De laatste ronde

‘Amerikaans succes voor Wilma Hollander’ kopte de verslaggever van de Vlaardingen24 krant opgetogen. Het nieuws dat mijn verhaal Forgotten Heroes de finale heeft bereikt in een Amerikaanse schrijfwedstrijd is een flinke mijlpaal in mijn schrijverscarrière en een heerlijk begin van het nieuwe jaar. Of ik daadwerkelijk tot de uiteindelijke winnaars behoor, is op dit moment nog niet bekend, en ja, ik vind het heel spannend. Mijn nagels hebben het in ieder geval behoorlijk te verduren!

Wilma.01De verslaggever wilde een foto bij het artikel en wat was ik blij dat ik de dag ervoor naar de kapper was geweest. Ik ben namelijk heel druk met de laatste hoofdstukken van Opnieuw Verbonden en dat houdt in dat ik al wekenlang in andere sferen vertoef. Met als gevolg dat de benaming ‘vogelverschrikker’ nog mild uitgedrukt is. Ik had al een keer zelf de schaar gezet in de steeds langer wordende lokken, maar dat was ook niet echt een verbetering. Maria, mijn Grieks/Amerikaanse kapster, die jaren in een kapsalon in Manhattan heeft gewerkt, keek me hoofdschuddend aan toen ik binnenliep en greep meteen naar haar knipgereedschap. Werk aan de winkel, dat was duidelijk. Drie kwartier later stond ik alweer buiten, uitgezwaaid met een zangerig: ‘Filakia, sweetie mou!’ en voorzien van een kort Meryl Streep-kapsel waarmee ik maanden vooruit kan, omdat het zonder problemen van kort naar lang kan groeien. Het is een van de redenen waarom ik zo van Maria hou. Zij begrijpt precies wat ik nodig heb.

Die bewuste ochtend in Volos rende ik van hot naar her, want ik had natuurlijk niet alleen mijn kapsel ‘opgespaard’. Het boodschappenlijstje met persoonlijke vrouwendingetjes was behoorlijk lang geworden en de hoeveelheid tasjes die ik meesleepte werd steeds groter. Tegen drie uur was ik weer terug in Kato Gatzea, vermoeid maar ook wel blij dat ik er voorlopig weer tegenkan zonder het gevaar te lopen in een krankzinnigengesticht opgesloten te worden. En zie, toen ik een uurtje later mijn mail opende was daar ‘out of the blue’ het bericht dat ik tot de genomineerden behoorde. En, schreef de redactie, mocht ik in de hoogste regionen eindigen, dan wilden ze graag op zeer korte termijn een foto en een korte biografie van me. Oftewel: be prepared! Pfff… dat kappersbezoek had ik dus weer precies op het juiste moment gepland.

En nu is het afwachten. Alleen de top tien-winnaars krijgen bericht voordat de uitslag openbaar wordt gemaakt en dat moment hangt weer af van degene die nu bezig is om alle genomineerde verhalen aandachtig door te lezen. Ik heb geen idee wat mijn kansen zijn. Of een jurylid al dan niet gecharmeerd is van een verhaal heeft immers alles te maken met persoonlijke voorkeuren: voor het onderwerp, voor de stijl, voor de inhoud… Wat ik wel weet, is dat mijn inzending in ieder geval schrijftechnisch voldoet aan het niveau dat vereist is om in de hoogste regionen terecht te komen. Iets waar ik heel blij mee ben, want het betekent dat mijn Engels niet onderdoet voor een ‘native speaker’. De stap naar de Engelstalige boekenmarkt komt daardoor zomaar ineens een stuk dichterbij. Ambitieus? Zeker wel, maar wie iets wil bereiken, op welk vlak dan ook, heeft altijd een zekere mate van ambitie nodig. Succes komt namelijk niemand aangewaaid, dat is een fabeltje. Het is altijd het resultaat van keihard werken, onwrikbare discipline, een onuitputtelijk doorzettingsvermogen, heel veel geduld, al dan niet terechte kritiek met een glimlach in ontvangst kunnen nemen en natuurlijk een grote dosis geluk hebben.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, dat weet ik maar al te goed. Mijn Hollandse nuchterheid houdt me altijd met beide benen op de grond. En mocht ik soms wel eens een momentje naast mijn schoenen lopen, dan maakt manlief daar meteen korte metten mee. Toen ik de ochtend na het kappersbezoek zelf aan de slag was gegaan met föhn en wax en trots op het resultaat de keuken in liep met de opmerking: “Zit best wel goed, hè?” kreeg ik als reactie van mijn dierbare echtgenoot: “O, ik dacht dat je het nog moest kammen.” U kunt dus gerust zijn. Wat de uitslag van de schrijfwedstrijd ook moge zijn, het Amerikaanse succes zal me niet naar het gekapte hoofd stijgen. Daar zorgt manlief wel voor 😉

