Blue Moon

patsyclineHebben jullie gisteren ook de Blue Moon gezien? Die natuurlijk helemaal niet blauw was, maar gewoon net zo rond en geel en stralend als iedere andere volle maan? Het deed me meteen denken aan dat heerlijke countrynummer ‘Blue Moon of Kentucky’ uit 1963 van de onvergetelijke Patsy Cline. Een vrouw met een geweldige stem die helaas al op dertigjarige leeftijd is omgekomen bij een vliegtuigongeluk.

Ondanks haar veel te korte leven heeft ze een onuitwisbaar stempel gedrukt op de geschiedenis van de countrymuziek, waardoor haar unieke stem hopelijk nooit vergeten zal worden. Wist u trouwens dat Blue Moon of Kentucky al in 1946 werd geschreven door Bill Monroe, nog zo’n legendarische naam in de wereld van de country en de grondlegger van de muziekstijl die bluegrass genoemd wordt? Ik ben een echte liefhebber van bluegrass; een stijl die ontstaan is uit de muziek van immigranten in de bergstreken van het oosten van Amerika. Het is muziek met veel Ierse en Schotse achtergronden, waarin het heimwee naar het thuisland en de dagelijkse strijd van het harde leven in de bergen goed te horen is.

pioneersIk denk niet dat het toevallig is dat ik juist van deze muziekstijl houd. Als kind voelde ik me al aangetrokken tot de boeiende avonturen van pioniers en landverhuizers in het wilde westen. Ik verslond alles wat te maken had met huifkarren en stoere cowboys die jonkvrouwen in nood te hulp kwamen. Naarmate ik ouder werd, ontdekte ik dat veel van die Amerikaanse landverhuizers uit Ierland kwamen, wat het begin was van mijn interesse in de geschiedenis van dat prachtige smaragdgroene eiland. Aangezien muziek ook altijd al deel uitmaakte van mijn leven, kon het eigenlijk niet anders dat ik later een voorliefde ontwikkelde voor de bluegrass. Het maakte de cirkel tussen Amerikaanse landverhuizers, Ierland en muzikale emoties namelijk helemaal rond.

Pilion.03Wat dit alles met mijn huidige leven in Pilion te maken heeft, is me helaas nog niet helemaal duidelijk. Het zou beslist logischer zijn geweest als ik ervoor gekozen had om te emigreren naar Ierland of de USA. En ik moet toegeven: wonen in Ierland heeft wel altijd hoog op mijn lijstje gestaan, maar… het is daar natuurlijk niet voor niets zo groen. Lange periodes van regen en wind kunnen mij niet echt bekoren, dus waarschijnlijk zijn we daarom uiteindelijk toch in dit zonnige Griekse oord terechtgekomen. Gelukkig is het hier ook heel groen, dankzij het smeltwater dat van de machtige Olympus-berg naar ons schiereiland stroomt. Ik heb me laten vertellen dat al dat water opgeslagen wordt in een soort natuurlijk ondergronds waterreservoir in het Pilion-gebergte, wat de reden zou zijn van al dat groen. Het is inderdaad een feit dat de bronnen in onze bergen zelfs hartje Griekse zomer nog heerlijk koel helder water geven en dat je ook in deze periode overal in de vrije natuur volop bloeiende en kleurrijke bloemen en planten ziet. En dat kan alleen maar als er zich nog steeds water in de bodem bevindt…

De Blue Moon van gisteren was ook hier in Pilion duidelijk te zien. De onbewolkte hemel leverde prachtige plaatjes op van een knipogende volle maan boven een kalme Pagasitische Golf. Helaas heb ik er geen foto’s van gemaakt, want ik vergeet negen van de tien keer om dat wat ik zie te fotograferen. Ik geniet er namelijk te veel van om deel uit te maken van het moment zelf. Een cameralens tussen mij en dat bijzondere moment zorgt toch voor een onderbreking in het genieten, en daar zit ik niet altijd op te wachten. Maar… om mijn Blue Moon-stemming alsnog een beetje goed op u over te brengen, deel ik graag onderstaande video van Patsy Cline’s Blue-Moon-of-Kentucky-song, waarin er geen gebrek is aan prachtige foto’s van blauwe manen. En mocht u na het kijken en luisteren ineens een onbedwingbare behoefte hebben aan een romantisch boek, dan kunt u natuurlijk altijd met een van mijn romans in een knus hoekje van de tuin wegduiken. Al dan niet bij het schijnsel van de volle maan 😉

