Kroamschudd’n in Pilion gaat er heel anders aan toe dan in NL. Klik hier of op de foto om mijn VL24-column daarover te lezen.
Tag archieven: Vlaardingen24
Belasting DigiBEETJES
Belasting DigiBEETJES heet de maandcolumn voor Vlaardingen24; tja… zelfs na jaren in-den-vreemde ontkom je nog steeds niet aan de Nederlandse belastingdienst 😉 Klik hier of op de foto om de column te lezen.
♣♣♣
Zomer in Pilion
Het is de afgelopen dagen warm. Zo warm dat ik helemaal ben vergeten om mijn column voor Vlaardingen24 van afgelopen zondag met jullie te delen. Bij dezen dus, ook voor niet-Vlaardingers 😉 Klik hier of op de foto om hem te lezen.
♠♠♠
Stil, je vader speelt…
Mijn vader, Jan van der Hoeven.
Velen in Vlaardingen hebben hem gekend: als hoofd Middenstand van de KvK of als voorzitter van Mannenkoor Orpheus. Hij was een serieuze, integere man die zijn verantwoordelijkheden zwaar opnam. Maar Pa had ook een heel andere kant. Hij was een groot gevoelsmens, iets wat o.a. tot uiting kwam in zijn passie voor muziek. Morgen is zijn geboortedag, de dag waarop hij negentig jaar zou zijn geworden. Vandaag alvast mijn cadeautje voor hem: een speciale #vaderdag column voor Vlaardingen24. Deze column is voor jou, Pa. Omdat ik je subtiele humor en je warme liefde al vijftien jaar moet missen.
STIL, JE VADER SPEELT…
In mijn Vlaardingse ouderlijk huis staat een orgel. Een groot orgel. Het heeft een volledig voetpedaal, twee klavieren en een heleboel knopjes die allerlei wonderschone kerkorgelklanken kunnen voortbrengen. Op het orgel, aan weerszijden van de muziekstandaard, staan foto’s. Foto’s van een lachende opa, die met zijn kleindochters op schoot achter datzelfde orgel zit. Die opa is mijn vader.
Ik kijk naar de foto en glimlach. Ik weet hoe het voelt, op die schoot, achter het orgel, ook al zag het orgel van míjn foto er heel anders uit. Het stond in de woonkamer, aan de korte muur tussen de schoorsteen en het raam, en had een ombouw van lichtgrijs multiplex waarin met de hand een deurtje was uitgezaagd. Achter dat deurtje zat een pedaal. Een groot voetpedaal. Daar moest je hard op trappen en als je dat maar lang genoeg volhield, zat er uiteindelijk zoveel lucht in het instrument dat er muziek uit kwam.
Later heb ik begrepen dat zoiets een trapharmonium heet. In die tijd wist ik dat niet. Het enige interessante aan ons orgel vond ik de ombouw, want die gebruikte ik op zondagmiddagen als toegangspoort voor mijn theatervoorstelling. Het publiek, bestaande uit mijn vader, moeder, zus en inwonende tante, moest boven aan de trap door het pedaalpoortje kruipen om op de overloop te komen, waarna ik hen, keurig gekleed in mijn moeders zwarte kokerrok en witte bloes, naar hun plaatsen leidde.
Of dat de reden is dat het trapharmonium al snel plaats maakte voor een ander orgel weet ik niet. Feit is dat de door mij zo gewaardeerde ombouw tegelijk met het instrument verdween, iets wat ik in tegenstelling tot mijn publiek diep betreurde. Maar gelukkig bleek de opvolger ook zo zijn voordelen te hebben. Die was namelijk opvouwbaar. Waarschijnlijk was dat het argument geweest waarmee mijn vader de aanschaf ervan er bij mijn moeder doorheen kreeg, want inmiddels hadden we gezinsuitbreiding gehad. Met drie volwassenen, drie kinderen en een huis zonder kelder of zolder was de leefruimte beperkt. Een opvouwbaar orgel leek dus een prima oplossing te zijn.
Helaas voor mijn moeder was de enige keer dat het instrument daadwerkelijk werd opgevouwen, de keer dat we op vakantie naar Ommen gingen. Trots werd het in de tuin van de vakantiewoning opgesteld en al snel dwarrelden de eerste tonen van een Bach Sonate over het bungalowterrein. Nu is een orgel mee op vakantie al niet iets waarmee je als kind bij je vakantievriendjes kan scoren, maar als dat orgel ook nog eens alleen maar klassieke muziek voortbrengt, kun je het natuurlijk helemaal schudden. Mijn beste en enige vriendje tijdens die memorabele vakantie was dan ook een klein zwart-wit gevlekt zwerfhondje.
