Ademloos

DSC01515
Officieel doktersrecept 😉

Mijn Facebook-volgers weten het al: ik ben vorige week gevloerd door een acute zware bronchitis die een bezoek aan de dokterspost in Kala Nera noodzakelijk maakte.

De vrouwelijke arts die daar die dag dienst deed en ruim anderhalf uur te laat met haar spreekuur begon, had waarschijnlijk heel veel overuren gedraaid. Ze was niet in de stemming om lief en aardig te doen. Na het nogal bruuske onderzoek – waarbij manlief zonder pardon uit de spreekkamer werd gezet omdat mijn longen beluisterd moesten worden en het daarvoor opgetrokken truitje te veel bloot liet zien – werd ik letterlijk in een stoel naast de onderzoekstafel gekwakt. Vervolgens kreeg ik een niet passend zuurstofmasker op mijn gezicht gedrukt dat met een krakkemikkige slang aan een net zo krakkemikkig apparaat was gekoppeld. Ik werd dan ook geacht mijn vinger op de koppeling te drukken, anders vloog de slang eraf en werd de hele spreekkamer voorzien van medicatie die in mijn longen terecht had moeten komen – zoals tot twee keer toe gebeurde. Ondertussen handelde de dokter de ‘receptenboekhouding’ af van twee andere patiënten, waarbij hun medische gegevens uitgebreid ter sprake kwamen. Privacy? Hoezo privacy?

MC900357155De dokter mocht dan niet gezegend zijn met charmante ‘bedside’-manieren, ze voorzag me in ieder geval wel van medicijnen. Ik voel me dan ook al stukken beter, hoewel ik ondanks die al enige dagen geleden voorgeschreven penicilline, pufjes en neusdruppels vandaag toch nog enigszins hijgend achter de laptop zit om mijn maandelijkse blog te schrijven. Maar dat is natuurlijk wel een voordeel van mijn vak: je kunt het zelfs hijgend doen. Stel dat ik telefoniste was, bij een callcenter of zo, en u had mij vandaag aan de telefoon gekregen, dan was dat hijgen van mij wellicht heel anders bij u overgekomen. Toch? Dus ben ik blij dat ik ongezien en ongehoord achter mijn laptopje kan zitten hijgen zonder dat u er iets van denkt. Hoewel… misschien denkt u er stiekem toch iets van, want als ik wel eens vertel dat ik mijn werkuren grotendeels vul met het vertalen en redigeren van Harlequin- oftewel Bouquetreeksromans, dan wordt er vaak toch een beetje gegniffeld. Gegniffeld, ja, omdat insiders weten dat er in ieder Bouquetreeksboekje minimaal twee erotische scènes zitten. En omdat Harlequin met de tijd meegaat, zijn die scènes in de loop der jaren wel wat explicieter geworden dan vroeger.

HarlequinHet goed vertalen van dergelijke pikante scènes valt echter niet mee, want zoals de dikke Van Dale aangeeft: een Bouqetreeksboekje is een ‘damesroman’ en dat betekent eigenlijk dat het nooit platvloers mag worden. Maar het moet wel romantisch erotisch zijn – zonder het beestje daadwerkelijk bij de naam te noemen. Ga er maar aanstaan! En dan hebben we het nog niet eens over de cultuurverschillen. Engelse lezeressen houden van scènes die in Nederlandse ogen vaak doen denken aan een beschrijving in een medische encyclopedie: zo wordt er graag tot in detail verteld waar bijvoorbeeld de rechterwijsvinger van de held zich bevindt ten opzichte van de gevoelige erotische plekjes van de heldin. En om dat nu op correcte wijze in de juiste Nederlandse bewoordingen over te brengen… Het is in het verleden echt wel eens voorgekomen dat ik achter mijn laptop noodgedwongen mijn vingers op bepaalde plaatsen heb gelegd om erachter te komen hoe het nou allemaal in elkaar zat en wat ze nou precies aan het doen waren. Ik was wel blij dat manlief op dat moment ergens anders bezig was, want een beetje vreemde indruk maakt zoiets natuurlijk wel.

Totaal anders zijn de pikante scènes in de Amerikaanse uitgaves. Grote kans dat de heldin daarin al begint te hijgen en te kreunen als de held zijn vinger tegen haar wang legt, iets wat wij Nederlandse vrouwen over het algemeen nogal overdreven vinden. Het is dus best lastig om als vertaler een goede balans te vinden tussen dat wat er letterlijk staat en dat wat aantrekkelijk is voor de Nederlandse lezeres. Spelen met woorden is echter mijn werk, of ik nu schrijf, vertaal of redigeer. En ja, soms zitten er in mijn werk dus wat hijgerige scènes. Maar net zoals als acteurs voor de camera heel opwindend kunnen zoenen zonder dat er een greintje opwinding aan te pas komt, zo kan ik best een hijgerige scène schrijven zonder er zelf hijgerig van te worden. Nou ja, tenzij ik dus een zware bronchitis heb 😉

♥♥♥♥♥

Leven

Garden Path and GateIn deze heftige tijd van onbegrijpelijk verlies en krankzinnig bloedvergieten valt het me best moeilijk om te schrijven over mijn eigen dagelijkse beslommeringetjes.

