Warm

Strand.4Het is vakantietijd en dat is duidelijk te merken in ons kleine dorpje aan de zee. Onbekende, veelal schaars geklede mensen, zeulend met parasols en tassen vol met zonnebrandcrème, badlakens en flessen limonade, lopen dagelijks langs ons tuinhek, op weg naar het verkoelende water van de Pagasitische Golf. Geen Zandvoort-achtige toestanden, hoor. Zo erg is het nu ook weer niet. Als er ieder uur gemiddeld vier strandgasten voorbij komen, dan vinden wij het al druk!

Veel tijd om ook van dat verkoelende water te genieten heb ik helaas niet. De laatste hoofdstukken van mijn nieuwe roman Verscheurd Verlangen moeten geschreven worden, en daar ben ik best heel druk mee. Het valt niet mee om de creativiteit op gang te houden bij temperaturen van boven de dertig graden. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat ik deze week scènes schrijf waarin mijn hoofdpersonen overdag heerlijk in zee liggen te dompelen of pas ’s avonds na halftien op terrasjes terechtkomen. Een onthullend kijkje in mijn schrijverskeukentje waaruit u natuurlijk niet meteen de conclusie moet trekken dat wanneer ik mijn hoofdpersoon met een mooie man in bed laat duiken… Afijn, u begrijpt me wel.

Vakantietijd, daar had ik het over. Niet alleen in Nederland is de vakantiepiek op z’n hoogst. Hier naderen we de 15e augustus, de dag waarop Maria Hemelvaart gevierd wordt. In de weken ervoor en erna gaat zo ongeveer heel Griekenland met vakantie. Nou ja, behalve natuurlijk de mensen die voor die leuke vakantie moeten zorgen. De tavernes, bars en terrasjes zitten al vol vakantiegangers en die willen uiteraard wel bediend worden. Heen en weer lopen met bladen vol drankjes en eten valt niet mee bij temperaturen van ver boven de dertig graden, en dan heb ik het nog niet eens over de mensen die in de keuken achter het hete fornuis volledig gekleed in de potten en pannen staan te roeren. Wanneer ik daaraan denk, ben ik altijd weer blij dat ik mijn beroep achter de computer kan uitoefenen, in een kamertje uit de zon met de ventilator op twee. Want als ik het echt heel erg warm heb, trek ik gewoon nog een kledingstuk uit. Dat kan. Niemand die het ziet.

Wekenlang zomer is iets waarnaar je kunt verlangen als je maandenlang winter hebt gehad. Dat weet ik als geen ander. Wekenlang zomer hébben is echter niet altijd zo fijn als je in de winter denkt. Ook dat weet ik inmiddels als geen ander. Dit jaar hebben wij een heerlijke zomer. We hebben namelijk al een paar keer REGEN gehad! En niet zomaar een paar druppeltjes, nee, van die verrukkelijke lekkere kletterbuien waardoor alles blank komt te staan. Zo’n bui waarvan de hele boel lekker opfrist en manlief verheugd zegt: ‘O wat heerlijk, kan ik het sproeien vandaag overslaan!’

Vanmorgen hadden we weer zo’n bui. Ik vond het wel een beetje zielig voor de vroeg opgestane vakantiegangers die zich verheugd hadden op een lekkere luie stranddag, maar als u diep in mijn hart kijkt, mag er morgen absoluut nog eentje vallen. Na de vele dagen van aanhoudende zware warmte is ademhalen in een regenbui letterlijk ‘een verademing’. En niet alleen voor ons, ook onze Ira wist van gekkigheid niet wat ze als eerste zou gaan doen. Tikkertje, verstoppertje, touwtrekken met ‘Fluffie’… Na dagen van ‘in de goot liggen’ – de koelste plek op het heetst van de dag –  had ons madammeke dankzij de regen een superleuke ochtend. Inmiddels is de zon al een paar uur geleden doorgebroken. De ventilator draait weer op volle toeren en ik zit puffend achter mijn computer. Met de zonnejurk keurig netjes aan, dat wel, want de temperatuur is dankzij de regenbui nog steeds beneden de dertig graden. Relatief ‘koel’ dus voor 1 augustus…