Menswaardigheid en mededogen

Duizendmaal excuus aan mijn trouwe volgers, die op 1 juli tevergeefs mijn column zochten. De recente turbulente gebeurtenissen in Griekenland raken mij diep. Zo diep dat ik in alle commotie niet eerder een moment kon vinden om in alle emotionele rust mijn websitecolumn te schrijven. Maar vandaag is het dan toch gelukt, recht uit mijn hart!

DSC01159Griekenland is mijn woonland. Een land waar ik heel veel van hou. Ik heb het in de afgelopen tien jaar van dichtbij zien afglijden, heb de crisis aan den lijve ondervonden. De dagelijkse boodschappen werden duurder, de vaste lasten gingen drastisch omhoog, de prijs van geneesmiddelen verdubbelde, medische voorzieningen bereikten een beschamend dieptepunt, onderhoud aan wegen werd uitgesteld, culturele verworvenheden zoals de wekelijkse aerobic-les in de dorpen verdwenen, stranden en taverna’s werden steeds leger, net als de winkelcentra in Volos… naarmate de jaren verstreken zagen we de levens van de mensen om ons heen steeds grimmiger worden. Wij hadden ‘geluk’. Dankzij mijn onafhankelijke werk als schrijfster waren wij beter af dan menig andere hier wonende buitenlander. Ik heb geen koophuis, geen B&Î’ om draaiende te houden, geen eigen kaaswinkeltje of een baan in het toerisme.
Heb ik dan makkelijk praten omdat ik hier woon, maar toch mijn geld in NL verdien? Zo lijkt het misschien, maar de werkelijkheid is anders. Ook NL kreeg te maken met een crisis. Boeken zijn een luxeproduct, dus de verkoop van mijn boeken liep snel terug, ook al vanwege de sluiting van veel bibliotheken, mijn grootste afnemers. De komst van het e-book (en daarmee ook het illegaal en gratis downloaden) deed de verkoopcijfers nog verder kelderen en ook ik zag de balans in inkomsten en uitgaven in een paar jaar tijd dusdanig veranderen, dat ik alle zeilen bij moest zetten om iedere maand te kunnen blijven voldoen aan onze verplichtingen – en daarnaast ook nog eten op tafel te hebben. Het is de andere kant van een freelancersleven onder de Griekse zon zonder het vangnet van een pensioen, werkeloosheids- of bijstandsuitkering. Een leven waar wij in 2005 bij ons volle verstand voor hebben gekozen. De enige echte zekerheid die je in het leven hebt, is namelijk dat je doodgaat, en vóór dat gebeurt wil ik meer dan een slaaf van anderen zijn. Ik wil mijn eigen pad kunnen kiezen, hoe moeilijk dat pad soms ook kan zijn.
Misschien is het daarom, dat alles wat er hier nu gebeurt mij zo raakt. Ik hou van dit land, van haar inwoners die zich vijf jaar lang in de meest verschrikkelijke bochten hebben gewrongen om te doen wat anderen hen opdragen. Een land dat al vijf jaar danst naar de wurgende pijpen van nationale en internationale machthebbers die het daarmee alleen maar meer naar de afgrond hebben geduwd. Machthebbers die lak hebben aan democratie, die de stem van het volk met alles wat ze in huis hebben aan de kant schuiven, omdat die stem hen blijkbaar niet aanstaat. Toen Varoufakis in de Eurogroep het referendum aankondigde, werd er door een van de hoge heren letterlijk gezegd: ‘Wat? Wil je een zo complexe materie voorleggen aan het gewone volk? Hoe dúrf je!’
Wel… ik ben zo’n ‘gewoon’ mens. Dankzij de generaties vóór mij die letterlijk hebben gevochten voor democratie en vrijheid van meningsuiting ben ik opgegroeid in een vrij, steeds welvarender land, heb ik een goede schoolopleiding genoten en de mogelijkheid gekregen om mijn eigen keuzes te maken. Ik heb de periode meegemaakt dat de landen van Europa zich verenigden, en later ook de invoering van de euro meegemaakt. Toetreden tot de Eurozone is onomkeerbaar, zeiden ze destijds. Om dat te bevestigen moesten alle lidstaten de machines waarmee ze hun eigen muntsoort drukten vernietigen, anders werden ze niet toegelaten. Nu wordt er gedreigd met een EU-uitzetting van Griekenland wanneer het volk een OXI laat horen, en er wordt aan alle kanten beweerd dat een terugkeer naar de drachme onvermijdelijk is. Huh? Wie gaat die drachmes dan drukken? Niet de Grieken dus, want die moesten toch hun drukpersen vernietigen? Hoewel… zou de EU misschien nog een paar machines achter de hand hebben gehouden, die ze volgende week tegen woekerprijzen terugverkopen aan Griekenland? Het zou me niets verbazen!
Ik heb werkelijk altijd gedacht dat de EU behalve de economische voordelen ook bedoeld was om de kloof tussen verschillende Europese volkeren kleiner te maken. Die kloof wordt echter dagelijks groter. Dat is iets wat mij ontzettend beangstigt en wat ik nog veel en veel enger vind dan de heftige en soms regelrechte haatdiscussies tussen voor- en tegenstanders over wie waar de grootste politieke leugens vertelt. Ik en velen met mij zijn trots op onze democratische vrijheid die met veel pijn en moeite tot stand is gekomen. Maar deze afgelopen maanden en zeker de laatste weken tonen duidelijk aan – in ieder geval voor mij – dat die ‘democratische vrijheid van de Europese volkeren’ een en al schijn is. Regeringen blijken slechts marionetten aan de touwtjes van de banken te zijn, en andere regeringen dan de eigen hebben het voor het zeggen, om wat voor redenen dan ook. Wat is de stem van welk Europees volk dan nog waard als de EU de macht heeft om een democratisch door het volk gekozen regering zo te ringeloren dat ze bijkans gedwongen wordt te slikken of af te treden? Vandaag zijn het de Grieken… maar wie is er morgen aan de beurt?