Een column hier, een column daar… mijn leven is zo verschrikkelijk onbekommerd bij alles wat ik om me heen zie. Wie ben ik om op Facebook mijn nood te klagen over de aanhoudende hitte die we hier hebben terwijl ik weet dat er zoveel mensen zo abrupt nooit meer kunnen klagen over wat dan ook? En toch… mijn leven gaat op de een of andere manier gewoon door. Mijn hart bloedt, ik huil vanbinnen, ik ben boos, maar er moet nog steeds brood op de plank komen, het werk moet ook in een hittegolf af, en de ergernisjes van alledag, die allemaal onmiddellijk in het niet waren gevallen bij alles wat er gebeurde, komen gewoon weer terug. Het is geen onverschilligheid, geen ongevoeligheid, maar een realiteit waar ik niet omheen kan. Het leven – míjn leven – gaat gewoon door met alles wat daarin speelt.

Het zal de leeftijd wel zijn, maar ik betrap me erop dat ik soms met iets van verlangen, met weemoed ook, terugdenk aan vroeger. Vroeger, toen we zo heerlijk rustig onwetend waren van alles wat er in de wereld om ons heen gebeurde. Ja, we hadden kranten, de radio en later de televisie, maar ‘de grote wereld’ was en bleef ver van ons bed. Ook toen woedden er oorlogen, ook toen gebeurden er heel veel verschrikkelijke dingen, maar het nieuws kwam via allerlei omwegen bij ons binnen. Geen internet, geen Skype, geen Facebook, geen Twitter. Ik herinner me onze eerste communicatieloze periode hier op Pilion. Acht maanden lang kwam er weinig of geen nieuws uit de buitenwereld tot ons. We hadden geen internet, telefoneren kon alleen via de meestal kapotte telefooncel in het dorp, het Griekse nieuws op de televisies in de tavernes verstonden we niet omdat we de taal niet spraken… Het was een zeer rustige periode, waarin ik ooit vertwijfeld uitriep: ‘Het zou zomaar kunnen dat er allemaal héél belangrijke dingen in de wereld gebeuren op dit moment, dat de wereld op het punt staat te vergaan en wij weten het niet eens.’ Het was een vreemd leermoment, een eyeopener ook. Want ons kleine en op dat moment zeer beperkte wereldje draaide namelijk wel gewoon door, wat er om ons heen ook in die andere, grote wereld gebeurde.

Hoe meer je weet, hoe meer je hoort, hoe meer je ziet… Ik raak er soms mezelf door kwijt. Ik zou alles wel willen oplossen, iedereen willen helpen, me overal in willen storten, maar het is zo veel, zo afschuwelijk, zo erg! Wat ik echter wel kan, is dankbaar zijn voor het feit dat ik een leven heb, met alle ups en downs die daarbij horen. Wat ik kan, is ervoor zorgen dat ik dat kostbare leven niet verspil. Wat ik kan, is doorgaan met waarderen wat ik heb, en genieten van de dingen die me zomaar aangeboden worden: de zon die iedere dag opnieuw op- en ondergaat, de warmte en liefde die ik ontvang van de mensen die ik ontmoet, het prachtige schouwspel van de natuur waarin – hoe wrang eigenlijk – leven en dood de normaalste zaak van de wereld is…

Soms denk ik wel eens dat onze hersenen op dit moment gewoon nog niet geschikt zijn voor de grote hoeveelheid aan informatie die dagelijks op ons afkomt. We worden er eigenlijk alleen maar doodmoe en gedeprimeerd van, verdrietig en boos, en dat kan toch nooit de bedoeling zijn van al die mooie nieuwe speeltjes die we tot onze beschikking hebben? Dat we ten onder gaan aan dat wat we ontworpen hebben om het ons gemakkelijker te maken?

Lang geleden kwam ik tot de ontdekking dat ik vanbinnen een extra paar ‘antennes’ heb, waarmee ik gevoelens en gedachten van anderen kan opvangen. Om mezelf te beschermen, heb ik echter moeten leren dat die antennes niet constant ‘uitgeschoven’ mogen zijn. Doe ik dat wel, dan krijg ik zoveel over me heen, dat mijn eigen ikje eraan ten onder gaat. Soms schuif ik mijn antennes heel bewust uit, zoals ik in de afgelopen weken heb gedaan. Emoties toelaten is goed, dat mag… nee, dat móét! Maar een teveel aan emoties kan ook averechts werken, en daarom ben ik nu stukje bij beetje de antennes weer aan het inschuiven. En sta ik mijn eigen leven weer toe om geleefd te worden… met alle ups en downs die daarbij horen 😉

♥♥♥♥♥