst, als paperback of als e-book! Voor de noodzakelijke wintervitamientjes J

Veel zonnig leesplezier met:  Verscheurd Verlangen, Harteloos, Zomerdroom en Onder de Griekse zon!

♥♥♥♥♥

P.S. Het laatste kattennieuws: Jason speelt inmiddels elke dag wel een poosje alleen buiten, maar hij blijft gelukkig nog aardig in de buurt van het huis. Het allerliefste plekje waar hij de dag doorbrengt is echter het mandje onder de bureaulamp achter mijn laptop… nou ja, nadat hij eindelijk is uitgespeeld met alle spannende snoertjes en wel honderd keer van mijn schoot is verwijderd 😉

For Sharon and PAWS PELION

PoesOns huishouden is weer een kattenkind rijker. Vorige maand wandelde Iason ons leven binnen. Een klein grijs katertje van nog geen zeven weken oud.

Geen idee waar hij vandaan kwam. Hij stond ineens op de drempel van overbuurvrouws huis, waar ik toevallig net was binnengelopen, en keek me met zijn kleine zwarte kraaloogjes vrolijk aan alsof hij zeggen wilde: ‘Hallo, daar ben ik dan! Ik kom gezellig bij jullie wonen!’ En dat doet hij nu dus ook.

Wij houden van dieren, dat zal duidelijk zijn. Het maakt wonen in een land waar dierenliefde niet vanzelfsprekend is soms best moeilijk. Nu de zomer echt voorbij is, hebben de vakantiegangers hun tijdelijke huizen in de bergen verruild om terug te keren naar hun eigen regio’s – helaas met achterlating van hun viervoetige vakantievriendjes. Het aantal al dan niet zwangere zwerfhonden en –katten dat uit de bergen naar de kustdorpen trekt neemt vanaf oktober dan ook schrikbarend toe. Zoals ieder jaar worden ze min of meer opgevangen door de ‘vaste’ dorpelingen, die hen voorzien van voedselresten of – in het gunstigste geval – af en toe een paar kilo voer bij de supermarkt voor hen halen. De sterken overleven, de rest gaat dood, meestal een handje geholpen door snelle autobestuurders, op alles schietende jagers of – de grootste wreedheid die er is – een dierenhater met een paar kilo strychnine. Een keiharde werkelijkheid, waar je hart van omdraait.

Daarom wil ik u vandaag iets vertellen over Paws Pelion Greece, een vrijwilligersorganisatie die een aantal jaren geleden werd opgericht door een groepje permanent in Zuid-Pilion wonende Engelsen. De stichting telt inmiddels een groot aantal vrijwilligers (waaronder ook een heleboel Griekse dierenliefhebbers!) en doet werkelijk fantastisch werk. Met respect voor de Griekse cultuur – waarin het fenomeen zwerfdieren nu eenmaal een ‘gewoon’ iets is – spannen ze zich in om waar mogelijk deze dieren een beter bestaan te geven. Dankzij Paws Pelion zijn er op ons schiereiland al een heleboel kleine ‘adoptiewondertjes’ tot stand gekomen en kregen totaal verwaarlosde honden en katten een tweede leven, zowel in Griekenland als elders in Europa. Net zo waardevol – of misschien nog wel waardevoller – zijn hun inspanningen om de hier heersende anti-dieren-mentaliteit langzaamaan te veranderen: door voorlichting te geven op scholen, door voedseldonaties te verzorgen in afgelegen dorpen, door het aanbieden van gratis sterilisatieprogramma’s. Grenzeloze bewondering heb ik voor hen, want in een land waar katten en honden bij het gros van de mensen nog niet eens over de huisdrempel mogen komen, valt er echt nog heel wat werk te verzetten.

Paws Pelion heeft in mijn nieuwste roman Verscheurd Verlangen een klein bijrolletje gekregen, maar dat is niet de reden dat ik deze organisatie vandaag in deze column noem. Gisteren hoorde ik namelijk dat in Platania – het dorp waar Paws Pelion destijds is ontstaan – de helft van de kattenpopulatie én een aantal honden in één nacht door vergiftiging om het leven zijn gebracht. Ook is er een hond in een illegale wildklem gevonden, zo dicht bij de huizen dat het een wonder mag heten dat er geen kleine kinderen gewond zijn geraakt. Het trieste bericht raakte me diep, heel diep. Dit is zo verschrikkelijk erg; voor de dieren, voor de vele vrijwilligers, voor de dorpelingen die zo ‘trots’ waren op hun gezonde zwerfdierenbeleid. Dat één idioot met een zak strychnine het prachtige werk van zoveel jaren ongestraft teniet kan doen – de kans dat de dader gepakt wordt is namelijk heel, heel klein – zou niet moeten kunnen, maar helaas is de werkelijkheid anders.

De Engelse Sharon, de onvermoeibare ‘motor’ achter Paws Pelion, is een vrouw die letterlijk dag en nacht klaarstaat om een dier in nood te redden. Uit haar bericht op Facebook spreekt overduidelijk haar wanhoop en verdriet. ‘Ik ben aan het eind van mijn Latijn,’ schrijft ze en ik kan me daar heel goed iets bij voorstellen. Toch hoop ik dat ze de kracht zal vinden om door te gaan, want de zwerfdieren van Pilion hebben haar en haar team zo verschrikkelijk hard nodig. Daarom draag ik deze maand mijn column graag op aan Sharon, in de hoop dat heel veel mensen de weg naar de Paws Pelion-website (klik hier) zullen vinden en haar met donaties en/of praktische hulp zullen overtuigen dat opgeven geen optie is: omdat er op deze wereld nog altijd meer dierenliefhebbers dan dierenhaters zijn!