De Grieken staan voor de moeilijkste keuze die een volk kan hebben. Wat zij ook kiezen, het is en blijft kiezen uit twee kwaden, en hoe moeilijk zij het daarmee hebben, beschreef ik op 1 juli op mijn Facebook-pagina:

Ik liep vanmorgen naar de bakker. Onderweg kwam ik mijn jonge buurvrouw van verderop tegen. Ze spreekt beter Engels dan ik Grieks en natuurlijk raakten we in gesprek over de moeilijke keuze NEE/JA van zondag. ‘Ik wilde nee stemmen,’ zei ze. ‘Maar nu weet ik het niet meer.’ Ik vertelde haar over een aantal artikelen die ik had gelezen, en dat het om veel meer gaat dan Griekse leningen en schulden. Dat nu is gebleken dat de democratie in Europa ineens heel anders in elkaar zit dan we allemaal dachten en dat veel Europeanen zich solidair verklaren met de Grieken. Iets wat hier op de vaak flink gemanipuleerde televisie niet echt benadrukt wordt. Ze keek me stomverbaasd aan. ‘Echt? Daar krijg ik kippenvel van…’ Ik vertelde haar ook over de crowdfunding-actie die een jonge Engelsman is gestart en waarvan de teller inmiddels al op meer dan een half miljoen euro voor het Griekse volk staat. Over de vele blogs van buitenlanders die hier wonen met verhalen over hoe het hier echt aan toe gaat. Ze werd heel stil en toen ze me weer aankeek liepen er tranen over haar wangen. ‘Dank je dat je me dit vertelde,’ zei ze zacht. ‘Nu voel ik me niet meer zo alleen…’ En toen stonden er ineens twee vrouwen met tranen in de ogen en de armen om elkaar heen, want op zo’n moment zegt een simpele knuffel meer dan duizend woorden ♥

Menswaardigheid en mededogen. Dat is in mijn ogen het enige wat echt belangrijk is. Ik wens het Griekse volk veel wijsheid toe. Mijn hart is met hen…

♥♥♥♥♥

N.B. Als eigenaar van de tekst zoals gepubliceerd op mijn eigen websites en Facebookpagina’s, behoud ik mij het recht voor om reacties die beledigend zijn voor het Griekse volk, of een discussie zullen uitlokken over het hoe en waarom van de Griekse crisis, zonder opgaaf van redenen te verwijderen.