Misschien gaat er in die laatste hoofdstukken van Verscheurd Verlangen nog wel een flinke regenbui vallen. Zo eentje waarbij het water als een woest kolkende rivier langs de onbegaanbaar geworden kalderimi’s naar beneden stroomt. Zo eentje waarbij je als hoofdpersoon niets anders kunt doen dan vanuit je slaapkamerraam een blik naar buiten werpen. Om je vervolgens om te draaien en zonder enig schuldgevoel het bed weer in te duiken. Het bed waar die mooie man… Afijn, dat leest u dan te zijner tijd wel in het boek 😉

♥♥♥♥♥

Spring-angst en girlpower

GirlpowerAls kind kreeg ik op de lagere school verplicht zwemles. Behalve een zwemdiploma heb ik er ook een trauma aan overgehouden: spring-angst.

Dat komt door die ene onpedagogische badmeester, die me op de allereerste dag dat ik naar ‘het diepe’ mocht, dwong de hoge veer te beklimmen en over de wiebelende plank naar het uiterste puntje te lopen. Waar hij vervolgens het bibberend hoopje kind dat ik inmiddels was geworden bij de oksels pakte en zonder enige waarschuwing drie meter naar beneden liet plonzen. Tja… van tere kinderzieltjes hadden ze in die tijd echt nog niet gehoord!

De angst om te springen zit er bij mij nog steeds in. Ik krijg de bibbers van dat ene moment waarop je de laatste stap moet zetten, de stap die het verschil maakt tussen iets wel en iets niet doen. Spontaan ‘in het diepe springen’ is er voor mij na die traumatische ervaring in het zwembad nooit meer bij geweest, en dat bedoel ik zowel letterlijk als figuurlijk. Mijn meest recente spring-avontuur – een schrijfretraite in Pilion – heeft dan ook heel lang moeten sudderen voor ik de moed had om de allerlaatste stap die ervoor nodig was te zetten. Maar… jawel, afgelopen vrijdag was het zover! Voor de zoveelste keer die dag hing mijn vinger boven het knopje ‘publiceren op de website’, voor de zoveelste keer trok ik hem weer terug. In mijn verbeelding voelde ik de duikplank uit mijn jeugd met steeds grotere zwaaien op en neer gaan, voelde ik de angst mijn keel dichtknijpen, voelde ik die grote ruwe handen van de badmeester weer onder mijn oksels. En toen… toen heb ik zeker tien minuten heel hartelijk om mezelf zitten lachen om vervolgens met een grote brede grijns en een ferme druk op de knop mijn laatste ‘spring-avontuur’ de wereld in te sturen.

Een schrijfretraite in Potistika… ‘Als je hier niet kunt schrijven, kun je het nergens,’ verzuchtte een van mijn proefpersonen toen we op het terras van de Villa Athina de stilte en het prachtige uitzicht op de Egeïsche Zee op ons in lieten werken. ‘Dit is een plek waar de magie van Pilion voelbaar om je heen is.” Haar woorden waren het allerlaatste zetje dat ik nodig had om mijn al jaren sudderende droom tot leven te laten komen: de droom om andere vrouwen te helpen ‘hun boek’ te schrijven. Ik weet namelijk uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om iets wat al jaren aan de binnenkant van je hoofd krabbelt, om dat wat er zo heel graag uit wil, maar altijd weer wordt weggestopt, vorm te geven en op papier te zetten. Zoveel redenen om het niet te doen, zoveel redenen… om niet te springen.