♥♥♥♥♥

Kalí Xroniá!

kersthuis.6aAlweer een nieuw jaar dat blanco voor ons ligt. Ongelooflijk toch hoe snel de dagen gaan. Het ene moment schrijf ik nog over de prachtige bloemen in mijn voorjaarstuin, nog geen paar weken later blijkt het ineens al kerstmis te zijn!

Ik was er geestelijk nog helemaal niet aan toe, en de kerstversiering werd bij ons dit jaar dan ook pas laat opgehangen. We hebben er zelfs nog even over gedacht om het maar helemaal achterwege te laten, maar dat vonden we toch wel heel erg kaal. Dus knipperden de kerstklokken voor het raam net op tijd weer keurig in de maat met de lampjesslinger rond de woonkamerdeur, en lukte het me ook nog om op de valreep een aanvaardbaar kerstmenu in elkaar te draaien.

Kerst en pasen zijn ongeveer de enige dagen waarop ik kook, de andere dagen van het jaar is manlief de kok in ons huis. Heerlijk natuurlijk, maar een nadeel daarvan is dat mijn kookkunsten wat roestig zijn geworden in de loop der tijd. Het is bij mij dus altijd maar afwachten of het feestdiner slaagt. Daarom houd ik het meestal bij eenvoudige dingen waarbij niet al te veel mis kan gaan. Gelukkig werkte dat ook nu weer, want we kregen op het laatste moment vrij onverwacht gezelschap van een Duitse vriend die kerstmis in zijn eentje zat te vieren. Dan is het natuurlijk wel fijn als het maal waarvoor je hem spontaan uitnodigt ook nog te eten is! En dat was het gelukkig. Antipasta van vleeswaren, een zelfbereide mosterdsoep gevolgd door een zalmpakketje uit de oven met rösti en prei, en om de gaatjes te vullen een heerlijke cheesecake die dankzij het kant-en-klaar-pakket uit de supermarkt binnen een kwartier te bereiden was. De zalm was wel ietsje aan de droge kant, maar verder was het allemaal super gelukt. Kortom, een menu dat voor herhaling vatbaar is!

Tweede kerstdag zijn we met Nederlandse vrienden lekker uit eten geweest. Achter ons in de bergen is een hele leuke taverne, die net even iets andere gerechten serveert dan de doorsnee taverne hier in de buurt. En na negen jaar vrijwel altijd hetzelfde Griekse eten voorgezet krijgen, is dat best wel een verademing! Het was er lekker druk, de maaltijd inderdaad uitstekend en het urenlang bijkletsen met onze vrienden ontzettend gezellig. De dagen erna was het echter snel voorbij met het heerlijke lanterfanten, want de deadline voor Opnieuw Verbonden nadert akelig snel en ik ben nog lang niet echt op stoom met het verhaal. Maar het vordert gestadig, dus ik denk dat ik het wel ga redden om het manuscript op tijd af te krijgen.