Stil, je vader speelt…

Pa.01

Mijn vader, Jan van der Hoeven.

 

 

Velen in Vlaardingen hebben hem gekend: als hoofd Middenstand van de KvK of als voorzitter van Mannenkoor Orpheus. Hij was een serieuze, integere man die zijn verantwoordelijkheden zwaar opnam. Maar Pa had ook een heel andere kant. Hij was een groot gevoelsmens, iets wat o.a. tot uiting kwam in zijn passie voor muziek. Morgen is zijn geboortedag, de dag waarop hij negentig jaar zou zijn geworden. Vandaag alvast mijn cadeautje voor hem: een speciale ‪#‎vaderdag‬ column voor Vlaardingen24. Deze column is voor jou, Pa. Omdat ik je subtiele humor en je warme liefde al vijftien jaar moet missen.

 

STIL, JE VADER SPEELT…

In mijn Vlaardingse ouderlijk huis staat een orgel. Een groot orgel. Het heeft een volledig voetpedaal, twee klavieren en een heleboel knopjes die allerlei wonderschone kerkorgelklanken kunnen voortbrengen. Op het orgel, aan weerszijden van de muziekstandaard, staan foto’s. Foto’s van een lachende opa, die met zijn kleindochters op schoot achter datzelfde orgel zit. Die opa is mijn vader.

Ik kijk naar de foto en glimlach. Ik weet hoe het voelt, op die schoot, achter het orgel, ook al zag het orgel van míjn foto er heel anders uit. Het stond in de woonkamer, aan de korte muur tussen de schoorsteen en het raam, en had een ombouw van lichtgrijs multiplex waarin met de hand een deurtje was uitgezaagd. Achter dat deurtje zat een pedaal. Een groot voetpedaal. Daar moest je hard op trappen en als je dat maar lang genoeg volhield, zat er uiteindelijk zoveel lucht in het instrument dat er muziek uit kwam.

Later heb ik begrepen dat zoiets een trapharmonium heet. In die tijd wist ik dat niet. Het enige interessante aan ons orgel vond ik de ombouw, want die gebruikte ik op zondagmiddagen als toegangspoort voor mijn theatervoorstelling. Het publiek, bestaande uit mijn vader, moeder, zus en inwonende tante, moest boven aan de trap door het pedaalpoortje kruipen om op de overloop te komen, waarna ik hen, keurig gekleed in mijn moeders zwarte kokerrok en witte bloes, naar hun plaatsen leidde.

Of dat de reden is dat het trapharmonium al snel plaats maakte voor een ander orgel weet ik niet. Feit is dat de door mij zo gewaardeerde ombouw tegelijk met het instrument verdween, iets wat ik in tegenstelling tot mijn publiek diep betreurde. Maar gelukkig bleek de opvolger ook zo zijn voordelen te hebben. Die was namelijk opvouwbaar. Waarschijnlijk was dat het argument geweest waarmee mijn vader de aanschaf ervan er bij mijn moeder doorheen kreeg, want inmiddels hadden we gezinsuitbreiding gehad. Met drie volwassenen, drie kinderen en een huis zonder kelder of zolder was de leefruimte beperkt. Een opvouwbaar orgel leek dus een prima oplossing te zijn.

Helaas voor mijn moeder was de enige keer dat het instrument daadwerkelijk werd opgevouwen, de keer dat we op vakantie naar Ommen gingen. Trots werd het in de tuin van de vakantiewoning opgesteld en al snel dwarrelden de eerste tonen van een Bach Sonate over het bungalowterrein. Nu is een orgel mee op vakantie al niet iets waarmee je als kind bij je vakantievriendjes kan scoren, maar als dat orgel ook nog eens alleen maar klassieke muziek voortbrengt, kun je het natuurlijk helemaal schudden. Mijn beste en enige vriendje tijdens die memorabele vakantie was dan ook een klein zwart-wit gevlekt zwerfhondje.

