Wandelen in Pilion

Anders dan in de behoorlijk roerige ‘buitenwereld’ kabbelt het leven hier in Pilion gewoon rustig door. De dagen worden alweer langer en zonniger. Het voorjaar geeft hoop, en de zon doet wonderen voor je gestel. Ook de natuur begint heel voorzichtig aan weer in bloei te komen. Onze tuin staat vol met vrolijke oranje goudsbloemen, en de gele klaver verspreidt zich razendsnel nu de zon iedere dag warmer wordt. De lust om erop uit te trekken begint weer op te spelen, en ik had me dan ook heel erg verheugd op een mooie wandeling, afgelopen zondag. Van Lafkos naar Milina, samen met de Vrienden van de Kalderimi’s. Nou ja, eigenlijk ging de wandeling van Milina omhoog tot een gehucht boven Lafkos, en vandaar weer terug naar beneden. Gezien mijn klimstrubbelingen van de afgelopen twee groepswandelingen, leek het me echter beter om de groep in Lafkos op te wachten en alleen die laatste afdaling te doen, met als afsluiting een gezellige lunch in Milina.

Het begon aardig goed. Een halfbewolkte dag, een graad of tien, twaalf en een – te vroege – bus die bijna maar gelukkig net niet aan mijn neus voorbijging. Rond twaalf uur arriveerde ik enigszins misselijk van alle bochtjes in Lafkos, waar het helaas niet half maar gehéél bewolkt was. Het dorp lag er totaal uitgestorven bij. Zelfs de taverne op het plein die altijd open is, was gesloten. De groep zou pas rond één uur arriveren, en gezien de wiebelige staat van mijn maag had ik voor die tijd toch wel behoefte aan een warme kop thee. Vlak bij de bushalte had ik weliswaar een café gezien dat open was, maar daar was ik niet gestopt omdat ik verwachtte dat er op het grote plein wel iets open zou zijn. Niet dus. Er zat niets anders op dan de tien minuten maar weer terug te lopen. Tot overmaat van ramp zat het café ook nog vol met mannelijke ‘locals’ waarvan eentje, een oudere man naast de houtkachel, mijn verschijning blijkbaar heel interessant vond. Hij bleef me tenminste de hele tijd aanstaren alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig was de thee lekker warm en kon ik na een halfuurtje zonder wiebelige maag weer verkwikt teruglopen naar het plein.

De groep, zo’n dertig man, arriveerde netjes rond één uur, en het was leuk om een flink aantal bekenden te kunnen begroeten. Minder leuk was het dat het precies op dat moment begon te miezeren, wat al heel snel veranderde in flinke regen. Het gevolg was dat de normaal al niet makkelijk beloopbare stenen van het kalderimipad spek- en spekglad waren. Gecombineerd met natte bladeren, grote plukken mos en redelijk steile afdalingen leverde dat gevaarlijke situaties op. Ik heb het grootste deel van de wandeling dan ook afgelegd via de berm langs het pad. Helaas zijn die bermen begroeid, voornamelijk met braam- en andere stekelige struiken, wat mijn humeur er niet beter op maakte. Van de wandeling zelf heb ik letterlijk niets gezien. Ik had het veel te druk om niet onderuit te gaan. Natuurlijk gebeurde dat toch, ondanks dat bermlopen. Echt hard viel ik niet – door het schrijven aan mijn romans heb ik aardig wat zitvlees gekweekt – en ik kwam goed terecht, maar ja, daarna loop je uiteraard nog voorzichtiger dan ervoor. Het enige lichtpuntje in deze zeer natte, anderhalf durende wandeling was een aardige Schotse meneer, die zijn tempo vrijwillig aan dat van mij aanpaste en mij op de meest cruciale momenten met een helpende hand over extra steile en gladde meters hielp. Eenmaal in Milina gearriveerd, hield het op met regenen, wat een schrale troost was aangezien ik tegen die tijd behoorlijk doorweekt was. Maar hoera, in de taverne waar we aten was het warm, en ach, die natte haren en sokken droogden vanzelf wel een keertje.

