Half mei hadden we een kleine aardbeving hier in Pilion. En daar rolde natuurlijk meteen een Vlaardingen24-column uit. Klik hier of op de foto om hem te lezen.
Tag archieven: schrijfster
Big Six!
En toen was het ineens 1 april. Geen grap, maar gewoon… alweer een ‘kalo mina’. Niet dat ik het erg vind, hoor, want ik hou wel van april. In die maand kwam ik zestig jaar geleden ter wereld en daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Want wat is er nou mooier dan een echt voorjaarskind te mogen zijn? Ik hou van de lente, van de kleurrijke bloemen die de grauwe winter jubelend opzijduwen. Felgele klaver, knalrode klaprozen, stralend oranje goudsbloemen, uitbundig bloeiende witte margrieten, roze geraniums in knop… ik kan er geen genoeg van krijgen.
In de aprilmaand van mijn geboortejaar was die lente blijkbaar nog niet zo aanwezig, want het verhaal dat ik op alle familiehoogtijdagen steeds opnieuw moet aanhoren, is dat ik destijds ben uitgebroed op de kachel. Mijn moeder had het die dag namelijk zo koud, dat ze ’s avonds een hele tijd met haar achterste op het rooster van de warme kolenkachel is gaan zitten om het een beetje warm te krijgen. Waarschijnlijk werd het mij daar in die buik van haar iets te heet door al die extra warmte, want nog geen paar uur later lag ik blozend en wel in de wieg. Uitgebroed op de kachel dus…
Geboren worden in april betekent opgroeien met lammetjes in de wei, met de geur van vers gemaaid gras in mijn – toen nog – kleine neus, met trappelende blote beentjes in de kinderwagen naar het kleurrijke lente-park gereden worden… allemaal zintuigelijke indrukken die ongetwijfeld invloed hebben gehad op de blauwdruk van mijn leven. Dat ik de wereld bijna altijd wel van de zonnige kant bekijk, oftewel het glas eerder halfvol dan halfleeg zie, zal daar zeker mee te maken hebben. Niet dat er in mijn leven geen zwarte schaduwen waren of nare dingen gebeurd zijn. Natuurlijk wel. Je kunt geen zestig worden zonder littekens op te lopen. Ik heb nog steeds een kruisje op mijn voorhoofd van de keer dat ik als vierjarige enthousiast koppeltje duikelde aan de rekstok in de tuin en met mijn hoofd op een puntige steen terechtkwam. En het litteken op mijn knie van de roestige spijkerwond die ik opliep bij een verboden speeluurtje op de bouw herinnert me er nog steeds aan dat ik niet altijd een gehoorzaam kind was. Zelfs nu ik ouder en enigszins bezadigder ben, ontkom ik niet aan nieuwe littekens . Zo is de brommer-brandwond van vorig jaar nog steeds een duidelijk zichtbare plek op mijn rechterkuit.
Maar – die zichtbare littekens doen natuurlijk bij lange na niet zoveel pijn als de onzichtbare. En we hebben ze allemaal, die onzichtbare littekens, of je nu wel of niet een geboren zonnekind bent. Je kunt nog zo positief in het leven staan, we hebben het allemaal nodig om af en toe even een flink potje te grienen. Niks mis mee. Het klaart de lucht, en negen van de tien keer zie je daarna toch weer ergens een klein aarzelend zonnestraaltje opduiken. En voor die tiende keer heb ik nog een mooie spreuk achter de hand om mezelf op te krikken: als alle deuren dicht zijn, gaat er altijd wel weer ergens een raampje open. Het kan even duren, het kan soms héél lang duren, maar het gebeurt. Zeker weten!