Eenmaal weer thuis werd het orgel wederom aan de muur tussen de schoorsteen en het raam geplaatst en nooit meer opgevouwen. Iedere avond na het eten nam mijn vader zijn plaats achter het orgel – nou ja, meer orgeltje – in, bladerde gewichtig door de stapel Klavarskribo-muziek op de orgelbank en sloeg na veel gehum en keelgeschraap een akkoord aan. Meestal begon hij er na een minuut of twintig echt in te komen en werden er kreten als ‘mooi, hè?’ en ‘dit móéten jullie horen’ de woonkamer in geslingerd.

Vervelend was wel dat hij zelden een stuk helemaal uitspeelde. Cantates, sonates, ja, zelfs Johannes de Heer bereikten alleen bij hoge uitzondering de laatste noot. Het begin werd enthousiast ingezet, maar net op het moment dat je als toehoorder de melodie te pakken had, hield hij abrupt op met spelen. Dan gromde hij iets onverstaanbaars, greep de sigaret die naast hem in de asbak op de orgelbank lag te smeulen en bladerde driftig door naar het volgende nummer, waarna het hele ritueel zich herhaalde.

De speeluurtjes van mijn vader waren heilig. ‘Stil, je vader speelt’, zei mijn moeder altijd op bestraffende toon als wij kinderen ons wat al te luidruchtig gedroegen. En inderdaad, mijn vader speelde…

Steeds vaker was hij achter het orgel te vinden, steeds groter werd de stapel muziekboeken en het was slechts een kwestie van tijd voor hij verlangend begon te lonken naar een ‘echt’ orgel. Eentje met voetpedaal en de klank van een kerkorgel, maar dan wel met afmetingen die in een woonkamer met drie volwassenen en drie kinderen paste.

Stad en land werden afgereisd op zoek naar dat ene orgel. Met de tram, de trein en de bus, want een auto hadden we niet. En ja, uiteindelijk vond mijn vader wat hij zocht. De koop werd gesloten en het orgel afgeleverd. Nooit vergeet ik het ontstelde gezicht van mijn moeder toen het ons huis binnen werd gedragen. Mijn vader had namelijk ‘vergeten’ te vermelden, dat het bewuste exemplaar iets groter was uitgevallen dan gepland.

‘Dat ding erin, ik eruit!’ brulde mijn moeder toen bleek dat een groot deel van het meubilair in de woonkamer moest verdwijnen om het nieuwe orgel een plek te geven. Gelukkig wist mijn vader haar te kalmeren. Zowel zij als het orgel bleven, en na een week schuiven met de meubels bleek alles er toch in te passen. Zelfs wij.

De jaren gingen voorbij. Zoals een ander zijn auto inruilt, zo ruilde mijn vader regelmatig zijn orgels in. Voor een steeds beter, steeds mooier, en ja, ook een steeds groter exemplaar. Dat kon, want de woonkamer werd alsmaar leger. Onze inwonende tante was vrij snel na de komst van het derde orgel getrouwd, en ook wij, de kinderen, verlieten een voor een het nest.

Ondertussen speelde mijn vader rustig door. Orgelmuziek was zijn lust en zijn leven. Een kerkorgel bezitten behoorde niet tot de mogelijkheden, maar dat éne orgel dat er heel dicht bij in de buurt kwam, wel. Het was alleen wel héél erg groot. En dus reed er op een mooie zonnige dag een kraan de straat in. De ruit van de slaapkamer op de tweede verdieping werd er netjes uitgesneden en ‘Het Orgel’ de kamer in gehesen, waarmee ons ouderlijk huis opeens een echte orgelkamer bezat.

Het ultieme orgel heeft een volledig voetpedaal, twee klavieren en een heleboel knopjes die allerlei wonderschone kerkorgelklanken kunnen voortbrengen. Dat weet ik, want ik heb het zelf gehoord, die paar maanden dat mijn vader, zijn kleindochters op schoot, nog op het orgel heeft kunnen spelen.

Mijn moeder komt naast me staan. ‘Stil’, zegt ze. ‘Je vader speelt…’ En glimlachend luisteren we samen naar de orgelklanken in ons hoofd.

♥♥♥♥♥

Deze column is ook gepubliceerd in de rubriek VIDV van de online krant Vlaardingen24.