De lunch was op zich best aardig, alleen aan de karige kant en met een hoog vegetarisch gehalte. Dat laatste vind ik als niet vegetariër beslist geen probleem. Courgetteschijfjes, auberginesalade, tomatenballetjes… daar kan ik flink van smullen, maar als het gaat om laffe bonenpuree, korrelige quinoa salade en zure witte koolsalade ben ik minder enthousiast. En die laatste gerechten kregen we dit keer dus voorgezet. Voor de vleesliefhebbers was er nog wel een schaaltje met kleine gehaktballen in tomatensaus, maar daar hield het mee op. Een beetje teleurstellend, zeker na een wandeling waar je ook al niet vrolijk van werd. Gelukkig was mijn tafelgezelschap wel gezellig. We hadden elkaar lang niet gezien en gesproken, en konden heerlijk bijkletsen. Ook fijn was dat ik na afloop niet weer met de bus hoefde, maar mee kon rijden met een Grieks echtpaar uit Volos.

Ik vrees echter dat dit de laatste keer is dat ik u verslag zal doen van mijn avonturen met de Vrienden van de Kalderimi. De groepswandelingen waren in het verleden altijd leuk en goed te doen voor recreatieve wandelaars zoals ik. In de afgelopen twee jaar is dat helaas sterk veranderd. De kern van de groep bestaat nu uit getrainde wandelaars die hun hand niet omdraaien voor lastige klimpartijen en glibberige afdalingen. Het tempo ligt hoog, wat het voor de minder getrainden onder ons moeilijk maakt om ontspannen te wandelen. Zeker, er wordt op bepaalde punten gewacht op de achterblijvers, maar zodra die er zijn gaat de groep weer verder, waardoor de achterblijvers min of meer ‘gedwongen’ worden om in één ruk van A naar B naar C te lopen. De laatste groepswandelingen waren voor mij dan ook behoorlijk teleurstellend, en eigenlijk alleen maar leuk door de lunch na afloop. Alleen… dat is niet waarvoor je aan zo’n wandeling begint, toch?

Gelukkig staan de beschrijvingen van de wandelingen online, en ik ga een aantal daarvan zeker ook in het komende jaar lopen. Maar dan wel zonder de Vrienden van de Kalderimi’s, in mijn eigen tempo, en samen met mensen die net als ik graag om zich heen kijken en regelmatig even stilstaan bij wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat lijkt me heel wat leuker dan de groepswandelingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan. Wie weet, misschien richt ik in de toekomst nog weleens mijn eigen wandelclubje in Pilion op. Maar dan wel bestemd voor degenen onder ons die minder gericht zijn op prestatie en meer op recreatie. Aanmelden kan vanaf nu via mijn website… 😉

♥♥♥♥♥

Het einde van de lummeltijd

Alhoewel de mussen – nou ja, eerder de tortelduifjes – nog steeds van het dak vallen van de hitte, wordt het zo langzamerhand toch wel weer tijd voor mij om serieus aan het werk te gaan. In mijn werkkamer is het in deze bloedhete zomermaanden echter niet te harden, en ook op het terras is het ondanks de ventilator niet prettig werken meer. Gelukkig hebben we onlangs toch maar besloten ook in de woonkamer een airco te laten installeren, en gecombineerd met de slaapkamerairco zorgt dat voor een heerlijk koel huisje. De afgelopen dagen heb ik dus met mijn computer aan de eetkamertafel in de hal doorgebracht om enigszins comfortabel aan een aantal tekst- en redactieopdrachten te kunnen werken. Een tijdelijke oplossing, en pure noodzaak bij temperaturen boven de dertig graden, maar om nou te zeggen dat het zo ideaal is… Nee, daarvoor is de hal te donker, de eettafel te klein, en de locatie – midden in het huis – te onrustig.

Een daadwerkelijk schrijfbegin maken met een nieuw boek moet daarom nog even wachten tot de ergste hitte voorbij is, maar dat is niet zo heel erg. Mijn romans beginnen immers altijd in mijn hoofd, waar ze eerst weken- en soms wel maandenlang lekker doorsudderen. Dat geeft niet, want die suddertijd benut ik goed door de locatie en achtergronden van het verhaal op mijn gemak te researchen. Als ik jullie dan vertel dat mijn volgende roman zich gaat afspelen op het piepkleine Kanaaleiland Herm, waar ik afgelopen mei zelf heb rondgelopen, dan kun je je misschien wel voorstellen dat al die research niet bepaald een straf voor me is. Het gevaar van zo’n relaxte en altijd interessante researchperiode is wel, dat ik meestal langer door blijf sudderen dan eigenlijk wenselijk is. Wat minder hoge temperaturen zouden mij zo langzamerhand wel heel goed uitkomen, maar zoals we allemaal weten, dat hebben we helaas niet zelf in de hand. Daarom probeer ik nog maar even niet al te veel aan die naderende deadline te denken, en gewoon te genieten van wat de zomer hier in Pilion ons behalve de hitte nog meer biedt.