Eenmaal weer thuis werd het orgel wederom aan de muur tussen de schoorsteen en het raam geplaatst en nooit meer opgevouwen. Iedere avond na het eten nam mijn vader zijn plaats achter het orgel – nou ja, meer orgeltje – in, bladerde gewichtig door de stapel Klavarskribo-muziek op de orgelbank en sloeg na veel gehum en keelgeschraap een akkoord aan. Meestal begon hij er na een minuut of twintig echt in te komen en werden er kreten als ‘mooi, hè?’ en ‘dit móéten jullie horen’ de woonkamer in geslingerd.
Vervelend was wel dat hij zelden een stuk helemaal uitspeelde. Cantates, sonates, ja, zelfs Johannes de Heer bereikten alleen bij hoge uitzondering de laatste noot. Het begin werd enthousiast ingezet, maar net op het moment dat je als toehoorder de melodie te pakken had, hield hij abrupt op met spelen. Dan gromde hij iets onverstaanbaars, greep de sigaret die naast hem in de asbak op de orgelbank lag te smeulen en bladerde driftig door naar het volgende nummer, waarna het hele ritueel zich herhaalde.
De speeluurtjes van mijn vader waren heilig. ‘Stil, je vader speelt’, zei mijn moeder altijd op bestraffende toon als wij kinderen ons wat al te luidruchtig gedroegen. En inderdaad, mijn vader speelde…
Steeds vaker was hij achter het orgel te vinden, steeds groter werd de stapel muziekboeken en het was slechts een kwestie van tijd voor hij verlangend begon te lonken naar een ‘echt’ orgel. Eentje met voetpedaal en de klank van een kerkorgel, maar dan wel met afmetingen die in een woonkamer met drie volwassenen en drie kinderen paste.
Stad en land werden afgereisd op zoek naar dat ene orgel. Met de tram, de trein en de bus, want een auto hadden we niet. En ja, uiteindelijk vond mijn vader wat hij zocht. De koop werd gesloten en het orgel afgeleverd. Nooit vergeet ik het ontstelde gezicht van mijn moeder toen het ons huis binnen werd gedragen. Mijn vader had namelijk ‘vergeten’ te vermelden, dat het bewuste exemplaar iets groter was uitgevallen dan gepland.
‘Dat ding erin, ik eruit!’ brulde mijn moeder toen bleek dat een groot deel van het meubilair in de woonkamer moest verdwijnen om het nieuwe orgel een plek te geven. Gelukkig wist mijn vader haar te kalmeren. Zowel zij als het orgel bleven, en na een week schuiven met de meubels bleek alles er toch in te passen. Zelfs wij.
De jaren gingen voorbij. Zoals een ander zijn auto inruilt, zo ruilde mijn vader regelmatig zijn orgels in. Voor een steeds beter, steeds mooier, en ja, ook een steeds groter exemplaar. Dat kon, want de woonkamer werd alsmaar leger. Onze inwonende tante was vrij snel na de komst van het derde orgel getrouwd, en ook wij, de kinderen, verlieten een voor een het nest.
Ondertussen speelde mijn vader rustig door. Orgelmuziek was zijn lust en zijn leven. Een kerkorgel bezitten behoorde niet tot de mogelijkheden, maar dat éne orgel dat er heel dicht bij in de buurt kwam, wel. Het was alleen wel héél erg groot. En dus reed er op een mooie zonnige dag een kraan de straat in. De ruit van de slaapkamer op de tweede verdieping werd er netjes uitgesneden en ‘Het Orgel’ de kamer in gehesen, waarmee ons ouderlijk huis opeens een echte orgelkamer bezat.
Het ultieme orgel heeft een volledig voetpedaal, twee klavieren en een heleboel knopjes die allerlei wonderschone kerkorgelklanken kunnen voortbrengen. Dat weet ik, want ik heb het zelf gehoord, die paar maanden dat mijn vader, zijn kleindochters op schoot, nog op het orgel heeft kunnen spelen.
Mijn moeder komt naast me staan. ‘Stil’, zegt ze. ‘Je vader speelt…’ En glimlachend luisteren we samen naar de orgelklanken in ons hoofd.
♥♥♥♥♥
Deze column is ook gepubliceerd in de rubriek VIDV van de online krant Vlaardingen24.
Zomergriepje
En toen was het ineens juni. Ik heb het gevoel dat ik nog maar net terug ben uit NL, maar inmiddels ligt die dag alweer bijna drie weken achter me. Een hectische maand was het, deze meimaand, maar absoluut alle drukte waard! De reis door NL was als een warme, liefdevolle deken die om mij heen werd geslagen. De vele omhelzingen die ik heb gekregen, de heerlijke verrassingen en de vele bijzondere ontmoetingen… het zijn de stralende kaarsjes en de zoete slagroom op de taart van mijn leven.