Ach ja, met de jaren komt de wijsheid, zeggen ze. Lijkt me ook wel logisch, want als je na jaren van vallen en opstaan nog niets geleerd hebt over het leven, dan ben je toch niet helemaal goed bezig. Niemand van ons krijgt immers ‘een program van het concert des levens’, en handleidingen worden bij de geboorte ook niet meegegeven, dus we moeten het allemaal zelf ontdekken. En zoiets lukt nu eenmaal niet zonder zichtbare littekens en onzichtbare blauwe plekken op je ziel op te lopen. Zo aan de vooravond van mijn Big Six is het best leuk om daarover een beetje te mijmeren en terug te kijken op alles wat ik tot nu toe heb beleefd. Zoveel fantastische avonturen, zoveel mooie ontmoetingen, zoveel warmte en liefde heb ik in die zestig jaar meegemaakt, dat mijn blauwe zieleplekken er spontaan van verbleken. Ze vallen in het niet bij alle positieve dingen die mijn herinneringen bevolken, en mocht er hier en daar nog een beurs plekje overblijven, dan kan ik niet anders dan dat koesteren. Want zonder zwart is er geen wit, om nog maar eens een cliché uit de kast te rukken. Zonder winter geen lente, en zonder lente geen zomer.
Een zomer waar we dit jaar razendsnel op af koersen. In ieder geval hier in Pilion, als ik kijk naar de kleurrijke overvloed om me heen die Moeder Natuur ons nu al schenkt. Een mooier verjaardagscadeau kun je je niet wensen, denk ik dan. Mijn andere verjaardagscadeau heb ik vanmorgen al gehad: de derde en voorlopig laatste behandeling bij de chiropractor, die ervoor heeft gezorgd dat ik straks huppelend mijn zestigste verjaardag kan vieren. Na ruim twee maanden constante pijn en nauwelijks kunnen bewegen, is de ischias vrijwel verdwenen, dankzij drie keer drukken op de juiste wervels. Zonder medicijnen die mijn lijf verzieken, zonder pijnpleisters, zonder dure supplementen. Een mens is echt nooit te oud om te leren of iets nieuws te proberen!
Kortom, ik ben en blijf een gelukkig mens, en als het even kan hoop ik nog vele jaren zo door te gaan. Het voorjaar van mijn leven heb ik zo langzamerhand wel gehad, mijn zomer begint ook al aardig op zijn eind te lopen, maar wat mij betreft mag de herfst strakjes gewoon komen. Met alle wijsheid die ik in mijn zestig jaartjes verzameld heb, zal het ongetwijfeld opnieuw een kleurrijk seizoen worden 😉
♥♥♥♥♥
Druk nachtje
Onze huisdieren zijn schatten. Meestal. Maar soms vinden wij ze iets minder lief. Bijvoorbeeld als ze ons ’s nachts wakker maken. Helaas gebeurt dat nog wel eens. Dieren zijn net kinderen; ze willen van alles: eten, drinken, spelen, snoepje, knuffeltje, naar binnen, naar buiten… en dat vooral op momenten dat je daar helemaal niet op zit te wachten. Zoals ’s nachts dus.
Zomers valt het nog wel mee, dan slaapt het hele spul over het algemeen buiten, maar ’s winters kunnen we dat niet over ons hart verkrijgen. De katten mogen dan op hun kussens in de keuken en badkamer, waar ze weinig kwaad kunnen, en hond Ira heeft haar vaste slaapplek op de grote bank in de woonkamer. Die is allang blij dat ze binnen mag en duwt over het algemeen alleen haar natte neus in mijn gezicht wanneer ze om een uur of vijf, zes naar buiten wil. In het begin dacht ik dat ze dan nodig haar behoefte moest doen, maar dat is niet zo. Zodra ze buiten is, klimt ze op haar tuinbankje en gaat daar gewoon verder met slapen. Ik heb werkelijk geen idee waarom ze op dat onmenselijk vroege uur van bank wil verwisselen, maar negeren is geen optie. Als ik me omdraai, komt behalve haar neus ook haar – grote – poot erbij, en duwt en trekt ze net zolang tot ik niet anders kan dan opstaan om de buitendeur voor haar open te maken.