En dat betekent behalve strandbezoekjes ook veel openluchtconcerten, met optredens van meer en minder beroemde Griekse zangers en zangeressen, die de zomerperiode benutten om langs de wat kleinere concertpodia in het land te touren. En zo kwam het dat ik een paar weken geleden samen met twee vrienden naar het openluchttheater van Nea Ionia – een buitenwijk van Volos – reed voor een optreden van Eleonora Zouganeli. Eleonora wie? Ja, dat vroegen wij ons ook af, want geen van allen hadden we ooit van haar gehoord, al konden we uit de YouTube-filmpjes die we vooraf bekeken hadden wel opmaken dat ze een van de ‘grotere’ was, met name bij de wat jongere generaties. Dat was ook wel te zien aan de lange rij die zich om acht uur al voor de ingang van het theater bevond. Er huppelden behoorlijk wat kinderen rond, al is dat niet uitzonderlijk bij Griekse optredens. Aanvangstijd van het concert was negen uur, maar zoals dat hier altijd gaat, werd dat ‘iets’ later. Om kwart voor tien stoof onder luid applaus een kleine, energieke dame het podium op, en barstte er een zang- en vooral lichtshow los die ons totaal verbijsterde. Of beter gezegd, verblindde. We zaten precies tegenover het toneel, dus keken recht in de op het publiek gerichte grote witte schijnwerpers die flitsend aan- en uitknalden.

Nu zijn vrienden en ik niet meer een van de jongsten, en al dat licht- en geluidsgeweld kwam bij ons wel heel erg hard binnen.  Zozeer, dat we na de eerste drie nummer ieder voor zich al aan een voortijdige aftocht zaten te denken. Maar gelukkig is het daar niet van gekomen. De grote witte lichten gingen voor de rest van het optreden in retraite en veranderden in een werkelijk spectaculaire lichtshow. Het volume bleef voor ons wel aan de veel te harde kant, maar gelukkig had ik ergens onder in mijn tas nog een dot watten zitten. Die kwam perfect van pas, want daardoor werd het geluid net genoeg gedempt om de doordringende scherpte ervan weg te halen. Het kwam de kwaliteit van Eleonora’s songs zeer ten goede. Helaas was de dot niet groot genoeg om drie mensen te voorzien van geluiddempers, maar zie, in mijn tas – je wilt niet weten wat ik altijd met me mee sjouw in dat ding – zat uiteraard ook een pakje zakdoekjes. En met een beetje scheur- en vouwwerk bleken dat net als de watjes perfecte dempers te zijn.

Het werd een fantastische avond. Eleonora bleek te beschikken over een prachtige stem, waarmee ze ons een zeer gevarieerd muzikaal programma voorzette. Begeleid door een complete band met accordeon, bouzouki, gitaren, keyboard, piano en drumstel – en de spectaculaire lichtshow niet te vergeten – werd het met recht een boeiend optreden waarvan we alle drie ontzettend hebben genoten. En wij niet alleen. Tussen het toneel en de in halfronde vorm gebouwde publieksarena lag een leeg rond plein, waar de kinderen zich tijdens het optreden uitstekend vermaakten en de ouderen bij de laatste nummers huppelend met de beentjes van de vloer gingen. De échte fans stonden tegen die tijd rijen dik tegen het toneel aangeplakt, telefoontjes in de aanslag om toch maar niets te missen van hun grote idool. Kortom, het was een muzikaal spektakel dat ik niet graag had willen missen.