Girlpower is een term die ik onlangs geleerd heb en waar ik heel blij mee ben. Het omschrijft namelijk precies wat ik de afgelopen jaren zelf heb mogen meemaken: de stimulerende kracht van een klein groepje vrouwen die allemaal dezelfde droom hadden als ik. Vrouwen die ooit een boek wilden schrijven, maar er om wat voor reden dan ook nooit aan toekwamen. Hun steun, hun adviezen, hun enthousiasme, maar vooral ook hun ongezouten meningen hebben mij gemaakt tot wat ik nu ben: een gelukkig mens dat haar dagen vult met boeken schrijven onder de Griekse zon. Girlpower is praten, lachen, huilen, zingen en dansen tegelijk. Je krijgt er energie van om dingen te doen waarvan je altijd dacht dat je ze niet kon. Maar het mooiste van girlpower is het liefdevolle vangnet: het weten dat er altijd mensen voor je klaar staan om je op te rapen als je de sprong waagt. Ik heb heel wat cyber hugs en cyber chocolates mogen ontvangen – en ja, ook gestuurd – als die sprong op dat moment nog net even iets te ver was. En heel veel cyber flowers and kisses als ik weer een stapje verder was gekomen. Vallen en opstaan hoort namelijk bij het leren van een vak, en dat geldt zeker voor het schrijversvak. Al doende heb ik het geleerd en ja, ik ben er heel trots op dat ik mezelf tegenwoordig ‘fulltime schrijfster’ mag noemen. Maar één ding weet ik heel zeker: zonder mijn schrijfbuddy’s, zonder de girlpower die ik van hen kreeg – en nog steeds krijg – had ik het beslist niet gered.

Nu, bijna vijftien jaar nadat ik mijn eerste aarzelende echte schreden op het schrijverspad zette, wil ik met mijn eigen girlpower andere vrouwen helpen hun sprong in het diepe te wagen. In kleine groepjes, op een heerlijke plek waar je niets anders aan je hoofd hebt dan schrijven. En dat alles natuurlijk gecombineerd met de onbetwistbare magie van Pilion! Ik wil zo heel graag dat wat ik heb geleerd, dat wat ik weet, delen met anderen en hen verder helpen op hun eigen schrijverspad. Dus… herken je iets in mijn verhaal? Begint het al kriebelen? Wil je je schrijversdroom eindelijk serieus aanpakken? Waag dan die sprong en kom naar een van mijn schrijfretraites in Pilion! Girlpower werkt namelijk echt. Ik weet het zeker. Kijk maar eens naar het gestadig groeiende rijtje boeken dat inmiddels op mijn website staat 😉

♥♥♥♥♥

Zomer in Pilion

Potistika_A12_protWaarom Pilion, schreef ik vorige week op mijn facebook-pagina, met daarbij een link naar het betreffende stukje hier op mijn website. In deze tijden van crisis draag ik immers graag mijn steentje bij om ons voor velen nog onbekende mooie schiereiland te promoten. Wel, aan de plotselinge stijging van mijn bezoekersaantallen te zien is dat aardig gelukt 😉

Mijn enthousiasme voor Pilion heeft inmiddels al meerdere mensen over de streep getrokken om hier een vakantie door te brengen. Vrienden en oude bekenden terugzien vind ik heel gezellig en ik probeer daar als het enigszins mogelijk is tijd voor vrij te maken. Dat lukt helaas niet altijd, want op de een of andere manier komt iedereen vaak in dezelfde periode deze kant op. September en mei zijn bij ons echte topmaanden op ‘weerzien-gebied’, en in de achter mij liggende weken heb ik dan ook alweer een flink aantal mensen mogen begroeten die ik lang niet had gezien. Als het werk dat toelaat, ga ik ook wel eens een hele dag met z’n allen op stap, iets wat de feestvreugde van het weerzien aan beide kanten alleen maar vergroot. Zo vaak ‘vakantie houden in eigen land’ is er voor mij niet bij, dus ik geniet daar met volle teugen van. En de vrienden genieten op hun beurt van de ‘insiders-plekjes’ waar ik hen mee naartoe neem. Zo’n dagje uit is voor hen dan toch net even anders dan wanneer ze op zichzelf als toerist het schiereiland verkennen.