Kat Iason is een heel ander verhaal. In het begin vond hij de keuken en de badkamer een prima slaapplek, maar sinds hij weet hoe lekker mijn stoel, de andere bank in de woonkamer en met name het grote bed liggen, probeert hij na iedere sanitaire stop van mij of manlief de hal in te glippen onder het mom dat hij moet drinken. Een smoesje natuurlijk, want in de keuken staat ook een drinkbak. Soms drentelt hij daarna een poosje rond of doet hij een klein tukje, om tegen de tijd dat je net weer in slaap valt luidkeels aan te kondigen dat hij nodig de aardappels moet afgieten en dus naar buiten moet. Nu! Iason is een klein driftkikkertje, maar ook een echte Houdini. Van kleins af aan kreeg hij het al voor elkaar om de deuren open te maken. Van beide kanten! Daarom hebben we een haakje op de keukendeur aan de kant van de hal – om hem uit de keuken te houden. Om te voorkomen dat hij ons wakker houdt met het gespring op de deurknop aan de binnenkant als hij in de keuken zit, hebben we de deurknop aan de binnenkant omhoog gezet. Dat hij dat helemaal niet leuk vindt, laat hij merken door keihard achter de gesloten deur te gaan zitten krijsen en zelfs aan de deur te krabben, net zolang tot we er helemaal gek van worden en alsnog de deur voor hem openmaken.
Manlief vindt dat we daar niet meer aan toe moeten geven. Dat het zo van kwaad tot erger gaat. En ja, natuurlijk heeft hij wel gelijk, maar ach, als zo’n beestje nou zo héél graag naar buiten wil midden in de nacht, dan heb ik daar echt niet zoveel moeite mee om even die keuken- en/of buitendeur open te doen. Beter dat, dan een halfuur te moeten luisteren naar boos kattengekrijs, want dan slaap je ook niet, toch? Maar goed, ik heb makkelijk praten, want zo vaak ben ik niet degene die eruit moet. Als ik slaap, dan slaap ik. En hoor ik weinig van wat er allemaal gebeurt. In tegenstelling tot mijn echtgenoot, die wel een lichte slaper is.
‘Nou, die kleine onruststoker heeft vannacht zijn lesje wel geleerd,’ zei manlief vanmorgen toen we na het opstaan samen de keuken in liepen. ‘Hij stond om een uur of twee bij de buitendeur als een waanzinnige te jammeren en te krijsen dat hij naar binnen wilde. Ik werd er wakker van, heb hem binnengelaten en meteen in de keuken gezet. Meneer vloog op de kattenbrokjes af, en ik dacht dat hij daarna wel zou gaan slapen, maar nee, een halfuur later stond hij weer te jammeren, nu dat hij terug naar buiten wilde en of ik de deur maar even wilde openmaken. Ja, alsof ik gekke Henkie ben! Echt niet.’
Ik humde mijn medeleven. Zo’n beestje moet het natuurlijk niet te gek maken. ‘Ik heb hem in de badkamer gezet,’ ging manlief verder. ‘Met de deur dicht, zodat ik dat gejammer niet meer zou horen. Maar je gelooft het niet: binnen twee tellen had hij die deur open. Stond-ie weer te jammeren. Afijn, toen heb ik eerst nog een bezemsteel onder de knop gezet, alleen hielp dat ook niet. Tien minuten later zat hij weer voor de keukendeur te krijsen. Maar ik dacht: als ik je nu naar buiten laat, heb jij dit spelletje gewonnen en dat doen we dus mooi niet.’ Manlief keek trots naar de nog steeds gesloten badkamerdeur. ‘Dus heb ik hem opgepakt, over zijn bolletje geaaid en weer netjes terug in de badkamer gezet, op zijn kussentje. En wat denk je? Hij was vast moe geworden van alles, want hij rolde zich lekker op en zijn ogen vielen meteen dicht. Voor de zekerheid heb ik de badkamerdeurknop toch nog maar omhoog gezet, maar daarna heb ik hem niet meer gehoord. Ik wed dat hij nog steeds heerlijk ligt te slapen.’