Niet zo spectaculair, maar daarom niet minder leuk,  was het optreden van Eleni Filini, ook al zo’n ‘grote’, gisteravond op de romantisch verlichte pier van Kato Gatzea, onderdeel van de drie ‘Zomerse Dorpsavondjes’ die ieder jaar voor de bewoners van ons dorp en overige belangstellenden worden georganiseerd. Ook dit optreden werd gekenmerkt door een wat ander repertoire dan we doorgaans te horen krijgen van Griekse muzikanten. Spaans, Grieks, Italiaans en zelfs wat Engelse nummers kwamen voorbij, waardoor het een gezellig feestje werd met veel meedeinende en -klappende mensen, waarvan een groot deel zich had neergezet aan de tafeltjes van de tavernes en café’s die zich rond de haven bevinden. Ook Eleni Filini heeft een mooie, krachtige stem, die aangenaam is om naar te luisteren, maar ik moet eerlijk bekennen dat voor mij het hoogtepunt van de avond toch het lied ‘Delilah’ was, dat gezongen werd door een van haar begeleiders. Hij deed dat met zoveel inzet, met zoveel ‘pathos’, maar ook met zoveel eigen interpretatie en in een eigen uitvoering, dat mijn lachspieren acuut in werking traden. Het was prachtig, daar lag het niet aan, maar zo totaal anders dan Tom Jones het ooit heeft bedoeld. Ik kon er echt niets aan doen, de tranen van het lachen liepen letterlijk over mijn wangen. En dat overkomt me niet zo heel vaak…

Een welbesteed avondje dus, en een waardige afsluiting van mijn juli-maand. Al met al kan ik met een tevreden glimlach terugkijken op een heerlijk lome, luie en vooral gezellige zomer, die gelukkig nog niet helemaal voorbij is. Tussen het werk door ga ik de komende weken zeker verder met genieten, maar de echte lummeltijd… tja, die zit er zo langzamerhand toch wel op voor mij.

Nu alleen die idioot hoge temperaturen nog even naar beneden… 😉

♥♥♥♥♥

Zoete Wonderen

Voor het eerst sinds ik in Griekenland woon, heb ik mijn nieuwste roman eerder in handen dan mijn lezers. Dat ligt niet aan mijn uitgevers, maar aan de grillige post- en pakketbezorging hier. Zo zit ik al ruim twee maanden te wachten op een bestelling uit Engeland. Of beter gezegd, op het tweede pakketje dat verstuurd werd nadat het eerste pakketje niet was gearriveerd. Via de track&trace weet ik dat het ‘sorry-we-sturen-u-een-nieuw-pakketje’ al tweeënhalve week geleden in Thessaloniki is aangekomen. Dus toen ik gisterochtend een telefoontje kreeg van een koerierservice-meneer, was ik in de vaste veronderstelling dat mijn Engelse pakketje eindelijk bezorgd zou gaan worden. De grote doos die de koerier mij glimlachend overhandigde, bevatte echter geen twee potjes glucosamine, maar de auteursexemplaren van Zoete Wonderen, het tweede deel van De rozen van Beekbrugge-trilogie. Een heerlijke verrassing dus, want het moment dat je je eigen boek in handen houdt, blijft nu eenmaal altijd een heel bijzonder moment in het leven van een schrijfster, hoeveel romans je ook op je naam hebt staan.

De dag had nog een ander bijzonder moment voor me in petto. Hoewel dat meer een ‘onbegrijpelijk hoofdschudden’-moment was. Dat doen we hier eigenlijk best wel vaak, realiseer ik me nu, want in het dagelijkse Griekse leven rol je nu eenmaal van de ene verbazing in de andere. In dit geval betrof het mijn nieuwe telefoon. Speciaal uitgezocht op het feit dat er twee simkaarten in kunnen, omdat ik zowel een Grieks als een Nederlands telefoonnummer heb. Niks bijzonders, bij een nieuwe telefoon zet je gewoon de simkaarten over zodat je al je opgeslagen contacten niet kwijt bent, en klaar is Kees. Maar niet in Greece… De oude simkaarten pasten niet in de nieuwe telefoon, ze waren te groot. Even googelen leerde me echter dat zoiets geen enkel probleem is. Je kunt zo’n kaart gewoon kleiner maken, daar bestaan apparaatjes voor, een soort kniptangen. Wel stond erbij dat je dat beter niet zelf kunt doen, omdat je dan het risico loopt de kaart te beschadigen. Manlief ging dus met mijn nieuwe telefoon en de oude simkaarten naar de Griekse Vodafone-winkel, om het daar even te laten aanpassen.