Afgelopen zondag heb ik echter niet gewerkt. We waren uitgenodigd door Griekse vrienden, die ons meenamen naar Amaliapolis, een dorpje aan de andere kant van de Pagasitische Golf, zo’n anderhalf uur rijden van Volos. Onderweg werden we getrakteerd op bezoekjes aan een paar zeer vervallen familiehuizen op prachtige plekjes en kregen we een nog beter inzicht in hoe het kan dat bezittingen zo wegteren dat ze uiteindelijk nog nauwelijks iets waard zijn. Dat heeft namelijk alles te maken met het hier heersende erfrecht, waardoor men als ervend familielid weliswaar vrij makkelijk een deel van het huis en de grond van de overledene erft, maar dat niet kan verkopen als een van de andere erfgenamen en medebezitters het daar niet mee eens is. Met als gevolg dat het hele familiebezit uiteindelijk gewoon verkommert omdat niemand geld en moeite wil steken in het onderhoud van iets wat voor een groot deel ook aan iemand anders toebehoort. Een vreemde gang van zaken, maar wel de realiteit. Zo kun je dus heel goed grootgrondbezitter zijn, maar geen cent te makken hebben, omdat het deel van de grond en de huizen die je hebt niet in geld om te zetten is. Helaas moet je wel jouw deel van de onroerendgoedbelastingen betalen en dat is op dit moment natuurlijk een van de grote knelpunten in het bestaan van de doorsnee Griek. Die moet nu belasting betalen over bezittingen die door de jaren heen maar al te vaak zijn gereduceerd tot een hoop onverkoopbare stenen. Het was dus beslist een verhelderende dag, die eindigde met – uiteraard – een heerlijke maaltijd aan de vrijwel uitgestorven haven van Amaliapolis. En ja, we hebben onze Griekse vrienden natuurlijk verteld dat onze kroonprinses ook Amalia heet!

Maar na al deze lekker ontspannen dagen gaan we nu toch echt het nieuwe jaar in. Op 6 januari vieren we hier nog Driekoningen, waarbij de Papas het zeewater zal zegenen en stoere knapen het kruis dat hij daarbij in zee gooit zullen opduiken. Daarna is de ‘decembervakantie’ echt voorbij en kunnen we weer als vanouds met het gewone leven verder. Nou ja, gewoon? Er gebeurt hier altijd wel iets dat niet zo gewoon is, maar ook daar wen je aan. En het levert in ieder geval genoeg stof tot schrijven op, wat niet verkeerd is voor iemand die haar brood met schrijven moet verdienen. Ik hoop dat ik u ook het komend jaar weer een paar genoeglijke ogenblikken mag bezorgen met mijn wel en wee uit Pilion, en wens al mijn trouwe lezers, vrienden en bekenden een Kalí Xroniá oftewel een mooi nieuw jaar in goede gezondheid toe, met veel geluk en vooral heel veel liefde 😉

♥♥♥♥♥

Winter

IJspret.2Hier in ons zonnige Pilion heeft ‘winter’ een totaal andere betekenis dan wat men zich gewoonlijk bij ‘winter’ voorstelt. Dat begint al in september, wanneer iedereen elkaar enthousiast een ‘Kalo Ximona’ oftewel een prettige winter toewenst. Heel onwerkelijk als de mussen om je heen bijna van het dak vallen omdat het nog zo warm is.

Die wens stamt ongetwijfeld nog uit de tijd dat bijna iedereen een zomer- en winterverblijf had. In de hete zomermaanden betrok men met het hele gezin het familiehuis in de koele bergen, en als het daar te fris werd, zo half september, dan werd het hele huishouden inclusief de veestapel weer verkast naar de andere woonplek, die meestal in de lager gelegen – en dus warmere – dorpjes aan de kust lag.

Ik verbaas me regelmatig over het gemak waarmee de mensen in mijn omgeving nog steeds van huis verwisselen. Zo heeft de buurman verderop zijn centrale woonplek in Volos, maar in de zomermaanden wonen hij en zijn vrouw in hun huis verderop in onze straat. In die periode verblijven ze echter ook vaak in Makrinitsa, want daar hebben ze een stuk land met fruit- en olijfbomen. ’s Winters wonen ze dus echt in Volos, maar ook weer niet de hele tijd. In die periode reizen ze namelijk veelvuldig af naar Athene. Voor doktersbezoeken of trouwerijen, voor de kerstdagen, doopfeesten of begrafenissen. Dan wonen ze bij een van hun kinderen, die hun centrale woonplek in Athene schijnen te hebben. Een beetje verwarrend is het soms wel, maar het verklaart wel de vraag die in een telefoongesprek over het algemeen als eerste gesteld wordt: ‘Pou eisai – Waar ben je?’ Want met een Griek weet je het maar nooit.