‘Wel een druk nachtje voor je geweest dan,’ merkte ik schijnheilig op terwijl ik de badkamerdeur opendeed.
Manlief knikte instemmend. ‘Ja, zeker wel, want door al dat gedoe was ik natuurlijk klaarwakker,’ bekende hij. ‘Ik lag pas om vier uur weer in bed. Maakt niet uit, alles voor het goede doel. Je moet nu eenmaal niet toegeven aan de grillen van die beesten. Dan leren ze het nooit, dat heb ik je nou al duizend keer gezegd.’
Het eerste wat me opviel toen ik de badkamer in stapte, was het openstaande raam. Hoewel dat op zich niet zo heel vreemd was, want het staat wel vaker open. Inbraakgevaar is er niet. Er zitten spijlen voor, en tegen de insecten is er aan de buitenkant een hor van metaalgaas geplaatst, die met schuifjes vastzit. Of liever gezegd: vastzát. De hor hing namelijk een beetje vreemd naar beneden en Iason… Tja, Iason was verdwenen. Onze lieve schattige kater had wederom zijn Houdini-kunsten vertoont. Op de een of andere manier had hij kans gezien om de schuifjes van de hor weg te duwen zodat hij alsnog via de spijlen naar buiten kon ontsnappen. En dat na alle moeite die manlief had gedaan om hem binnen te houden. Een beetje zielig vond ik het wel. Voor manlief uiteraard… Hm, misschien moeten we toch maar eens gaan praten over een honden- en kattenluik 🙂
♥♥♥♥♥
Een nieuw jaar
En toen was het zomaar ineens 1 januari 2015. Waar is de tijd gebleven? Vijftien jaar zijn er inmiddels alweer verstreken sinds het gedenkwaardige millenniumjaar 2000.
Gedenkwaardig niet alleen voor de wereld, maar ook op het persoonlijke vlak, want in dat jaar is mijn vader overleden. Daar moest ik gisteravond, tijdens het wachten op middernacht, toch weer even aan denken. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die bij de wisseling van het ene naar het andere jaar even stilstaat bij de herinneringen aan hen die er niet meer zijn. December is nu eenmaal bij uitstek de maand waarin hun afwezigheid extra wordt gevoeld.
Mijn gedachten gingen verder, naar de familieleden van de MH17 slachtoffers, die in deze toch al zo moeilijke dagen nog eens extra pijnlijk aan hun verdriet werden herinnerd door de recente crash van de Air Asia-vlucht. Langzaam helende wonden die ineens weer opnieuw ruw opengereten werden. Ik dacht ook aan alle mensen die hun land in allerijl hebben moeten ontvluchten omdat een stelletje idioten denkt dat ze anderen met geweld hun denkwijzes kunnen opdringen. Hoe hebben die vluchtelingen het begin van het nieuwe jaar beleefd, opeengepakt in tentenkampen, beroofd van hun bezittingen, huis en haard? Hoe kun je het nieuwe jaar positief tegemoet treden als er geen toekomst is? Al die gedachtes maakten me natuurlijk niet vrolijker, en dan was ik nog niet eens aangekomen bij de wreedheden die sommige mensen zich menen te kunnen veroorloven tegenover de dieren op deze aarde.
Wat me het meest verdrietig maakt, is dat ik aan al die verschrikkelijke dingen zo heel erg weinig kan doen. Ja, ik kan af en toe een woedende kreet laten horen op Facebook, of een wat kritischer column schrijven, maar echt helpen doet dat niet. Ik ben namelijk niet in een positie om de wereld grondig te verbeteren. Daarvoor moet je heel veel macht en nog veel meer geld hebben, twee dingen die in mijn leven totaal ontbreken. En dan nog betwijfel ik of het zou lukken. Volgens mij zit er in de mensheid van oudsher een gen dat het normaal vindt om elkaar af te slachten en alles om ons heen te vernietigen. Is het niet in het echt, dan toch wel door middel van gewelddadige spelletjes op een stom computerscherm.