Een video-impressie van de Tour schiet nog niet echt op, die houdt u nog even van me tegoed. Zoiets vergt tijd, en deze eerste weken na terugkomst moest toch het normale werk ook weer opgepakt worden. Bovendien komen in mei/juni heel veel oude en nieuwe vrienden en bekenden op bezoek, waardoor ons normaal zo rustige – nou ja, rústige – leventje altijd een flinke boost krijgt. En sinds eergisteren ben ik ook nog geveld door wat waarschijnlijk een zomergriepje is, gepaard gaande met flinke draaiduizelingen. Zolang ik mijn hoofd niet beweeg, gaat het goed, maar anders lijk ik ineens in een draaimolen te zijn gestapt. Heel vervelend, maar aangezien ik dat al eerder heb gehad, en de doktoren mij verzekeren dat het geen kwaad kan, ga ik er maar van uit dat het overgaat. Of zoals mijn ouders vroeger zeiden: “Voordat je een jongetje bent, is het wel over.” Nu kun je tegenwoordig aardig snel een jongetje worden, maar aangezien ik dat niet vrijwillig van plan ben, houd ik het er maar op dat ik over een paar daagjes weer helemaal in de running ben.
Maar een eerste dag van de nieuwe maand zonder column… dat wil ik u niet aandoen. Daarom zit ik nu rechtop in bed, laptop op de knieën en het hoofd zo stil mogelijk te verzinnen wat voor u interessant is om te lezen. U weet ongetwijfeld dat het deze week voor Griekenland erop of eronder is. Niemand heeft op dit moment enig idee waar het op uitdraait. Vanmorgen nog las ik de toespraak van onze premier Tsipras die hij gaf voor de Franse krant Le Monde. Voor wie geïnteresseerd is daarin geef ik u hier de link naar de Engelstalige versie. Beslist de moeite waard om even over na te denken, want wat er momenteel gebeurd in Europa gaat niet alleen de Grieken aan. Persoonlijk vind ik het een kwalijke zaak dat instituten als IMF en de Troika een regering die na jaren van corrupte en afpersing eindelijk democratisch gekozen is door het Griekse volk wil dwingen om zaken door te voeren die het land nog meer naar de knoppen zullen helpen dan ze al hebben gedaan. Vandaag zijn wij hier het pispaaltje, morgen een ander lid van de Europese Unie. Wanneer denkt u dat NL aan de beurt is? Of is iedereen daar nog steeds zo naïef om te denken dat de Nederlandse regeringsleiders wel de macht aan zichzelf hebben?
Vorige week schreef ik een column voor Vlaardingen24 die recht uit mijn hart kwam, en de vele reacties die ik erop kreeg, benadrukten maar weer eens dat er gelukkig ook nog heel veel mensen zijn die net als ik begaan zijn met wat er op dit moment allemaal speelt. Zoals iemand schreef als reactie op het huidige vluchtelingenprobleem op de Griekse eilanden: “Moet er eerst een aardbeving van 7,8 op de schaal van Richter plaatsvinden voordat internationale hulporganisaties hulp bieden? Waarom struikelen we wel over journalisten, maar worden er geen tenten en voedselpakketten ingevlogen?” Ach, als ik er niet zo duizelig van werd, zou ik bedroefd mijn hoofd schudden om alle onrecht en ellende in de wereld. Niet dat het helpt, maar toch…
Daarom ter afsluiting van mijn column toch maar weer een paar vrolijke woorden. De wereld draait nu eenmaal gewoon door, ook hier in Pilion. Het is bij ons vandaag een zonnige tweede Pinksterdag – Pasen en Pinksteren vielen hier dit jaar een week later dan bij jullie – en het badseizoen is sinds Hemelvaartsdag weer officieel geopend. Dat gebeurt o.a. door het zegenen van de paarden, die na de ceremonie, uitgevoerd door de lokale Papa, met hun berijder de zee in gaan. Altijd een mooi spektakel om te zien. Vooral voor de badgasten die zich ook voor de opening van het seizoen al in zee hadden gewaagd. Zelf hoop ik komende week de eerste duik te nemen, mits het zomergriepje en de duizelingen me dat toestaan. Lukt dat niet, dan moet een strandbed toch een goed alternatief zijn. Of ik nou op het strand lig of hier in de slaapkamer. Toch?
Hm, misschien toch beter van niet. Het toilet is hier een stuk dichterbij 🙂