♥♥♥♥♥

Vlaardingers in den Vreemde

Wilma.countryIk ben er trots op een Vlaardingse Haringkop te zijn, en ook al woon ik met veel plezier in Pilion, ik draag de stad waar mijn roots liggen nog altijd een warm hart toe. Toen ik onlangs gevraagd werd om voor de onlinekrant Vlaardingen24 een vierwekelijkse column te schrijven over mijn leven in-den-vreemde, heb ik meteen volmondig ja gezegd.

Klik hier of op de foto om mijn introductiecolumn als Vlaardingse-in-den-Vreemde te lezen.

♣♣♣

COWBOY SWEETHEART

country wilmaIn de twee koffers waarmee wij acht jaar geleden in Pilion arriveerden, was geen ruimte om veel mee te nemen. Een logisch nadenkend mens zou in zo’n geval zaken die veel plaats innemen, zoals winterjassen en laarzen, achterlaten. We gingen per slot van rekening naar een warm land, dus dat soort dingen hadden we niet echt nodig.

Maar ik ben een vrouw, en logisch denken gaat mij – volgens manlief uiteraard – niet altijd even goed af. Behalve mijn heerlijk warme nep-bontjas zaten in mijn koffer dan ook drie paar laarzen. Mijn danslaarzen welteverstaan, want hoewel ik heel radicaal was in het schiften van onze bezittingen, mijn countrydans-verleden achterlaten… nee, dat kon ik echt niet over mijn hart verkrijgen!

De bontjas kwam meteen dat eerste jaar al heel goed van pas. Het was de strengste winter die Pilion in twintig jaar had meegemaakt en in die paar ijskoude weken heb ik me echt wel eens vertwijfeld afgevraagd waarom ik toch zo nodig naar een ‘warm’ land moest emigreren. We hadden nog geen bed, sliepen op matrassen op een marmeren stenen vloer en probeerden het appartement warm te stoken met een oude petroleumkachel, bijgestaan door een elektrisch verwarmingselement op wieltjes. Dat de airconditioning in de andere slaapkamer niet alleen koelde, maar ook warme lucht kon blazen… tja, daar kwamen we pas twee winters later achter. Ook de danslaarzen deden al snel weer dienst, want in die begintijd was er nog voldoende ruimte in mijn werkschema om af en toe een countrydans-lesje te geven. Dat veranderde echter toen de ene na de andere roman geschreven ‘moest’ worden. Tijd werd kostbaar en het dansen verdween geheel en al uit mijn Griekse leventje. Tot een paar weken geleden.

‘Je moet meer bewegen!’ kreeg ik naar aanleiding van mijn rugklachten steeds maar weer te horen. De trouwe column-lezer weet inmiddels dat ik al aardig mijn best doe. Rondjes lopen door de tuin, iedere week naar Pilates, rek- en strekoefeningen achter de computer… ik ben deze zomer zelfs een aantal keren in zee gesignaleerd! De rugpijn is wel minder geworden, maar om nu te zeggen dat het stukken beter gaat… nee, niet echt. De enige sport die ik leuk vind, is namelijk linedansen, maar in je eentje door de kamer hupsen is ook weer zo wat. Dus bleef het bij een incidenteel dansje als ik de kolder in de kop had, maar verder ging het eigenlijk niet. Ik had alleen niet met Gerrit gerekend. Gerrit is degene die destijds een aantal van mijn dansgroepen heeft overgenomen toen ik naar Griekenland vertrok. Hij en zijn gezin kwamen dit jaar vakantie vieren in Pilion en natuurlijk deden we op het terrasje voor de vakantiewoning samen een paar ‘oude’ dansjes. En vanaf dat moment bleef het kriebelen bij me. Die dansjes waren me zo goed bevallen dat ik eigenlijk wel weer meer wilde. ‘Dan start je toch gewoon hier een groepje op?’ zei Gerrit tegen me voor hij vertrok. ‘Begin met een workshop en kijk hoe het bevalt.’

Natuurlijk had ik daar zelf ook wel eens aan gedacht, maar misschien was ik er eerder nog niet aan toe om er ook echt iets mee te doen. Door die leuke dansjes met Gerrit op het terras realiseerde ik me echter ineens hoezeer ik het dansen miste, en dus heb ik een paar weken later de laarzen inderdaad uit de kast gehaald. Ze waren wat stoffig geworden, maar dat was met een nat doekje zo verholpen. Zelfs m’n ouwe trouwe cowboyhoed – ja, ook die was in de koffer meegegaan – was na een sopje weer als nieuw, en zo kon het gebeuren dat ik een paar weken geleden als een echte cowgirl door Kato Gatzea liep, op weg naar m’n eerste introductie linedance-workshop na jaren. Het werd een heel gezellig dansfeestje, maar aangezien mijn Grieks niet dusdanig is dat ik kreten als ‘hak, teen, stamp, rust’ zo uit m’n mouw schud, de aanwezige Griekse dames Engels noch Duits spraken, de Duitse dames geen Engels verstonden, en de Engelse dame geen Duits, vond het lesgeven plaats in een hilarisch koeterwaals van wel vier talen, want ook het oude vertrouwde Nederlands rolde af en toe automatisch van mijn lippen. Ik was dan ook heel erg trots dat ondanks die Babylonische spraakverwarring alle deelnemers binnen tien minuten hun allereerste country-linedans onder de knie hadden. En het ook nog eens zo leuk vonden, dat we er inmiddels een wekelijkse les van hebben gemaakt. Gewoon, voor de lol. Maar vooral omdat het zo goed is voor mij 😉

♥♥♥♥♥