Zo is het zomerseizoen voor mij eigenlijk alweer in volle gang. In de tuin is de ongelooflijk mooie voorjaarsbloei grotendeels voorbij. De planten en bloemen hebben even een dipje, maar de zomerbloeiers zijn alweer onderweg om hun plaats over te nemen. We zijn er nu ook eindelijk achter waarom we van de vele in de volle grond gezaaide bloemetjes niets, maar dan ook werkelijk niets terugzien. Dat ligt aan de mieren. Afgelopen week had manlief voor de zoveelste keer geprobeerd om het strookje grond buiten ons hek te veranderen in een groen grasveldje. Met weer een ander soort graszaad, want de vorige pogingen waren op niets uitgelopen. Nog geen tien minuten later zagen we tot onze grote verbazing hele kolonnes mieren de zojuist gestrooide zaadjes in sneltreinvaart weer afvoeren, de piepkleine bolletjes balancerend op hun kop. Een onverwacht en beslist heel grappig gezicht, waarmee ook het raadsel van de andere niet opkomende zaden meteen opgelost was. Maar ons gazonnetje… dat laat dus nog even op zich wachten. Tot we het probleem van de toch wel wat al te nijvere mieren opgelost hebben.

Over een kleine twee weken is het hier Hemelvaartsdag, wat in onze kustdorpjes de officiële opening van het badseizoen betekent. Maar goed ook dat het dit jaar zo laat valt, want het zeewater is nog erg koud. Hoewel dat ook aan ons kan liggen, want volgens de Nederlandse badgasten die we spreken is het op dit moment echt al heerlijk zwemmen in de Pagasitische Golf. Waarschijnlijk is ons bloed inmiddels gewend geraakt aan de Griekse temperaturen. Ik weet nog goed dat we in de eerste jaren een beetje moesten glimlachen om die malle Grieken, die in het voorjaar bij negentien graden nog kouwelijk weggedoken in muts en sjaal over straat gingen. Nu betrap ik me er zelf op dat ik ’s avonds al heel snel een vest tevoorschijn tover, zelfs wanneer de thermometer nog ruim tweeëntwintig graden aangeeft. Voor mij voelt het dan namelijk al echt frisjes aan. Weet echter dat ik het u, toekomstige vakantieganger in Pilion, beslist niet kwalijk zal nemen als u mij een beetje meewarig aankijkt wanneer ik toevallig met mijn dikke vest aan bij u op hetzelfde taverneterras zit. Ik hoef alleen maar te denken aan het weer dat u de afgelopen acht maanden ten deel is gevallen om me te realiseren dat uw bloed nog steeds gewend is aan Noordpool-temperaturen. En geloof me, iedere keer opnieuw ben ik dan weer zo verschrikkelijk blij dat ik hier woon 😉

♥♥♥♥♥

Oranjeliefde

Koninginnedag-in-Vlaardingen‘Proud to be Dutch’ schreef ik zojuist op mijn Facebook-pagina en het komt uit de grond van m’n hart. Wat een heerlijk volkje zijn we toch. Of beter gezegd: kúnnen we zijn als we het dagelijks leven even aan de kant zetten voor Belangrijker Zaken. Voor een troonswisseling dus.

Hebt u ook zo genoten van onze laatste Koninginnedag? Ik zeer zeker wel! Mijn Oranje-kriebels kwamen weliswaar wat laat op gang, omdat ik het de afgelopen weken nogal druk had met alle privé- en werkschoteltjes in de lucht houden, maar vanaf maandagavond ben ik er helemaal voor gegaan. Nou ja, meer ervoor gaan zitten. Dankzij internet, het YouTube Koningshuiskanaal en mijn op de televisie aangesloten laptop kon ik vanuit de luie stoel in mijn Griekse woonkamer zien hoe er een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenisboeken bijgeschreven werd. En net als vele landgenoten heb ook ik menig traantje weggepinkt bij het zien van al die prachtige ontroerende momenten.

Oranje zit in mijn genen. Bij ons thuis was mijn moeder een fervent volgster van alles wat met het koningshuis te maken had. Een van mijn favoriete bezigheden als klein meisje was het bekijken van een gewichtig uitziend boek vol zwart-wit foto’s van de vier kleine prinsesjes. In Canada, op Soestdijk, in hun dagelijks leven… En na het zien van de indrukwekkende begrafenis van oud-koningin Wilhelmina nam ik als zesjarige al mijn eerste belangrijke levensbesluit: als ik later doodging, wilde ik absoluut geen somber zwart rond mijn begrafenis, maar voor iedereen een vrolijk wit! Net als de oude koningin. Spannend was ook de geboorte van het eerste prinsje. Stiekem hoopte ik dat hij – of zij – op mijn verjaardag geboren zou worden. Het leek me heel bijzonder om tegelijkertijd met de toekomstige koning of koningin jarig te zijn, maar gelukkig is dat niet doorgegaan. Willem Alexander bleef netjes nog een paar dagen langer in de buik van zijn moeder zitten, en ik mocht gewoon doorgaan met ieder jaar de hoofdrol te vervullen op mijn eigen verjaardagsfeest.