De Vodafone-meneer schudde echter zijn hoofd. Nee, nee, we hadden het helemaal verkeerd. Er moest een andere, passende simkaart in de nieuwe telefoon, waarna ik contact op moest nemen met de telefonische servicedesk, die het ‘oude’ nummer inclusief gegevens digitaal op mijn nieuwe simkaart over zou zetten. Maar voordat hij die benodigde nieuwe simkaart kon afgeven, moest manlief eerst zijn paspoort laten zien, anders kon hij geen nieuwe simkaart afgeven. Toen manlief zei dat het niet om zijn telefoon, maar om de mijne ging, dat hij mijn paspoort niet bij zich had, en dat ook niet ‘even’ ging halen gezien het feit dat we twintig kilometer verderop wonen, dreigde het hele verhaal al meteen vast te lopen. Gelukkig is manlief zeer assertief. De chef werd erbij gehaald, en zie, de nieuwe simkaart kon ineens toch aangeschaft en geregistreerd worden. Nou ja, de Griekse dan, hè? Die Nederlandse, dat was een ander verhaal. Daarvoor moest ik naar Nederland. Huh? Ja, u leest het goed. Ik moest in Nederland een nieuwe simkaart gaan kopen opdat die daar geregistreerd en overgezet kon worden op mijn bestaande Vodafone NL-nummer.

Alvorens een retourtje NL te boeken, heb ik eerst maar eens gebeld met de Nederlandse Vodafone-servicedesk. De vraag de ik had, bleek helaas niet voor te komen in het voorkeuze-menu, waar ook de knop ‘voor overige vragen, toets…’ niet aanwezig vast. Wel kreeg ik steeds: ‘voor het hoofdmenu, toets…’ waarna de hele riedel weer opnieuw begon. Na een paar keer opnieuw bellen en steeds een andere keuze uitproberen, kreeg ik op een bepaald moment toch zowaar een echt mens aan de lijn. Die ook nog eens snapte wat ik wilde weten. Alleen wist zij daar niet het antwoord op, dat ging ze bij een collega navragen. En ja hoor, de collega wist gelukkig de oplossing: ik hoefde helemaal niet naar NL, want ik had toch al een NL-simkaart die geactiveerd was? Die hoefde alleen maar bijgeknipt te worden van Standaardformaat naar Nanoformaat, dan kon hij zo de nieuwe telefoon in. Daar bestonden tangetjes voor en in iedere telefoonwinkel kon dat zo gedaan worden. Geen enkel probleem. Nou ja, behalve dus als je in Griekenland woont. Daar heeft het personeel van de telefoonwinkel blijkbaar nog nooit van zo’n tang gehoord…

Vandaag giet het van de regen, niet bepaald weer om op de brommer naar Volos te gaan, dus teruggaan naar de Vodafone-winkel moet even wachten tot het depressiefront is weggetrokken. Manlief heeft inmiddels wel een screenshot gemaakt van zo’n simkaart-kniptang, die overal op internet voor nog geen tien euro aangeboden wordt. Die gaat hij de bovengenoemde medewerker zeker laten zien, waarbij hij hem ongetwijfeld in niet mis te verstane bewoordingen zal vertellen dat hij ons totaal onnodig een nieuwe simkaart door de strot heeft geduwd. Gelukkig zijn er meerdere telefoonwinkels in Volos. We hoeven dus niet meteen zelf zo’n tang te bestellen, al zou dat misschien nog weleens de beste en snelste optie kunnen zijn. Nadeel van op internet kopen is echter dat het thuisbezorgd moet worden, hetzij door de post of door een koeriersdienst, en gezien de problemen die dat weer oplevert… Nou ja, u begrijpt het wel. Ons leven in Griekenland gaat niet altijd over rozen… 🙂

P.S. Mijn nieuwe roman, Zoete Wonderen, ligt vanaf 4 december in de winkels. U kunt hem nu al reserveren als boek of e-boek via deze link. Ik wens u een fijne Sinterklaasavond en alvast Prettige Kerstdagen!

♥♥♥♥♥

 

Vrolijk Pasen!