Ik kan me voorstellen dat u inmiddels ietwat fronsend mijn column aan het lezen bent. Ben ik in het afgelopen jaar die ‘het-glas-is-altijd-halfvol’-instelling – zo karakteristiek voor mijn meeste schrijfsels – kwijtgeraakt? Ben ik terechtgekomen in een zwartgallige burn-out die me in een neerwaartse spiraal meetrekt in de poel van ellende die dagelijks over ons wordt uitgestort?
Ik kan u geruststellen: het gaat prima met mijn geestelijke – en gelukkig ook fysieke – gesteldheid. Het nieuwe jaar lonkt met nieuwe kansen, nieuwe ervaringen en nieuwe schrijfsels. Ik heb echt zin in 2015, maar mijn romantische, dromerige en soms wat al te optimistische kijk op het leven betekent heus niet dat ik de realiteit van de wereld om ons heen niet zie. Ik kies er echter voor om al die ellende op mijn eigen kleine wijze te lijf te gaan: onder andere door met mijn Grieks getinte feelgood romans een aantal mensen een paar uur leesplezier te bezorgen waardoor ze de misère van het echte leven even kunnen vergeten – en hopelijk doen ze op die manier nieuwe energie op om datzelfde zware leven daarna weer iets positiever tegemoet te treden. Ik verbeter de wereld en begin bij mezelf, zal ik maar zeggen 😉
Nu we het daar toch over hebben: ik denk echt dat dat de enige manier is om die grote, gemene en onrechtvaardige wereld tot een betere wereld te maken. Met vereende krachten. Agnes, een van de vier vriendinnen uit Opnieuw Verbonden verwoordt het als volgt: ‘Weet je, de hele wereld redden kan ik niet. Maar als ieder mens zich nou eens inzet voor dat ene kleine stukje wereld waar hij of zij zich persoonlijk mee verbonden voelt, op wat voor manier dan ook, dan verbeteren we met z’n allen ongemerkt zomaar die hele grote wereld om ons heen.’ Waarschijnlijk heb ik die passage geschreven rond de vorige jaarwisseling. Ik word namelijk altijd heel idealistisch en sentimenteel als er een nieuw jaar in zicht is – iets wat in de loop van het jaar minder en minder wordt. Tot december weer aanbreekt en me herinnert aan de idealen waarmee ik het nieuwe jaar ben begonnen.
Niemand kan voorspellen hoe 2015 eruit zal gaan zien, voor mij, mijn familie, mijn vrienden, voor jullie… maar ik hoop net als altijd dat het een mooi, gezond en gelukkig jaar zal worden voor ieder mens en dier, waar ook op deze wereld.
En als om te benadrukken dat in het leven niets zeker is, wens ik jullie dit keer vanuit een onverwachts en zeldzaam wit Kato Gatzea allemaal een fantastisch nieuw jaar toe 😉
Door dik en dun
December is gearriveerd, en daarmee de laatste maand van alweer een jaar dat voorbij is gevlogen. De pepernoten, de gevulde speculaas en de kerstchocoladeballetjes die wij samen met nog veel meer verrassingen vanuit Nederland door mijn vriendin toegestuurd kregen, hebben het helaas niet gehaald tot de juiste feestdagen. Het was heerlijk decadent om me wekenlang dagelijks op al dat traditionele snoepgoed te kunnen storten. Ik kan jullie dan ook uit eigen ervaring vertellen dat pepernoten heel goed samengaan met een glaasje tsipouro!