Al die prille jeugdherinneringen flitsten gisteren door me heen toen ik dat kleine ondeugende prinsje van weleer die zware eed hoorde afleggen. Hij gaat het goed doen, daar ben ik van overtuigd. Anders dan zijn moeder, dat hebben we gisteren al gehoord en gezien, maar ongetwijfeld met hetzelfde plichtsgevoel dat zij al die jaren heeft gehad. En veelal zonder stropdas, dat weet ik ook zeker. Want stropdassen… die zorgden nogal eens voor problemen in Bea’s gezin. Zo herinner ik mij nog een vlucht naar Curaçao waarop de toenmalige prinses Beatrix ineens haar hoofd om het hoekje van de pantry stak en mij om een nat doekje vroeg om de stropdas van haar echtgenoot schoon te maken. Hij had er weer eens op geknoeid, zei ze met een twinkeling in haar ogen, en aan de handigheid waarmee ze de vlekken verwijderde was duidelijk te merken dat ze dat vaker had gedaan. Een waar gebeurde anecdote waardoor de latere stropdas-actie van prins Claus voor mij toch altijd in een iets ander licht heeft gestaan. Niks geen politiek statement; hij was gewoon dat eeuwige gefriemel met natte doekjes zat!

En nu is hun zoon koning. Ik heb gisteren meermalen op hem gedronken. Niet met Schelvispekel – het Vlaardingse Oranje-drankje – maar met echte Pilionse tsipouro. Onder de Griekse zon op een Kato Gazeaans terras met uitzicht op de Pagasitische Golf. Wie had dat kunnen denken toen ik lang geleden die foto’s van onze prinsesjes bekeek? Vandaag keert Nederland langzaam weer terug naar het normale leven. Wij nog niet. Ons Oranje-feest is aan de Grieken grotendeels voorbijgegaan. Zij zijn al een tijdje in de ban van het paasfeest dat komend weekend plaatsvindt. Een late Pasen voor ons dus dit jaar. Zo laat dat de traditionele feestelijke bloemenkrans-vlechten-dag van vandaag is uitgesteld naar 7 mei. Feestvieren in de Grote Week voor Pasen is niet echt gepast. Maar ons bescheiden Oranje-feestje van gisteren… dat werd ons van harte gegund, want een dergelijk grote historische gebeurtenis mag ook hier en nu best gevierd worden. Wat ik dan ook met veel Oranje-liefde heb gedaan 😉

♥♥♥♥♥

Onkruid

rauwe-chortaAls er iets is waaraan iedere tuinliefhebber een hekel heeft, dan is het wel onkruid. Het heeft de onhebbelijke eigenschap te verschijnen op plekjes waar je het niet wilt hebben. Vooral na een regenbui. Wat ik zo leuk vind aan de mensen hier is dat ze zelfs van niet leuke dingen leuke dingen weten te maken. Onkruid is bij ons geen onkruid, het heet ‘chorta’. En chorta kun je eten.

Regelmatig zie ik mijn oudere buurvrouw ’s ochtends gewapend met een mes en een plastic tasje naar het braakliggend terrein verderop lopen om een kwartiertje later met een tas vol groene sprieten en bladeren weer terug te komen. De chorta wordt ontdaan van de wortels en lelijke bladeren, gekookt in veel water en geserveerd zoals wij onze spinazie en andijvie serveren: als groente bij de maaltijd. Het verzamelen van chorta is een vrouwenbezigheid. Eentje die al uit de prehistorie stamt en hier nog steeds in ere wordt gehouden. Ik kijk er tenminste niet meer van op als ik met een groepje vrouwen op stap ben in de natuur en er al keuvelend onderweg van alles door de dames wordt verzameld. Noten, kastanjes, appels, bessen, bramen, paddenstoelen, chorta… Moeder Natuur zorgt in Pilion goed voor haar kinderen.