Wat? Valt Pasen op 1 april? Echt niet. Dat is gewoon een wereldwijde aprilgrap, waar de Grieken dus niet in trappen. Pasen is pas volgende week, op 8 april. Punt uit. En nee, dat is géén grapje. Het Griekse paasfeest valt namelijk niet altijd op dezelfde datum als het katholieke paasfeest. Dat heeft niets te maken met ‘Fool’s Day’, maar met het feit dat de Orthodoxe kerk een andere jaarkalender hanteert dan de katholieke. Pasen moet volgens de berekening van de Orthodoxe religie vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente en ook nog eens na het Joodse Pasen. Dankzij die twee verschillende kalenders kan dat dus per jaar een datumverschil opleveren van één tot zelfs vijf weken.

Dit keer liggen ‘ons’ en jullie Pasen maar een week uit elkaar. Dat houdt in dat hier maandag de ‘Megali Ebdomada’ begint, oftewel de Grote Week, die helemaal in het teken staat van de lijdensweg van Christus. Het is ook de laatste week van de vastenperiode, en de strengste. Ik herinner me nog heel goed dat ik in ons eerste jaar hier – we waren net elf dagen daarvoor geëmigreerd – mijn verjaardag wilde vieren met een lekker etentje op een terras aan zee. Helaas viel die dag midden in de Megali Ebdomada en hadden we de keuze uit een zeer magere salade en een mager visje. Nu ben ik niet gek van salade, en doe je me al helemaal geen plezier met een vis vol graten, dus uiteindelijk hebben we thuis maar iets in elkaar geflanst. Een uitgebreid verjaardagsfeest geven is ook ‘not-done’ in die periode. Het is een week waarin luidruchtig feesten echt taboe is, en zelfs een rustig feestje thuis is al lastig, omdat je Griekse gasten vanwege het vasten alle heerlijkheden die je op tafel zet beleefd maar consequent weigeren.

Na een paar van dit soort ‘bloopers’ rond mijn verjaardag vier ik die dag dan ook eigenlijk alleen nog maar in huiselijke kring. Met manlief, mijn vriendin en haar man die bijna ieder jaar overkomen om mij te feliciteren. Of ik maakte er een feestje van in Nederland, aangezien ik de laatste jaren in april meestal in Nederland was om de verjaardag van mijn moeder mee te vieren. Die valt namelijk twee weken eerder dan die van mij, waardoor het regelmatig gebeurde dat ik ofwel mijn verjaardag ofwel Pasen – Nederlands of Orthodox – ‘ver van huis’ vierde. Dit jaar is het voor het eerst anders. Ik ‘hoef’ immers niet meer naar Nederland om mijn moeders geboortedag mee te vieren. Die viert ze nu ergens op haar wolkje daarboven, ongetwijfeld samen met mijn vader. Het is goed zo, al zal ik op die dag natuurlijk even aan haar denken en mijn glaasje tsipouro in een verjaardagstoost naar de hemel heffen.

Dat ik deze aprilmaand niet in Nederland ben, is raar, maar aan de andere kant ook wel heel fijn. Voor het eerst in jaren maak ik het vroege Griekse voorjaar weer mee, en dat is echt genieten. Onze tuin is één grote kleurexplosie van geel (de gele klaver) en oranje (de goudsbloemen). Ook de Griekse margrietjes doen hun uiterste best met een zee van bloemen in het wit, roze en rood, zowel binnen als buiten ons tuinhek. We zijn er al aan gewend dat er regelmatig iemand voor de tuin stilstaat om een bewonderende blik op die bloemenzee te werpen, al dan niet met een camera in de hand. De leukste passant was een van onze buurjongens, een knul van een jaar of zeventien, die vorige week met zijn brommer plotseling stilhield voor de margrietjes buiten het hek. Toevallig stonden manlief en ik op het terras in de tuin, dus we zagen het gebeuren, maar hij had ons niet in de gaten. Tot onze verbazing zagen we dat hij zich vooroverboog en snel een boeketje plukte. We keken elkaar verbaasd aan, want wie verwacht dat nou van zo’n opgeschoten puber? Toen hij even later weer overeind kwam, zag hij ons pas staan. Hij begon een beetje verlegen te lachen en riep: ‘Yia tin kopella mou!’ Oftewel ‘voor mijn meisje’! En maakte zich vervolgens snel uit de voeten. Schattig, hè? Die knul gaat vast nog heel veel meisjesharten laten smelten in zijn verdere leven!