Wij daarentegen zijn zeer honkvast, hetgeen bij onze Griekse dorpsgenoten weer verwondering opwekt. Dat wij er vrijwillig voor kiezen om niet alleen in de zomer, maar ook in de saaie koude wintermaanden in ons kleine dorpje aan de zee te verblijven, vinden ze maar vreemd. De eerste jaren werden we bij een weerzien in het vroege voorjaar dan ook steevast begroet met: ‘Welcome back!’ Inmiddels weet men gelukkig wel dat we tot de vaste  dorpsbewoners horen, maar begrijpen doen ze het nog steeds niet. Wie kiest er nu voor om maandenlang in een bijna uitgestorven dorp te blijven waar niets te beleven is?

Nou, wij dus! Ik vind het heerlijk om lekker in het zonnetje op m’n terras te zitten en te genieten van de rust en de stilte. De vrolijke marguerita’s zijn aan hun tweede bloei begonnen, de paarse Solina-struik is nog steeds bezig aan de eerste en de gele klaver speelt alweer een enthousiast partijtje landveroveren in alle borders. Eind november in de tuin zitten genieten van het buitenleven… dan moet je wel een beetje gek zijn, zie ik mijn buren denken als ze zich langs mijn hek haasten, gekleed in dikke jassen en met een wollen sjaal om. Ja, wat wil je, het is vijftien graden, hartstikke koud…

Ik ben benieuwd hoe onze kerst zal zijn, want ik weet uit ervaring dat het weer natuurlijk zo om kan slaan. Misschien hebben we wel sneeuw, hoewel dat wat aan de vroege kant zou zijn voor ‘hier beneden’. Of misschien is het wel zo warm dat we onze kerstmaaltijd kunnen roosteren op een barbecue aan het strand. Het is allemaal mogelijk: regen, wind, zonneschijn, sneeuw… en juist daarom vind ik de winters hier zo leuk. Dat ik in deze tijd van het jaar nog regelmatig lekker in mijn tuin kan zitten met alleen een vest aan, vind ik op zich al een heerlijk geschenk. En ook al krijgen we vast en zeker hier ook onze portie ‘echte winter’, ik weet nu al dat het in vergelijking met de winter in mijn geboorteland weinig voor zal stellen.

Van al die koude, regenachtige en donkere Nederlandse dagen word je niet vrolijk, dat herinner ik me echter nog maar al te goed. Ik wens iedereen dan ook veel sterkte de komende maanden. En mocht u het echt niet meer zien zitten, ga dan lekker naast de kachel in een stoel zitten met een van mijn ‘Pilion’-romans. Ik ben er zeker van dat de warme Griekse zonnestraaltjes die ik daarin heb verweven u voor een paar uur alle winterellende zullen doen vergeten. Dus… hebt u mijn boeken nog niet in huis, zet ze dan snel op uw verlanglijstje voor de Sinterklaas of de kerst, als paperback of als e-book! Voor de noodzakelijke wintervitamientjes J

Veel zonnig leesplezier met:  Verscheurd Verlangen, Harteloos, Zomerdroom en Onder de Griekse zon!

♥♥♥♥♥

P.S. Het laatste kattennieuws: Jason speelt inmiddels elke dag wel een poosje alleen buiten, maar hij blijft gelukkig nog aardig in de buurt van het huis. Het allerliefste plekje waar hij de dag doorbrengt is echter het mandje onder de bureaulamp achter mijn laptop… nou ja, nadat hij eindelijk is uitgespeeld met alle spannende snoertjes en wel honderd keer van mijn schoot is verwijderd 😉