Ikzelf ben wat terughoudender in dat soort dingen. Niet gewend om ‘van de natuur’ te eten ben ik veel te bang dat ik precies die dingen uitkies die door Moeder Aarde voorzien zijn van een giftig zaadje. De uitnodiging van de overbuurvrouw om een keertje mee te gaan naar haar landje om chorta te plukken nam ik dan ook met beide handen aan. Eindelijk zou ook ik ingewijd worden in die mysterieuze vrouwenbezigheid van onkruid verzamelen. Het was een leerzame ochtend. Buurvrouw kwam niet meer bij van het lachen toen ik vol goede moed mijn eerste paardenbloem wilde steken… met de verkeerde kant van het mes. Chorta verzamelen is een kunst op zich, zeker weten. Je mag niet te veel afsteken, want dan groeit er volgend jaar niets meer. Te weinig is ook niet goed, dan mis je de specifieke smaak van het kruid. En welk onkruid nu wel of niet eetbaar is, werd me zelfs na tien keer aanwijzen niet echt duidelijk. Het verschil tussen een brandnetel en een paardenbloem zie ik wel, maar veel verder gaat mijn kennis nog steeds niet.

Dankzij de buurvrouw kwam ik die ochtend toch met een volle tas thuis. En toen begon het echte werk. Al dat groen moest schoongemaakt worden, worteltjes uitgehold dan wel verwijderd, lelijke blaadjes weggegooid… Gelukkig was de moeder van buurvrouw zo lief om mij te helpen, anders was ik aan het eind van de dag nog bezig geweest. Nu waren we na een halfuurtje al door de vele kilo’s heen. Gewapend met het ‘schone’ groenvoer vertrok ik naar mijn eigen keuken, haalde de allergrootste pan die we hebben uit de kast en zette hem, tot aan de rand gevuld met water en chorta, op het vuur. ‘Een uurtje zachtjes laten koken,’ had buurvrouws moeder gezegd en gespannen wachtte ik tot ik mijn eerste zelfbereide chorta op tafel kon zetten.

Het resultaat zag er in ieder geval prachtig uit. En met flink wat zout en citroensap smaakte het ook nog ergens naar. Helaas… zat ik de volgende dag van top tot teen onder de rode jeukende bultjes. Allergisch voor zelfgeplukte chorta! Het is een welkom excuus om het eetbare onkruid in mijn tuin voortaan gewoon weer op de composthoop te gooien en dat wat in de strook voor het hek aan de straat staat over te laten aan wie er toevallig trek in heeft.

Vorige week zag ik twee oude vrouwtjes uit het dorp met mes en tasje voor mijn hek door de knieën gaan. Ze hadden mij niet gezien en keken een beetje beschroomd op toen ik hun een vrolijk goedemorgen toewenste. ‘Prachtige chorta hebt u,’ zei de een. ‘En zo veel! Eet u het zelf niet?’ Ik trok een spijtig gezicht. ‘Gaat niet, ik ben er allergisch voor,’ zei ik, alsof ik dat het ergste vond wat er bestond. ‘Dus als u wilt, mag u het allemaal hebben. Het is ook nog eens onbespoten!’ Ze vielen op mijn onkruid aan alsof het een unieke delicatesse betrof. Toen ik hun na wat bewonderende opmerkingen over de sinaasappels aan de boom in mijn tuin ook nog eens een zak vol oranje vruchten overhandigde, kon hun dag helemaal niet meer stuk. Ze bedankten me alsof ik hen overladen had met kostbare geschenken en vertrokken met stralende gezichten naar huis.

Iedere keer als ik nu mopperend in de aarde zit te wroeten om het ongewenste groen weg te halen zie ik in mijn herinnering die twee vrouwtjes weer voor me. En als vanzelf verschijnt er dan een glimlach op m’n gezicht. Wat is het toch mooi om te wonen in een land waar zelfs onkruid als een cadeautje wordt beschouwd 🙂

♥♥♥♥♥