Mijn eigen manlief brengt me ook regelmatig een boeketje uit eigen tuin. Die zet hij dan naast mijn computer op het bureau neer, meestal vergezeld van een snelle kus. Veel tijd heb ik namelijk niet voor hem. Het tweede deel van de Rozen van Beekbrugge moet geschreven worden, en dat kost veel energie en concentratie. Daarom wil ik me bij voorbaat nu al verontschuldigen bij mijn vriendinnen, vrienden en bekenden die de komende maanden in Pilion zijn en het leuk hadden gevonden om mij te zien of te spreken. Om het boek op tijd in de schappen te krijgen, zal ik tot zeker eind juni heel, heel intensief bezig moeten zijn met schrijven. En ja, natuurlijk heb ik wel een beetje tijd over voor leuke dingen, maar hoe ik die uren door ga brengen, kan ik eigenlijk pas op het moment zelf zeggen. Ervaring leert dat ik behoorlijk asociaal kan zijn als ik midden in zo’n intensief schrijfproces zit. De buitenwereld wordt voor mij een vreemde planeet, en je moet echt niet raar opkijken als ik wat bot of anders-dan-anders reageer op een telefoontje of een goed bedoeld onverwacht bezoekje. Ik hoop echter dat het me vergeven wordt, en laat het je alsjeblieft niet weerhouden om mij een mailtje of sms’je te sturen als je toch echt graag iets met me wilt afspreken. Als je me kent, weet je ongetwijfeld ook dat ik té veel van het gezelschap van goede vrienden hou om een echte kluizenaar te worden, hoe belangrijk het boek dat ik aan het schrijven ben ook voor me is!

Kortom, het wordt gewoon weer een gezellige zomer hier in Pilion. Voor nu wens ik jullie daar in Nederland een fijn en vooral gezellig Paasweekend. En ik hoop dat ook jullie voorjaar heel snel heel veel bloemenpracht zal brengen… 🙂

♥♥♥♥♥

Op weg naar 2018

De laatste dagen van het oude jaar in het zonnetje doorbrengen – ik blijf het een cadeautje vinden. De gouden dagen van de nazomer zijn naadloos overgegaan in een zonnige winter, en al zullen we ongetwijfeld onze portie sneeuw nog krijgen in de komende maanden, deze heerlijke weken kunnen ze ons hier in Pilion niet meer afnemen. Voor het echte kerstgevoel is het wat minder, dat dan weer wel, maar daar kan ik absoluut niet mee zitten. We hebben in ons T-shirt gezellige glitterlampjes opgehangen aan de veranda, de slingers en prullaria uit de kerstkrat op hun vertrouwde plekjes gehangen of neergezet, de takken van de mini-kerstboom in vorm geduwd en dat was dat. Onze kerstdagen hebben we lekker rustig doorgebracht. Een wandelingetje met de hond, een simpel kerstmaal, wat toastjes met kaas bij de Sound of Music, mijn favoriete kerstfilm, en tweede kerstdag een etentje met een paar goede vrienden in de taverne op de berg. En dat alles dus overgoten door een heerlijk zonnetje, dat de temperatuur overdag toch al snel richting de twintig graden deed stijgen. Kortom, een prima aanloop naar het nieuwe jaar..

Echt missen doe ik niet veel uit mijn ‘oude’ leven, ook niet in deze nostalgische decembermaand. Maar, eerlijk is eerlijk, ik had toch wel even een piepklein beetje heimwee toen ik op Facebook mooie kerstfoto’s voorbij zag komen van de prachtig verlichte Vlaardingse haven, van de visbank (foto Cees Groen), de grote kerstboom op de markt. Ik had het Vlaardings kerstlied van Sandy Struijs best wel live willen horen, een glaasje glühwein willen drinken op de kerstmarkt, en me even willen warmen aan dat heerlijke Vlaaringse accent om me heen. Het was zo weer over, hoor, want ik zag ook de regendruppels vallen en voelde de koude windvlagen van de foto’s af waaien, wat in schril contrast stond met de twintig graden Celsius waarbij ik die foto’s bekeek. Dus heb ik het kerstlied gewoon meegebruld op mijn terrasje in het zonnetje, en in plaats van de glühwein een glaasje tsipouro genomen. Dat werkte ook uitstekend om in kerststemming te komen.