Nog veel meer Nederlandse lekkernijen hebben de afgelopen tijd mijn tong gestreeld. Mijn Moeder Annie-column uit 2008 won namelijk de hoofdprijs in een schrijfwedstrijd van de FB-groep Nederlanders-in-het-Buitenland. Ik mocht een ruime keuze maken uit het assortiment van de online-supermarkt Holland@Home en dat leverde een pakket nostalgie op waar ik een hele grote stralende glimlach van kreeg. Als mensen mij vragen wat ik op voedselgebied mis uit Nederland, kan ik met de hand op mijn hart verklaren dat ik op dat gebied eigenlijk niets echt mis. Maar een saucijzenbroodje of een lekker pasteitje is heel aantrekkelijk als je dat jaren niet hebt gegeten. Ontbijtkoek, eierkoeken, erwtensoep… het zat allemaal in het pakket. Net als twee hele grote stukken oude brokkelkaas en komijnekaas. Daar waren we vóór de foto al aan begonnen. Ach ja, we zijn en blijven nu eenmaal echte kaaskoppen.
Het scheelt natuurlijk wel dat ik me wat extra kilootjes kan veroorloven. Ik was de afgelopen anderhalf jaar flink wat gewicht kwijtgeraakt, en omdat ik toch al niet zo dik in de kilo’s zat, was dat goed te merken. Gelukkig heb ik er nu weer wat bij gekregen. Niet alleen door de Nederlandse lekkernijen, maar ook door het feit dat ik al bijna drie maanden gestopt ben met roken. Ha, ik denk dat ik zo ongeveer de enige gestopte roker ben die blij is met de daarbij behorende gewichtstoename. Dankzij de zware bronchitisaanval – waardoor ik te ziek was om zelfs maar aan een sigaret te denken – was ik al ‘cold turkey’ gestopt voordat ik er erg in had. En omdat ik er op de een of andere vreemde manier geen enkele moeite mee had – en heb – om niet te roken, ben ik er maar gewoon niet meer aan begonnen. Of het voor altijd is, weet ik niet, maar op dit moment bevalt het me wel om clean te zijn. Met een beetje geluk ga ik 2015 dus rookloos in en daar ben ik nu al trots op.
Er zijn nog meer vooruitzichten die me blij maken. Onze zoon Robin komt met de kerst naar Pilion, wat betekent dat we als gezin voor het eerst in tien jaar een ‘familiekerst’ hebben. Mijn moederhart barst uit de voegen van blijdschap en hoopt van ganser harte dat er niets tussen zal komen. Eerst zien en dan geloven, zeggen we altijd, maar het ticket is in ieder geval geboekt. En… er is deze week nog een ticket geboekt: door mijn vriendin Petra – ja, dezelfde van het hierboven genoemde decemberverrassingspakket. In februari verloopt mijn paspoort,
wat betekent dat ik naar Athene moet om het te verlengen. Op mijn voorzichtige vraag of ze misschien zin had om naar aanleiding daarvan samen met mij een paar dagen in Athene door te brengen, kwam een volmondig ‘Super!’ als antwoord. Zo gaan de dames als het meezit dus straks met z’n tweeën op stap om daar onze vijfenvijftigjarige vriendschap te vieren. En reken maar dat we daarvan gaan genieten!
Het leven valt niet altijd mee. Dat hebben we het afgelopen jaar maar al te goed gemerkt. Aan veel kersttafels zullen er stoelen leeg blijven. Niet alleen die van de MH17 slachtoffers, maar ook die van al die andere overledenen – mensen die minder nationaal nieuws waren, maar om wie door hun dierbaren net zoveel gerouwd wordt. Er zullen veel gezinnen zijn waarin de feeststemming ver te zoeken is – om wat voor reden dan ook. Niets is zeker, dat is weer eens schrijnend duidelijk geworden in de achter ons liggende maanden. Juist daarom is het zo belangrijk om regelmatig even stil te staan en om ons heen te kijken naar de mooie dingen van vandaag. Om te genieten van het hier en nu, om dankbaar te zijn voor alle liefde en vriendschappen die deel uitmaken van ons leven. En zelfs als dat leven op dit moment inktzwart is en alle deuren dicht zijn, weet dan dat er in de toekomst ongetwijfeld ergens wel weer een raampje zal opengaan. Het kan even duren – het kan wel eens héél lang duren – maar het gebeurt. Zeker weten!