En nu is de kerst alweer voorbij. Vandaag is het oudejaarsdag. Wij bereiken het nieuwe jaar één uur eerder dan jullie vanwege het tijdsverschil, wat betekent dat we die magische grens van twaalf uur altijd twee keer vieren. Eerst op Griekse tijd, en dan op Nederlandse tijd. Het is een raar gevoel om al in 2018 te leven, terwijl onze zoon in Enschede zich nog in 2017 bevindt. Alsof je ineens in een tijdmachine bent gestapt en een uur later weer Back to the Future gaat. Maar waar we ons ook bevinden, het is en blijft overal een avond waarop we allemaal wel even terugkijken op de hoogte- en dieptepunten van het jaar dat achter ons ligt. Ikzelf ben altijd wel weer blij als dat nieuwe jaar is aangebroken en al die feestdagen voorbij zijn. Het gewone leven is vaak al ingewikkeld genoeg zonder al dat gegoochel met kerstlampjes en feestmaaltijden. Maar even stilstaan bij wat geweest is en wat zal komen… ach, het hoort erbij, en net als iedereen zal ik mij in die paar minuten voor middernacht even bezinnen op ‘mijn’ persoonlijke jaar. Om vervolgens met frisse moed aan dat onbeschreven blanco nieuwe jaar te beginnen.

Het jaar 2018… een jaar waarin we misschien eindelijk op weg kunnen gaan naar de wereldvrede waarnaar we al zoveel jaren verlangen – al denk ik niet dat wereldvrede hoge ogen gooit op het lijstje wensen van de grote mogendheden. Maar een mens mag dromen, toch? Van een wereld zonder wapens, zonder honger, zonder oorlogen, zonder geweld, zonder ellende. Wat zou dat heerlijk zijn. Een jaar ook waarin ik het persoonlijk heel fijn zou vinden als lange tenen weer een stukje korter zouden worden. Doe wat nuttigs of gezelligs in plaats van al dat oeverloze online beledigen van elkaar. We hebben toch wel iets beters te doen met onze tijd hier op aarde of ben ik de enige die het zo ziet? Een beetje vrede, een beetje liefde voor alle mensen. Zo’n grote wens is dat niet. Dat moeten we toch een keertje met zijn allen voor elkaar kunnen krijgen, en waarom niet in 2018? Verbeter de wereld, begin bij uzelf, dat heb ik altijd wel een mooie slogan gevonden. Weet u wat, ik doe mijn best hier in Griekenland, als u het nou daar in NL doet, dan hebben we samen toch al een mooi beginnetje gemaakt?

Oudejaarsavond… van oudsher een avond waarop je het gezellig maakt met elkaar. Een spelletje, een hapje, een drankje, oliebollen en de oudejaarsconference van Youp, ja, voor ons ook, dankzij het internet. Mocht die niet interessant zijn, dan schakelen wij gewoon over naar Stin Ygeia Mas, een veelzijdig Grieks muziekprogramma waarin bekende Griekse zangers en zangeressen in een informele sfeer live optreden voor hun collega’s. Er worden oude en nieuwe Griekse liederen gezongen waarvan iedereen de woorden meehumt of -zingt, afhankelijk van het lied met betraande ogen dan wel met een vertederde glimlach op het gezicht. Het hoeft ook niet per se zuiver te zijn, weten we inmiddels, als het maar gezongen wordt vanuit het hart met alle emotie die erbij hoort. Een heerlijk programma dat laat zien hoe je het met elkaar gezellig kunt hebben, zonder opsmuk, zonder dure rekwisieten, maar gewoon door samen muziek te maken en elkaars prestatie te respecteren.

Wij gaan het in ieder geval vanavond hier in ons Griekse huisje gezellig maken met elkaar en ik hoop dat oudejaarsavond voor u allen in het koude Nederland ook een leuke avond zal worden. Ik wens u vanuit het zonnige Pilion een heel mooi nieuw jaar toe, met een beetje vrede, een beetje liefde, als het even kan dat alles in goede gezondheid, en rijkelijk overgoten met een sausje van geluk. Geluk dat ieder mens hier op aarde verdient, want wie je ook bent, waar je ook woont, welke kleur huid je hebt of wat je gelooft: zonder een beetje geluk vaart niemand wel 😉


Gelukkig Nieuwjaar oftewel Kalí Xroniá vanuit Kato Gatzea!

♥♥♥